Wie vernietigt het Poolse oerbos: de kever of het kabinet?

Boskap in het Bialowieza-woud

De kap van het Bialowieza-oerbos leidt tot ruzie tussen milieuactivisten en boswachters. De Europese Commissie begint een rechtszaak tegen Polen.

Het Bialowieza-woud is een oerbos zoals je die vroeger overal in Europa had. Het Poolse staatsbosbedrijf kapt gemarkeerde bomen in de strijd tegen een schadelijke kever. Activisten zijn het daar niet mee eens. Foto’s Kacper Pempel/Reuters, Krystian Maj/AFP, Wojtek Radwanski/AFP

Een busje met vijf milieuactivisten rijdt over wegen vol kuilen door het woud van Bialowieza, op de grens tussen Polen en Wit-Rusland. De inzittenden genieten van het uitzicht. Tussen de houten huizen van de gehuchten in het woud vliegen ooievaars van en naar hun nesten bovenop elektriciteitspalen. Vanaf de achterbank wijst Adam Bohdan, oprichter van natuurvereniging Wild Polen:

„Daar woont een boswachter die dreigde mij te verdrinken in het bos.”

Het oerbos van Bialowieza is van een statige schoonheid: een van de laatste natuurgebieden in Europa met grote stukken die vrijwel onaangetast zijn door mensen. Bialowieza biedt een impressie van de bossen zoals je ze eeuwen geleden overal in Europa aantrof: moerasland, open plekken waar everzwijnen, wolven en herten huizen, monumentaal grote dennen, eiken en iepen. Een van de omvangrijkste wilde bizonpopulaties op het continent heeft er haar thuis.

Kroonjuweel is een nationaal park dat 17 procent van het woud aan Poolse kant omvat. Die toeristische idylle is strikt beschermd, maar het omringende woud is de inzet van een verbeten strijd. Aan de ene kant staan activisten als Bohdan, aan de andere de nationaal-conservatieve regering en de boswachters van het staatsbosbedrijf. Die laatsten hakken zich in snel tempo door het bos sinds minister van Milieu Jan Szyszko er in 2016 de houtkapquota verdriedubbelde.

Het staatsbosbedrijf is niet alleen verantwoordelijk voor natuurbeheer, maar heeft ook een quasimonopolie op houtverkoop in Polen. Waardevolle delen van het woud worden niet ontzien: in gebieden die bescherming genieten van de EU en VN-werelderfgoedorganisatie Unesco gaan meer dan honderd jaar oude bomen tegen de grond. Dat is „een majeure bedreiging voor de integriteit” van het woud, verklaarde de Europese Commissie donderdag. Ze kondigde een rechtszaak aan tegen Polen bij het Europese Hof van Justitie.

Szyszko en de boswachters zeggen dat ze uit bittere noodzaak handelen. ‘Letterzetters’, een keversoort die onder de schors van sparren kruipt, zouden de door hen – en de houtverwerkende industrie – geliefde bomen kaalvreten. Alleen kappen kan de opmars van de letterzetter stoppen.

Deze visie druist radicaal in tegen die van milieubeschermers en een reeks internationale plant- en bosdeskundigen. Zij zien niet de kevers, maar de houtkap en het weghalen van dode bomen – een rijke voedingsbron voor andere organismen – als grootste bedreiging voor het unieke bos. De activisten opperen achterliggende motieven: wil Szyszko, zelf voormalig boswachter, de kassen van het staatsbosbedrijf spekken en in de gunst blijven van zijn 25.000 werknemers?

Adam Bohdan, oprichter van natuurvereniging Wild Polen, bij doorgezaagde boomstammen van het staatsbosbedrijf.
Foto’s Roeland Termote

Schors

Bohdan wijst naar een open plek langs de weg. Hier sleurde de politie hem in juni weg van een rooimachine waaraan hij zich met andere activisten had vastgeketend. Over een modderig pad leidt hij ons verder het bos in, met intermezzo’s bij opmerkelijke natuurvondsten. Een zeldzame schimmelsoort. Spechten. De voetafdrukken van een wolf. „Een groot exemplaar!” We houden halt bij een grote open rechthoek bezaaid met afgezaagde takken en stukken schors in dorre bruintinten. Ernaast liggen bergen doorgezaagde boomstammen met de rode merktekens van het staatsbosbedrijf. Op een steenworp afstand eenzelfde, maar omvangrijker tafereel. De kale plekken volgen elkaar op.

Bohdan tikt op een stapeltje gerooide stammen: „Deze hebben geen schors. Waar zitten de kevers dan? En wat met al die verzaagde dode bomen? Die moet je juist met rust laten om het bos te voeden.” Misschien zijn ze geveld om veiligheidsredenen, zoals de boswachters aanvoeren? Bohdan trekt een sceptische grimas.

Foto Roeland Termote

Ten onrechte, vindt boswachter en gemeenteraadslid Wojciech Niedzielski in Bialowieza. „Ik heb veertig jaar ervaring. Goed dat u iemand bevraagt die iets weet van het onderwerp.” De letterzetter veroorzaakt volgens de boswachters de grootste sparrensterfte in honderd jaar tijd. „Als we geen bomen hakken die geïnfecteerd zijn door schorskevers”, zegt Niedzielski, „krijg je hetzelfde resultaat zoals in het nationale park [waar alle houtkap verboden is, red.]. De sparren zullen nagenoeg verdwenen zijn uit het woud.”

Binnen- en buitenlandse biologen betwisten die voorspelling. Bovendien zal de Poolse aanpak „het potentieel van deze gebieden om natuurlijk te herstellen na de uitbraak onvermijdelijk vernietigen”, zo schreven natuurexperts van de universiteiten van Leuven, Harvard en Oxford in een open brief.

Maar de regering houdt voet bij stuk: 180.000 kubieke meter hout zal worden gekapt. Dat, verklaarde minister Szyszko, ondanks de pogingen van media met „linkse en liberale neigingen” om de controverse op te poken. Ook aan de oproep van Unesco-afgevaardigden op een bijeenkomst in Krakau deze maand, om te stoppen met hakken, gaf de minister geen gehoor. Unesco heeft het woud „illegaal en zonder het raadplegen van de lokale gemeenschap” op de lijst van natuurwerelderfgoed gezet, zei Szyszko. Hij verwees de kwestie naar het openbaar ministerie. In de visie van de minister moet het bos een status krijgen als natuurlijk én cultureel erfgoed: boswachters zouden meer invloed hebben gehad op zijn vorm dan milieuactivisten beweren.

Cultuurstrijd

De controverse plaatst het stille hoekje van het land in de frontlinie van een nationale cultuurstrijd. De breuklijnen: conservatief-katholiek tegen liberaal, provinciaal tegen stedelijk, regering tegen oppositie, lokale boswachters tegen milieuactivisten van buitenaf.

De eloquentste tegenstanders van de boskap behoren tot een bloeiende gemeenschap van schrijvers, biologen en buitenlandse natuurgidsen die een wereldse sfeer geven aan het piepkleine dorp. Het buikgevoel van de andere kant is samengevat op een spandoek over de weg die van de woudrand richting het nationale park leidt: „De pseudo-ecologen vernietigen het bos, wij bouwen het opnieuw op.”

De slogan is bedacht door Santa, een vereniging die op haar website en in bijeenkomsten met minister Szyszko pleit om te hakken tegen de kevers. Poolse media onthulden dat Santa fondsen kreeg van het staatsbosbedrijf en dat de voorzitter eigenaar was van een meubelbedrijf. Kritiek waar vicevoorzitter Leon Chlabicz in een e-mailconversatie met NRC niet op ingaat. Wel geeft hij ironisch mee:

„De letterzetter is even noodzakelijk voor het bos als tandbederf is voor de tanden.”

Ook mensen zonder meubelbedrijven kiezen vaak de kant van de boswachters, zegt de in Bialowieza geboren Barbara Banka. Als voormalig boswachter, kunstschilder en fotograaf heeft ze contact met alle groepen in het dorp. „Mensen hebben respect voor boswachters,” zegt Banka. „Dat waren vroeger de best opgeleide personen in het dorp.”

Zelf weet ze: „Boswachter is een functie in uniform. Als de staat beslist, voeren boswachters dat uit, zoals in het leger.” En ook: „Mensen zijn bang dat wanneer het hele bos beschermd wordt, ze geen paddestoelen meer mogen plukken of wandelen zonder gids.” Toch denken meer en meer dorpelingen aan de fietsende toeristen die kamers huren in pensionnetjes en luxehotels. Zij zijn de toekomst van Bialowieza, denkt Banka. En toeristen willen méér, niet minder natuurbescherming.

De strijd leidt tot polarisering, zegt Banka. „Oude bekenden spreken niet meer met elkaar, families zijn verdeeld.” Treurig en onnodig: „Het is mogelijk om de boswachters én het bos te respecteren.” Meer natuurbescherming en de houtkap concentreren in meer artificiële bossen, vindt ze een uitstekend alternatief. Zoals het vroeger was, voor Szyszko de lont in het kruitvat stak? Zo is dat, zegt Banka: „We hadden het zo goed hier.”