Jaren bezig met een A-diploma: ‘Gooi ’m erin! dacht ik’

Zwemles Kinderen lijken langer te doen over het zwemdiploma. Door slechte lessen, bezorgde ouders of minder ontwikkelde motoriek.

Illustratie Mat

De zwemleraar is een gespierde man met tattoos, zijn stem galmt over het vijftigmeterbad. Hij klapt in zijn handen en twee kinderen springen tegelijk het water in. „Kom op!” roept hij vanaf de kant. Hij gebaart, geeft aanwijzingen, pakt er één bij de arm. Op de tribune kijkt vader Chris Huijcher (43) bewonderend toe. Deze leraar is tenminste rechtdoorzee. „Geen bullshit.”

Al twee jaar was zijn zoon Luka (8) aan het aanmodderen. Tweemaal wisselde hij van zwemschool. Bij de eerste blééf -ie maar in het pierenbadje. Luka luisterde niet goed genoeg voor het grote bad, vond de school. Vader Huijcher verbeet zich vanaf de kant. „Gooi ’m erin! dacht ik.” Bij de volgende zwemschool was het helemáál mis: vijfentwintig kinderen in een veel te klein bad. Luka moest na elke baan terug over de kant, anders was het te druk.

Toen Huijcher zijn kind met de vingers open langs de leraar zag zwemmen terwijl die de andere kant op keek, was hij er klaar mee. In de buurt hoorde hij over de aanpak van meester Dennis in Amsterdam-West en binnen acht weken haalde Luka er zijn A-diploma. „Klooien wordt hier niet getolereerd. ‘Luisteren! Terugkomen!’ En daarna een high five. Precies wat mijn zoon nodig had.” Nu gaat Luka vrijwillig voor zijn C.

Motorisch minder vaardig

51 uur doen kinderen gemiddeld over diploma A. Dat betekent minimaal – lessen duren meestal een half uur of drie kwartier – 51 zaterdagmiddagen doorbrengen in een warm en vochtig zwembad en toezien hoe je kind ligt te spartelen. Voor ouders met een waterrat geen punt, die bewonderen de leercurve vanaf de kant. Maar voor sommige ouders komt er geen eind aan. Bij hun kind lijkt de leercurve horizontaal, óók na 51 uur. Zie dan het geploeter nog maar te pruimen.

De zwemschoolbranche heeft aan zichzelf te danken dat toezicht ontbreekt

Het lijkt erop – goed onderzoek ontbreekt – dat kinderen langer over hun A-diploma doen dan vroeger. De schuld ligt een beetje bij de kinderen zelf. Die zijn motorisch minder vaardig. Zo vergeleken wetenschappers in 2006 de motoriek van Nederlandse kinderen met die van kinderen in 1980 en concludeerden dat op vrijwel alle punten (kracht, lenigheid, snelheid) kinderen in 2006 significant slechter presteerden dan 26 jaar eerder. Deels doordat ze zwaarder zijn geworden en mogelijk ook doordat ze minder buitenspelen en ravotten, zegt Koen Breedveld, directeur van het Mulier Instituut dat onderzoek doet naar sport. „Ze zitten nu meer achter de computer.”

Onduidelijk is of de leeftijd waarop kinderen met zwemles beginnen ook van invloed is op de tijd die ze erover doen. Evenmin is bekend of de verscherpte eisen voor het A-diploma die duur beïnvloeden. Wel zeker is dat de kwaliteit van het zwemonderwijs bepalend is: die verschilt per zwemschool, en daarvan zijn er vele. Zo doen bij de ene zwemschool kinderen gemiddeld 34 uur over het halen van diploma A, terwijl dat bij de andere gemiddeld 65 uur is, blijkt uit onderzoek van het Mulier Instituut onder 360 zwemscholen.

NRC behandelt regelmatig opvoed-dilemma’s, zoals: ‘Hoe krijg ik ze van het scherm?’

De branche werd sterk concurrerend nadat het verplichte schoolzwemmen in 1985 werd afgeschaft. De meerderheid van de basisscholen biedt het niet meer aan en een middelgrote stad telt nu tientallen zwemaanbieders met elk een eigen methode, variërend van ouder-kind-zwemmen tot het doorlopen van een trits ‘badjes’ tot beloningsmodellen – stickers of puzzelstukjes verdienen. Zwemleraar is een vrij beroep en iedereen kan een eigen website opzetten en badruimte huren om les te geven. Een groot deel van de zwemscholen is aangesloten bij een licentiehouder die een diploma uitgeeft, zoals het Nationaal Platform Zwembaden, de KNZB, Optiport, Envoz, maar aangesloten zijn hóéft niet. Een eigen zwemdiploma knutselen staat elke zwemschool vrij. Toezicht op de kwaliteit van scholen ontbreekt.

Ouders in tranen

„Melken, melken, melken”, dat is wat meester Dennis (48), die niet met zijn achternaam in NRC wil, merkte toen hij nog zwemleraar was bij een grote zwemschool in een ander zwembad. „Het gaat om geld.” Hij was er begonnen in 2007 nadat hij zijn diploma voor lifeguard had gehaald. Eerst als schoonmaker en na twee maanden stond hij voor de groep. Maar hij stoorde zich aan de manier van lesgeven: te grote groepen, één leraar, weinig overzicht. Kinderen raakten ongemotiveerd omdat ze te lang bleven hangen in het ondiepe vanwege plaatsgebrek in het diepe. „Het was net een fabriek. Je draaide wat je moest doen en ouders keken toe vanachter het glas.”

Dennis begon voor zichzelf en groeide door mond-tot-mondreclame razendsnel. Hij wilde kleinere groepen, zodat hij van elk kind niet alleen de naam weet maar óók het karakter: „Elk kind vereist een andere aanpak.” Eenmaal gewend aan water gaan de kinderen bij hem snel het diepe in, ook als de kikkervoetjes – een zwemtechniek – nog niet perfect zijn. „Waarom wachten?” En zwemmen gaat liever niet voorzichtig langs de rand, wat kinderen het liefst zouden willen, maar hup, dwars naar de overkant in een roes van overlevingsdrang.

Dennis heeft de naam dat hij streng kan zijn, direct. Als er één moet plassen zegt hij soms: had je eerder moeten doen. „Meestal zijn ze het daarna meteen alweer vergeten.”

Best een heavy aanpak, hoort hij soms van ouders op de tribune. Maar hij vindt dat veel ouders hun kind onderschatten. Kinderen zijn niet onzeker, die worden onzeker gemáákt. Hij ziet wel eens ouders die zelf in tranen hun kind afleveren bij de zwemles. En sommige kinderen zijn door hun ouders tot in de puntjes voorbereid op wat hun te wachten staat, maar dat maakt alleen maar zenuwachtig. Natuurlijk is zwemles spannend, dat beseft hij heus. Een kind moet vertrouwd raken met water. Door humor, afleiding, een compliment. Daar is Dennis ook best van. Maar sommige ouders maken het allemaal zó groot voor hun kind. „Die zetten de rem erop.”

Onderzoek naar de beste zwemlesmethode is er niet. „Je moet zien wat er bij je kind past”, zegt Koen Breedveld van het Mulier Instituut. Maar wat hem opvalt: veel ouders kijken daar niet naar. Die denken: mijn kind zwemt in het gemeentebad, dat zal wel goed zijn. „Terwijl je je kind wel in handen geeft van een wildvreemde die het in een situatie van doodsangst brengt, want dat is wat zwemles doet.”

Illustratie Mat

De zwemschoolbranche heeft aan zichzelf te danken dat toezicht ontbreekt. Veel klachten zijn er niet, zegt Breedveld, en in geen enkel land is zwemles zó goed georganiseerd en zijn de meeste leraren zó gepassioneerd. Toch zou Breedveld een vorm van controle wel toejuichen, alleen al omdat zoiets vormends en belangrijks in het leven als zwemles regulering verdient. „Iedereen heeft wel herinneringen aan zijn zwemles.”

Op de tribune bij meester Dennis zit de Pools-Nederlandse Dona Thomassen (43). Ook zij wisselde van zwemschool nadat de vorige leraar haar op de kant huilende zoon Sam (5) het water in trok. Dennis doet dat nét anders, zegt ze. ‘Ik wil niet!’ zei haar zoon eens huilend toen hij onder water moest. ‘Ik tel tot drie, en dan is het afgelopen!’ zei Dennis. „Geen idee waarom, maar het werkte.”