Column

Duk, Roos en Baudet: is het gekte of cynisme?

Jan Roos, die Powned-jongen die vergeefs probeerde de Tweede Kamer in te komen, vroeg zich op Twitter af: „Wat is dat toch met ‘kanker’ en de allochtone jeugd?” De krachtterm ‘kanker’ is een oer-Hollands verschijnsel, daar is weinig allochtoons aan. Diverse lezers, onder wie filmregisseur Martin Koolhoven, attendeerden Roos daarop. Roos’ reactie was fascinerend. „Kool is een deugmens”, schreef hij, „die gaat het over een woordje hebben, in plaats van de bedreigingen uit die hoek”.

Hoe moeten wij dit noemen? Een cognitieve afzwaaier? Zoiets als waarop je bedacht moet zijn in gesprek met een vierjarige. Ooit sorteren die hersencellen zich uit en ontstaat er iets van orde en logica in dat brein. Geef toe, als het normaal is geworden dat in de nieuwsmedia incoherente mensen optreden, is er toch iets vreemds gebeurd met onze cultuur. Ja, oké, ooit hadden wij Willem Oltmans, maar vergeleken met Jan Roos was hij een toonbeeld van eruditie en bedachtzaamheid.

Of neem Wierd Duk. Journalist, historicus, tegenwoordig in dienst bij het Algemeen Dagblad en vaak te zien in talkshows. In die landelijke krant en die veelbekeken programma’s vertelt Duk voortdurend dat er voor radicaal-rechtse meningen als de zijne in Nederland geen ruimte is. Je leest het, je kijkt ernaar, en denkt: wat is hier aan de hand? Is deze man doof voor zijn eigen stem? Is dit een vierjarige in het lichaam van een vijftiger? Waarom zit deze man op een gewone stoel? Is dat wel veilig?

Naast Duk zit dan vaak iemand anders, Jan Roos bijvoorbeeld, of Leon de Winter, die het helemaal met Duk eens is dat voor hún mening in Nederland geen ruimte is. Als tv’s een logica-alarm hadden, zou het gepiep oorverdovend zijn.

In een interview zei Duk onlangs dat Rusland geen dictatuur is. „Als je je niet met de politiek bemoeit en je niet te veel tegen de macht verzet, kun je daar prima leven.” Het zijn de media die ons een totaal verkeerd beeld van Rusland en Poetin geven, meent Duk. Iemand citeerde een deel van zijn uitspraken op Twitter, letterlijk. Duk: „Jij maakt jezelf nu totaal belachelijk.”

Duk kan in talkshows verschijnen en in het AD schrijven, er zijn toch langzamerhand heel wat aanwijzingen dat hij gewoon niet bij zijn hoofd is.

Eh…?

Het wonderlijke is: het went. Wij hebben de neiging om dit soort idiotie te vergoelijken. Dat totale communicatiedefect, tussen mensen die verder zo weinig lijken te verschillen, burgers van hetzelfde land, beoefenaren van hetzelfde vak, die geen gesprek meer met elkaar kunnen voeren, het maakt ons nerveus. Zo kunnen we toch niet leven met elkaar?

Maar zoals alle cognitieve dissonanten, geven wij het uiteindelijk gewoon een plek, samen met de twee losse sokken die elkaar nooit vinden, tandpasta met streepjes en de kip en het ei. Het is onbegrijpelijk, het is irritant, maar zo is het nu eenmaal. De toestand normaliseert zich, de uitersten trekken weer naar elkaar.

Duks oud-collega Hubert Smeets, bijvoorbeeld, verwijt hem een „gebrek aan intellectuele discipline”. Tja. Duk kan in talkshows verschijnen en in het AD schrijven, er zijn toch langzamerhand heel wat aanwijzingen dat hij gewoon niet bij zijn hoofd is. In goed Nederlands: kierewiet. Je hebt verschil van inzicht, en je hebt gekte, laten we het een niet met het ander verwarren.

Het pijnlijke is dat mensen als Duk, Roos, maar ook onzin-grossiers Leon de Winter en Thierry Baudet, waarschijnlijk niet gek zíjn, maar welbewust de gek uíthangen. Het is een strategie. Net als die oneindige stroom knettergekke verzinsels van Trump: een bewuste strategie van desoriëntatie en conditionering, zodat het publiek op een gegeven moment niet meer weet wát het moet geloven. Wij zíjn helemaal niet gebrainwashed, zoals radicaal-rechts altijd beweert, wij wórden gebrainwashed. Door hen.

Lees ook de vorige column van Jan Kuitenbrouwer: Politiek als escalerend kroeggevecht