Hongaren zijn gewend een tikkie uit te delen

WK waterpolo

In Boedapest, gastheer van het WK, leeft het waterpolo enorm. De Hongaren kunnen bogen op een rijke historie met veel prijzen.

Drie jaar heeft Sabrina van der Sloot (26), die komend seizoen in Italië uitkomt voor Orizzonte Catania, gespeeld in Hongarije. „Echt lekker eten kun je er niet”, vertelt de frêle waterpoloster, één van Nederlands topschutters. „Als je in Boedapest in de bus zit, kijken de mensen vaak sip. Hongarije is geen Spanje, waar de zon schijnt en je tapas kunt eten. Met mijn club uit Boedapest (UVSE, red.) eten we op de campus van de universiteit; rijst met vlees en diepvriesgroente. Lekker is anders.”

Van der Sloot woont in Boedapest. Hongarije staat bekend om zijn thermische bronnen, de rechtse premier Viktor Orbán, maar vooral ook om de waterpolotraditie. „Kleine kinderen willen hier geen voetballer worden, maar waterpoloër”, zegt ze. „De zwembaden liggen vol met jeugd. Ook als ze ’s winters buiten moeten zwemmen en de temperatuur ver onder nul is, trekken Hongaarse kinderen zonder morren hun baantjes.”

Ze had naar Italië of Griekenland gekund. Toch koos Van der Sloot voor de Hongaarse competitie. „De sport heeft hier zo’n historie”, vertelt ze. „Tussen 2000 en 2008 werden de Hongaarse waterpolomannen drie keer op rij olympisch kampioen. Als je in Boedapest vertelt dat je waterpolo speelt, zijn de mensen oprecht geïnteresseerd. Dan willen ze weten bij welke club en op welke positie.”

Dénes Kemény, die als bondscoach drie keer op rij olympisch goud won, weet waar het succes van zijn land vandaan kwam. Bij het EK in Boedapest (2014) wees hij naar de negen vlaggen die hoog boven het Alfred Hajos zwembad in Boedapest wapperden en de negen gouden olympische medailles van het Hongaarse waterpolo vertegenwoordigden. „Honderd jaar geleden speelden we al waterpolo in het natuurlijke bronwater, dat het hele jaar warm was.”

Gergely Kiss, de linkshandige topschutter van Hongarije en tevens drievoudig olympisch kampioen, gaat nog een stap verder: „De Hongaren zijn een creatief volk. We volgen niet alleen de spelpatronen van andere landen. We willen onze eigen aanvallende spel creëren.” De voormalige topspeler van Hongarije vervolgt: „We hebben geen bergen, grote fabrieken of beroemde merken. Maar we hebben wel geleerd om ons koppie te gebruiken. Als je naar de geschiedenis van Hongarije kijkt, zie je dat het volk veel geleden heeft. De Turken en de Russen; veel volkeren hebben ons onderdrukt. We hadden maar één manier om onszelf te laten zien: met sport. Met waterpolo konden we de eer van ons land verdedigen.”

Bikkelhard tegen Nederland

Dat klinkt allemaal prachtig, maar denk niet dat de Hongaarse waterpolosters Van der Sloot en haar Nederlandse teamgenoten een duimbreed gunnen op het WK in eigen land, waar ze moeten schitteren. In de EK-finale van vorig jaar in Belgrado speelde Hongarije bikkelhard tegen Nederland. Dat zal op het WK niet anders zijn. De Hongaarse midvoor Barbara Bujka en haar ploeggenoten zijn gewend een tikkie uit te delen of een badpak vast te pakken. Dat zullen ze tegen Nederland zeker niet laten.

„Het wordt hard tegen hard”, denkt Van der Sloot, die met haar club UVSE op het Margaret-eiland in Boedapest speelde. „Ik heb drie jaar met die Hongaarse meiden gespeeld. Als ik met Nederland speel, wil ik gewoon winnen. Als ik daar iemand pijn voor moet doen, doe ik dat.”

Nederland heeft tegen Hongarije wat recht te zetten. Mede door het harde spel van de Hongaarse vrouwen verloor Nederland vorig jaar de EK-finale in Belgrado en liep de Olympische Spelen mis. De Nederlandse vrouwen waren na die nederlaag niet meer in staat om goed te spelen op het olympisch kwalificatietoernooi in Gouda. „Dat was zo’n domper”, zegt Van der Sloot. „Na het EK zijn we op dezelfde weg doorgegaan, terwijl we iets anders hadden moeten doen. Het missen van de Spelen gaf een klap. Dat moest ik echt even verwerken.”

Twee jaar geleden werd Nederland verrassend tweede op het WK in Kazan. „We zijn niet slecht”, zegt Van der Sloot. „Daarom zijn we met zijn allen doorgegaan. We willen laten zien wat we kunnen. De verschillen zijn zo klein. Als alles op zijn plek valt, kunnen we het WK winnen.”