Dankzij deze Grote Vriendelijke Reus krijgt het CDA zijn zin

De methode-Pieter Heerma: stilletjes en zonder ruzie onderhandelt het CDA nu over de coalitie van zijn eerste voorkeur.

Pieter Heerma en Sybrand Buma. Foto Bart Maat/ANP

Stilletjes en in kleine stappen is de formatie zo gekanteld dat het CDA nu onderhandelt over de coalitie van zijn eerste voorkeur: met VVD, D66 en ChristenUnie. Zonder ruzie uit te lokken met GroenLinks, zonder theater te maken voor televisiecamera’s en zonder opzichtig te lekken, heeft de partij haar zin gekregen. Precies dat, zo blijkt uit gesprekken met mensen die eerder met hem te maken hadden, is de methode Heerma.

Pieter Heerma (39) is de buiten het Binnenhof onbekende secondant van partijleider Sybrand van Haersma Buma. Pas één periode zat hij in de Tweede Kamer, waar hij de belangrijke maar weinig opzienbarende portefeuille Sociale Zaken had. Hij is niet bekend van regelmatige aanwezigheid in talkshows, grote kranteninterviews of sociale mediarelletjes. Ook tijdens de formatie valt hij alleen op als imponerende, maar zwijgende verschijning in het gezelschap van onderhandelaars dat zich op gezette tijden over het Binnenhof verplaatst.

Heerma is bijna twee meter lang en heeft een postuur dat zijn jeugdkampioenschappen judo in de hoogste gewichtsklasse verraadt. Kamerlid Sadet Karabulut (SP), die de afgelopen jaren met hem in de Kamercommissie Integratie zat, noemt hem liefdevol „de Grote Vriendelijke Reus”. De CDA’er combineert zijn imposante voorkomen met een uiterst collegiale manier van politiek bedrijven, die van links tot rechts geprezen wordt.

Lees ook de column van Tom-Jan Meeus, waarin hij schrijft over het meest opbeurende inzicht van vier maanden formatie in Den Haag.

Lodewijk Asscher, die de afgelopen jaren als minister van Sociale Zaken „bijzonder goed” samenwerkte met Heerma, noemt het „heel logisch” dat juist hij nu onderhandelt. „Pieter is inhoudelijk, kritisch, betrouwbaar en kan met iedereen goed opschieten.” Heerma is bovendien voor Buma „een vertrouweling met wie hij blind kan lezen en schrijven”, zegt Pieter Jan Dijkman, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van het CDA. „Hij is politiek veel ervarener dan ik”, zegt Kamerlid Mona Keijzer, de nummer twee van het CDA bij de laatste verkiezingen.

Heerma mag relatief kort in beeld zijn, hij werkt al sinds zijn 24ste bij het CDA. Jack de Vries, het voormalige hoofd voorlichting, bood de net afstuderende politicoloog een baantje aan in de verkiezingscampagne van 2002. Heerma had eigenlijk journalist willen worden, maar bleef hangen toen het CDA fors won en campagnes elkaar vervolgens snel opvolgden. Hij werd woordvoerder van het destijds nieuwe Kamerlid Buma en in 2007 van de hele fractie. Een positie in het hart van de partij, in de schaduw van de partijtop.

Pieter is één van de architecten van de harde oppositiekoers van het CDA.

De partij van zijn vader Enneüs

Pieter Heerma’s geschiedenis met het CDA gaat nog verder terug. Zijn vader, Enneüs Heerma, was jarenlang wethouder in Amsterdam en staatssecretaris van Volkshuisvesting voor hij in 1994 fractievoorzitter van het CDA werd. Hij slaagde er niet in de partij, voor het eerst in de oppositie, smoel te geven en werd binnen drie jaar gedwongen af te treden. Hij moest door ziekte vervolgens afzien van een burgemeesterschap in Hilversum. Twee jaar later overleed hij.

Het wekt soms verwondering dat de energieke Heerma zich met ziel en zaligheid inzet voor de partij die zijn vader afdankte. Jack de Vries, die voor Heerma senior werkte en Heerma junior naar Den Haag haalde, zegt daar geen ingewikkelde psychologische verklaringen in te zoeken. Wel ziet hij twee gevolgen. „Enneüs was een goed bestuurder en politicus, maar worstelde met beeldvorming. Daar is Pieter juist expert in geworden.” De tweede les: „Pieter is één van de architecten van de harde oppositiekoers van het CDA van de afgelopen jaren, omdat hij destijds heeft gezien hoe het níét moet.”

Heerma hield zelfs geen vijanden over aan de samenwerking met de PVV.

De afgelopen kabinetsperiode weigerde het CDA de coalitie, die geen meerderheid had in de Eerste Kamer, steevast tegemoet te komen. Het sloot geen akkoorden, zelfs gesprekken in ‘achterkamertjes’ waren taboe. Heerma was één van de drijvende krachten achter die werkwijze. Wel zocht hij ondertussen achter de schermen steeds contact met politici van oppositie én coalitie om steun voor zijn plannen te verwerven. Roos Vermeij, oud-PvdA-Kamerlid, zat met hem in de commissie Sociale Zaken. „Hij hoefde niet het journaal of de krant te halen, maar wilde iets bereiken.”

Zijn openheid en betrouwbaarheid zorgde voor een „gunfactor” waardoor hij kleine successen boekte, vaak met het gezin als centraal thema. Zo lukte het Heerma – zelf vader van twee zoontjes van zes en drie – om crèches die door ouders zelf worden gerund, open te houden. Een voorstel van hem om het verschil in doorbetaling bij ziekte voor zzp’ers en mensen in loondienst meer in balans te brengen, wordt nu bestudeerd door de SER.

Opvallend genoeg heeft Heerma zelfs geen vijanden overgehouden aan de samenwerking met de PVV, die hij als woordvoerder in 2010 loyaal steunde. „Die periode heeft diepe wonden geslagen bij iedereen in de partij”, zegt oud-Kamerlid Jan Schinkelshoek, die destijds min of meer de partij werd uitgewerkt. „Maar op Pieter kun je niet boos zijn. Ik zal je bekennen: ik heb op hem gestemd in maart.”

Gezonde vaderlandsliefde

Naast politiek resultaat willen boeken, heeft Heerma zich de afgelopen jaren erg beziggehouden met de ideologische basis van het CDA. Hij is niet het type dat ’s avonds nog een zaaltje partijgenoten in het land toespreekt, maar juist voor het wetenschappelijk instituut artikelen schrijft over thema’s als ‘gezonde vaderlandsliefde’ en ‘sociaal-conservatisme’. Daarin staat volgens Heerma „het belang van de dominante joods-christelijke cultuur” centraal. „Pieter is heel erg bezig met de kracht van de samenleving, wat ons allen bindt”, zegt Mona Keijzer. „Hij ziet het geloof ook als een verbindende factor.”

Opvallend genoeg kwam Heerma in 2015 in het Reformatorisch Dagblad ‘uit de kast’ als agnost. „De christelijke waarden zitten nog diep in mij verankerd,” zei hij. Maar „ik heb de natuurlijke neiging agnost te zijn” – het niet zeker te weten.

Heerma’s expertise in zowel beeldvorming als ideologie en zijn goede verhoudingen met andere partijen, maken hem volgens Jack de Vries „een goede kandidaat” om straks fractievoorzitter te worden. Een cruciale positie in het geval er straks een coalitie van vier partijen zit met de kleinst mogelijke meerderheid. In de CDA-fractie willen ze niet over de toekomstige taakverdeling speculeren.

Maar met Heerma zit iemand aan de onderhandelingstafel die weet dat „de hele fractie straks het eindresultaat moet kunnen dragen”, maar dat ook „de onderhandelingspartners niet onnodig met problemen moeten worden opgezadeld”. Dat heeft hij volgens zijn CDA-collega Pieter Omtzigt geleerd van het debacle van Rutte I. „De verhoudingen tussen de partijen nu tijdens de onderhandelingen leggen de basis voor de komende jaren.”