De kinderen moeten weg - een dorp huilt

Sluiting basisschool asielzoekers

De speciale school voor de kinderen van asielzoekers in Onnen moet de poorten sluiten. Tijdens een emotionele middag namen leerkrachten en leerlingen afscheid.

De asielschool in het Groningse Onnen. Na de zomer verdwijnt het plaatselijke asielzoekerscentrum en daarmee ook de leerlingen, die over andere centra in het landen zullen worden verspreid. Foto's Kees van de Veen

„Gonny, je moet écht even buiten komen kijken.” Juf Yke Alberts stormt de lerarenkamer van basisschool De Borg in het Groningse Onnen binnen. Gonny Bijl, lerares van groep 7 en 8, is net aan het vertellen over haar ervaringen de afgelopen drie jaar op de school voor asielzoekerskinderen, maar dat moet even onderbroken worden. „Ze gaan nu op het springkussen. Ze weten niet wat ze meemaken, sommigen zijn nog nooit op zo’n ding geweest.”

Het springkussen staat deze vrijdagmiddag achter De Borg met een reden: na de zomer gaat de school niet meer open. Dit is de laatste schooldag. Het asielzoekerscentrum in Onnen (een dorp van zo’n 500 inwoners) verdwijnt na de zomer, en daarmee ook de leerlingen. Zij worden verspreid over andere centra in het land.

Nederland, Leek, 14-06-’17; De asielschool in het Groningse Onnen. Kinderen uit het nabij gelegen azc zitten hier op deze opnieuw geopende dorpsschool, maar ook kinderen met verblijfsvergunning uit de regio.
Op schoolreisje naar speelpark Nienoord.

Foto: Kees van de Veen

FOTO’S NIET GEBRUIKEN IN NEGATIEVE CONTEXT!

Voor De Borg betekent dat het einde van een bijzonder driejarig experiment. Als enige schoolbestuur in de regio hapte Kees Bouma, directeur van de hoofdvestiging in Haren, toe toen de gemeente in 2014 vroeg wie er snel een school kon inrichten. „Ik vond het een mooie uitdaging. En het paste bij onze visie als christelijke school, alhoewel we het hele religieuze element hier eruit gelaten hebben.”

Halsoverkop werd een oud schoolgebouw – wegens krimp al drie jaar dicht – heropend. Meubels kwamen van de Flight Academy in Eelde en andere behulpzame instellingen, de gemeente gooide snel een laagje verf over de muren. Leerkrachten sloegen aan het kopiëren om lesmateriaal te hebben.

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen

Ballontrappen

Vandaag valt voor de tweede keer het doek. Toch heerst er een feestelijke stemming: de ouders zijn uitgenodigd en nemen eten mee. De kinderen spelen spelletjes en versieren fotolijstjes met een foto van alle vier de klassen.

Gonny Bijl speelt nog een laatste keer ballontrappen met haar klas – op de achtergrond klinkt Arabische muziek. Afschuwelijk, vindt ze het dat de school nu verdwijnt. Zij was er bij de vorige sluiting ook al bij. „Maar alleen het gebouw is hetzelfde, verder niks.”

Ze gaf zich als eerste op om hier juf te worden, nadat directeur Bouma de vestiging had aangekondigd. Op de eerste dag stonden er tachtig kinderen met hun families voor het hek te wachten. Bijl en haar collega’s deelden ze in op lengte – ze hadden geen idee hoe oud de nieuwkomers waren en welke talen ze spraken. Op de grond in haar klas legde ze rekenbladen van alle niveaus. „Ik heb toen duidelijk gemaakt dat ze hun eigen niveau moesten zoeken.” En ze begon met de taalbasis. „Dit is een schaar. Dit is een pen.”

Foto Kees van de Veen

Het onderwijs voor asielzoekerskinderen is zogenoemd NT2-onderwijs: Nederlands als tweede taal. Vaak, bij de meeste azc’s, worden de lessen gegeven op een noodschool op het terrein van het centrum, een enkele keer in speciale klassen op reeds bestaande scholen. Onnen was een van de weinige plekken waar toevallig een heel schoolgebouw leegstond, op loopafstand van het azc. Directeur Bouma: „We hebben geluk gehad.”

Het dorp reageerde daar volgens hem grotendeels goed op. Er was een enkel negatief geluid, maar vaak was men blij met de levendigheid, die sinds de eerste sluiting van de school toch wat minder was geworden. De tachtig jonge Onnenaren brachten weer geluiden mee zoals die er een paar jaar terug te horen waren. En elke ochtend die stoet kinderen door het dorp - de krimp leek in één klap gekeerd. „Er kwam laatst iemand naar mij toe die zei: Onnen gaat nu dood”, vertelt lerares Fabienne Rietdijk.

Makkelijk was het uit het niets opzetten van een speciale school niet. Er is geen blauwdruk voor dit soort onderwijs. Eén leraar per klas – dat bleek te weinig. Dus besloot Bouma meer personeel aan te nemen, wat het financiële risico van de hele onderneming weer vergrootte. En er moesten toch echt ook tolken geregeld worden. Bijl: „Ik had in het begin wel een Syrisch meisje dat heel goed Engels sprak, die kon ook wel vertalen.”

Op transfer

Moeilijk was het soms plotselinge vertrek van leerlingen. Was Yousouf opeens weg, zeiden de kinderen tegen Bijl: „Hij is op transfer, hij is op transfer.” Toen Mohammed vertrok stonden alle jongens in de hal arm in arm te snikken. In de centrale ruimte hangen foto’s van iedereen die weg is.

Bijl zegt voorbereid te zijn geweest op heftige voorgeschiedenissen van kinderen, maar het bleef wennen hoe diep die in de klas konden doordringen. „Soms was er net een bombardement geweest in Syrië.” Dan kwamen er allemaal schokkende verhalen naar boven, over Griekenland of lange wandelingen door Turkije. „Ik heb ook met tranen in mijn ogen gezeten.” Wat doe je dan als juf? „Meestal gingen we na een tijdje naar het speelveldje. Of ik deelde schrijfboeken uit. Dat creëerde vaak een enorme rust.”

Een deel van het personeel gaat – na deze middag vol tranen - terug naar de hoofdvestiging in Haren. Anderen kunnen mogelijk in Hoogezand aan de slag. Een aantal leerlingen verhuist ook daarheen.

Gonny Bijl heeft daar al een plek geregeld. Weer in een NT2-klas – haar nieuwe liefde.

Foto Kees van de Veen