Waarom worden politieposten bij Joodse panden in Amsterdam weggehaald?

Vijf vragen

Camera’s zouden „efficiënter en effectiever” zijn. Joodse organisaties „vertrouwen erop” dat de beveiliging niet slechter wordt.

De politiepost bij de synagoge in de Gerard Doustraat wordt verwijderd. Robin van Lonkhuijsen/ANP

Maandag zijn de eerste politiecabines weggetakeld bij Joodse instellingen in Amsterdam. Vanuit vijftien witte huisjes op palen werden sinds 2014 in totaal 31 instellingen geobserveerd, waaronder het het Anne Frank Huis, synagogen en scholen. De aanleiding voor die bescherming was de aanslag van een teruggekeerde Syriëganger, die in het Joods Museum in Brussel vier mensen doodschoot.

1. Is Nederland veiliger geworden?

De beslissing om de politiecabines weg te halen zegt niets over de veiligheid. Volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid is de kans op een aanslag sinds 2013 „reëel”. „Jihadisten beschouwen Nederland als een legitiem doelwit door deelname aan de anti-ISIS-coalitie”, staat in het 45ste Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, dat onlangs verscheen.

2. Waarom worden de cabines dan weggehaald?

Volgens de Amsterdamse driehoek, een overlegorgaan van de burgemeester, de politie en het Openbaar Ministerie, is cameratoezicht „efficiënter en effectiever”. De observatiehuisjes werden in 2014 geplaatst vanwege het verhoogde dreigingsniveau. De dreiging bleek de afgelopen jaren „duurzaam”, daarom is de gemeente Amsterdam volgens de woordvoerder na gaan denken over andere vormen van beveiliging. De afgelopen maanden is er getest met camera’s. Inmiddels zijn er twintig opgehangen.

3. Wat gebeurt er met de camerabeelden?

Voorheen gaven de agenten vanuit de cabines hun observaties door aan de meldkamer. De aanwezige agenten waren wel bevoegd om waar te nemen, maar niet om te handelen. Nu worden de camerabeelden direct doorgestuurd naar de meldkamer, waar volgens de politie 24 uur per dag naar het materiaal wordt gekeken. Daarvoor zijn 31 agenten beschikbaar. Tot nu toe werden 58 politiemensen ingezet voor de observatie. Hoe vaak er daadwerkelijk agenten in de cabines zaten wordt niet vrijgegeven, maar ze waren niet vierentwintig uur per dag aanwezig. Het cameratoezicht wordt – net als bij het toezicht vanuit de cabines – ondersteund door surveillerende politiemensen en marechaussees.

Videomateriaal wordt maximaal vier weken bewaard. Een uitzondering op de regel vormen alle beelden waarop strafbare feiten zijn vastgelegd en beelden die door de politie ingezet worden voor de opsporing en vervolging van verdachten.

4. Wat vinden de Joodse instellingen ervan dat de cabines verdwijnen?

Het Centraal Joods Overleg (CJO), een samenwerkingsverband van Joodse organisaties, heeft in de afgelopen maanden bezorgdheid geuit over de verandering. „We vroegen ons af of de camera’s wel net zo effectief zijn als de cabines”, zegt voorzitter Ron van der Wieken. „De cabines leken ons een afschrikwekkender effect hebben.” De Amsterdamse driehoek heeft CJO ervan overtuigd dat de beveiliging niet slechter wordt. „Daar vertrouwen wij op.”

5. Wie betaalt de beveiliging?

Volgens de gemeente kost de beveiliging 800.000 tot een miljoen euro per jaar. De afgelopen decennia is er vaak discussie geweest over wie dat moet betalen. Nadat bij een Palestijnse gijzelingsactie tijdens de Olympische Spelen van 1972 in München elf leden van de Israëlische ploeg omkwamen, werd de vraag naar beveiliging vanuit de Joodse gemeenschap groot, zegt Van der Wieken. „We wilden dat de overheid zou helpen maar dat gebeurde niet. Na aanslagen in Parijs, Brussel en Kopenhagen veranderde dat.”

De Amsterdamse politie besloot mensen in te zetten in de observatieposten. En in overleg met Joodse organisaties bepaalde de marechaussee waar zij gingen surveilleren. In 2014 stelde het ministerie van Veiligheid 1,5 miljoen euro beschikbaar aan gemeenten, grotendeels Amsterdam, waar verreweg de meeste Joden wonen. Met dat geld konden instellingen bijvoorbeeld de deuren verstevigen of alarminstallaties ophangen.