Cultuur

Interview

Interview

Iris van der Graaf bij het kunstwerk waarop ze eerder deze maand afstudeerde. Het gaat om een installatie waarbij iemand een set mikadostokjes laat vallen en anderen vervolgens precies de constellatie van de stokjes reconstrueren.

David van Dam

Een getal zonder naam, bestaat dat wel?

Iris van der Graaf

Filosoof en kunstenaar Iris van der Graaf ontdekte dat kinderen filosofischer zijn dan we denken. En daar kunnen we veel van leren.

De kennisleer van de Griekse filosoof Plato is even elegant als ongrijpbaar. Plato beschouwde alle verschijningen in onze wereld als een onvolmaakte afspiegeling van ideale oervormen elders: de ‘ideeën’. Maar wat moet je je eigenlijk voorstellen bij een ‘idee’?

Nou, denk maar aan een bakvorm, schrijft Iris van der Graaf in haar net verschenen boek Is nergens ergens? „In die bakvorm kun je chocoladecake maken, roombotercake, citroencake, maar de bakvorm blijft altijd hetzelfde.” Daardoor lijken al die cakes op elkaar, ook al zijn er kleine, onderlinge verschillen. „Plato dacht dat alles in onze wereld zo’n bakvorm heeft”, van ezels en bomen tot waarheid en schoonheid. Die bakvormen zitten in een ideale ‘vormenwereld’, de baksels zie je om je heen.

„Over de bakvorm heb ik lang nagedacht”, vertelt Iris van der Graaf (27) met een licht verlegen lach. Ze is afgestudeerd in de filosofie en sinds kort ook in de beeldende kunst. „Plato’s term ‘eidos’ wordt wel vertaald als ‘idee’, maar betekent ‘vorm’. Doordat kinderen vaak bakken – cupcakes en cakes – kwam ik op het beeld van de bakvorm.”

Dankzij de cakevorm zit de oude Griek, ruim 23 eeuwen na zijn dood, ineens bij je aan de keukentafel. Zo komen in het boek tientallen andere westerse filosofen tot leven, net als hun ideeën over oneindigheid, liegen en verveling. Door anekdotes als die over Diogenes, die in een ton woonde en valsemunter was. En vooral door treffende beelden, zoals getallen die worden voorgesteld als legosteentjes waarmee je kunt bouwen.

Die verbeeldingskracht maakt van Is nergens ergens een inleiding tot de filosofie, waarvan ook geïnteresseerde volwassenen een hoop kunnen opsteken. Maar, zegt Van der Graaf, het boek is geschreven voor kinderen: „Van een jaar of tien, want op die leeftijd heb je een overgang van een onbevangen kijk naar een kritischer kijk op het leven. Dan kun je bang worden van vragen als ‘wat is oneindigheid?’. Ik herinner me dat ik als kind wel duizelig werd als ik dacht aan de sterren en planeten en me afvroeg: wat ligt daar dan achter? Daar kon ik echt niet van slapen.”

Kinderen beginnen vragen te stellen op die leeftijd, vertelt Van der Graaf: „Bij een workshop van mij vroeg een kind van tien uit het niets: getallen die geen naam hebben, bestaan die nog wel? Dat was een rijke filosofische vraag: kun je denken zonder taal? Mijn neefje vroeg ooit: wie heeft de wereld ontworpen?”

Iris van der Graaf bij het kunstwerk waarop ze eerder deze maand afstudeerde. Het gaat om een installatie waarbij iemand een set mikadostokjes laat vallen en anderen vervolgens precies de constellatie van de stokjes reconstrueren. Foto David van Dam

Door dit soort vragen van kinderen kwam Van der Graaf op het idee voor het boek. „Daarin vertel ik: waar jij je mee bezighoudt daar dachten filosofen 2.500 jaar geleden ook al over na. Zo wil ik kinderen houvast bieden. Ik hoop dat kinderen na lezing een gesprek voeren en daarbij goed naar elkaar luisteren.”

Een mooi beeld van zo’n goed gesprek komt van de Duitse filosoof Hannah Arendt: de tafel. Aan een tafel zitten mensen met verschillende meningen, die soms fel met elkaar discussiëren. „Vrijheid is een tafel waar iedereen kan aanschuiven”, schrijft Van der Graaf. Maar soms komt er iemand die de tafel omvergooit en anderen vertelt wat ze moeten doen. „Zo iemand is bijvoorbeeld Trump die in een filmpje de reporter van CNN omver bokst”, zegt Van der Graaf. „Dat zeg ik niet in mijn boek, zo’n verband kunnen kinderen zelf wel leggen.”

Dat kan met wel meer filosofische kwesties, die verrassend actueel blijken. Zo is er in de ethiek het aloude probleem van de aanstormende trein, die drie vastgebonden mensen dreigt te overrijden; de trein kan alleen worden gestopt door een grote man van het perron af te duwen. Doe je dat? „Dat is precies de discussie over het programmeren van de zelfrijdende auto, die mogelijk moet kiezen tussen het leven van de bestuurder of dat van een voetganger op de zebra”, zegt Van der Graaf.

In haar boek noemt Van der Graaf de auto niet, net zomin als andere eigentijdse zaken als internet en appjes. „Daarmee wordt het boek zo snel gedateerd. Ik hoop dat kinderen zelf zo’n parallel tussen trein en auto trekken. Ik reik de vragen aan en wil kinderen zo helpen om zelf vragen te stellen en kritisch te denken.”