Waarom we liever pikante dan gezonde sperziebonen eten

Mensen willen het woord ‘gezond’ gewoon niet horen als ze aan iets lekkers denken.

Op de radio kwam Thomas Hendriks, hoofdredacteur van het populair wetenschappelijke tijdschrift Quest een paar leuke wetenschappelijke weetjes vertellen. Het ging om sperziebonen. Hij vertelde over een onderzoek dat geconcludeerd had dat mensen als ze de keus hebben liever iets ongezonds kiezen dan iets gezonds. Een sperziebonengerecht met sjalotten werd minder aantrekkelijk gevonden als het ‘sperziebonen gezond’, ‘sperziebonen light’, ‘licht en lekker’ of dat soort namen kreeg. Mensen kozen het eerder als het ‘pikante sperziebonen met zachtzoete sjalotjes’ heette.

Logisch. Zou iedereen doen.

Het onderzoek trok daaruit de conclusie dat ‘ongezond’ lekkerder gevonden wordt dan ‘gezond’, althans in de korte samenvatting van Hendriks.

Als de keuze was geweest tussen ‘sperziebonen gezond’ en ‘sperziebonen ongezond’ en men had massaal voor de optie ‘ongezond’ gekozen, dan was die conclusie natuurlijk gerechtvaardigd. Nu leek het wat vlot geconcludeerd, want iedereen weet dat de naam van een gerecht een wereld van verschil maakt. En dat dit dus niet over sperziebonen of over smaak ging, maar over taal.

Sommige adjectieven zijn nu eenmaal onweerstaanbaar: pikant, smeltend, zachtzoet, romig, knapperig – het zijn woorden die een beetje eter alleen maar hoeft te lezen en die krijgt al trek. Leest de gretige eter ‘gezond’, ‘rauw’, ‘zuur’, ‘volkoren’ dan denkt-ie misschien wel braaf: zo hoort het, maar opwindend klinkt het niet. „That which we call a rose/ By any other name would smell as sweet” verkondigde Shakespeares Julia, maar waar is dat niet. Would we call it paardenbloem, dan zou die roos lang zo zoet niet ruiken. Dus het is op zijn minst zaak, voor wie eten aanlokkelijk wil maken, om een verleidelijk adjectief te verzinnen.

Het is wél zo dat ‘gezond’ al heel lang geframed wordt als ‘niet lekker’. „Fijn, dat lekker zo gezond kan zijn”, jubelde de Venz-hagelslag. Dat was ongetwijfeld een manier om in te spelen op de onbewuste aanname van bijna iedereen dat lekker níét gezond is. En dat dus, logica speelt hier maar een beperkte rol, gezond niet lekker is.

‘Light’ is ook niet lekker. ‘Vol’ klinkt, helaas, een stuk aanlokkelijker dan ‘mager’. Mager moet je nooit zeggen als het over eten gaat, mager klankrijmt op schraal en op graten en op schrapen en niet op bloezend en overvloedig of smeltend, smakelijk en smeuïg.

Als je nu weet, en dat weten we, dat zoet, zout en vet voor de mens onweerstaanbaar zijn, dan noem je het gerecht dat je wilt verkopen niet ‘gezonde keus: sperziebonen met sjalotjes’. En dan concludeer je daaruit al helemáál niet dat de mensen liever niet gezond willen eten. Ze willen het woord ‘gezond’ gewoon niet horen als ze aan iets lekkers denken.