‘We hebben wat recht te zetten tegen die Hongaren’

De Hongaarse fans hebben hun gezichten in het rood-wit-groen geverfd. Op tv doen bekende waterpoloërs mee aan reclamespotjes en op de bus staat een gespierde waterpoloër afgebeeld. In Boedapest, waar op 14 juli het WK begint, leeft de sport meer dan waar dan ook.

Sabrina van der Sloot vorig jaar tijdens het olympisch kwalificatietoernooi. Foto Gertjan Kooij/ANP

Al drie jaar speelt Sabrina van der Sloot (26) in Hongarije, het Oost-Europese land dat tot 1989 nog tot het Oostblok behoorde. „Echt lekker eten kun je er niet”, vertelt de frêle waterpoloster, één van de topschutters van Nederland. „En als je in Boedapest in de bus zit, dan kijken de mensen vaak sip of chagrijnig. Hongarije is geen Spanje of Italië, waar de zon schijnt en je lekkere tapas kunt eten. Nee, met mijn club uit Boedapest (UVSE, red.) eten we altijd op de campus van de universiteit, waar we wat rijst met vlees en diepvriesgroente voorgeschoteld krijgen. Vies is het niet, maar lekker is anders.”

Ze woont in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. De stad en het land, dat bekend staat om haar natuurlijke (thermische) bronnen, de rechtse premier Viktor Orbán, maar vooral ook haar traditie in het waterpolo. „De kleine kinderen hier willen geen voetballer worden, maar waterpoloër”, zegt ze. „De zwembaden hier liggen vol met jeugd. Ook als ze ’s winters buiten moeten zwemmen en de temperatuur diep onder nul is. Dan nog trekken de Hongaarse kinderen hier zonder morren hun baantjes.”

Historie

Ze had naar Italië en naar Griekenland gekund. En toch koos Sabrina van der Sloot en nu ook keepster Laura Aarts om in de Hongaarse competitie te spelen. „De sport heeft hier zo’n historie”, vertelt ze. „Tussen 2000 en 2008 werden de Hongaarse waterpolomannen drie keer achter elkaar olympisch kampioen. Dat is bijzonder. Als je in Boedapest vertelt dat je waterpolo speelt, dan zijn de mensen oprecht geïnteresseerd. Dan willen ze weten bij welke club je speelt en op welke positie je ligt. Dat is wel anders dan in Nederland, waar ze al gauw vragen wat je nog meer naast je sport doet.”

Dénes Kemény, die als bondscoach drie keer op rij olympisch goud won, weet waar het succes van zijn land vandaan kwam. Bij het EK in Boedapest (2014) wees hij naar de negen vlaggen, die hoog boven het Alfred Hajos zwembad in Boedapest uittorenden en de negen gouden olympische medailles van het Hongaarse waterpolo vertegenwoordigden. „Het is zoals het schaatsen bij jullie”, vertelde hij. „Honderd jaar geleden speelden we al waterpolo in het natuurlijke bronwater dat twaalf maanden per jaar warm was. In Engeland hebben ze het gras en de regen; in Hongarije hebben we thermische baden en daaruit voortvloeiend waterpolo.”

Gergely Kiss, de linkshandige topschutter van Hongarije én tevens drievoudig olympisch kampioen, gaat nog een stap verder: „De Hongaren zijn een creatief volkzegt hij. „We volgen niet alleen de regels en de spelpatronen van andere landen. We willen onze eigen aanvallende spel creëren.”

De voormalige topspeler van Hongarije legt uit: „We hebben geen bergen of grote fabrieken; we hebben geen beroemde merken. Maar we hebben wel geleerd om ons koppie te gebruiken. Als je naar de geschiedenis van Hongarije kijkt, dan zie je dat het Hongaarse volk veel geleden heeft. De Turken en de Russen; veel volkeren hebben ons onderdrukt. Uiteindelijk hadden we maar één manier om onszelf te laten zien en dat was met sport. Met waterpolo konden we de eer van ons land verdedigen.”

Badpak vastpakken

Dat klinkt allemaal prachtig, maar denk maar niet dat de Hongaarse waterpolovrouwen Van der Sloot en haar teamgenoten van Nederland straks een duimbreedte gunnen. Zeker niet op het WK in eigen land, waar ze moeten schitteren. In de EK-finale van vorig jaar in Belgrado speelde Hongarije al bikkelhard tegen Nederland, en dat zal op het WK straks niet anders zijn. De Hongaarse midvoor Barbara Bujka en haar ploeggenoten zijn gewend om een tikkie uit te delen of een badpak vast te pakken en dat zullen ze tegen Nederland zeker niet laten.

„Het wordt hard tegen hard” , denkt Van der Sloot, die met haar club UVSE gewend is om op het Margaret-eiland in Boedapest te spelen. „Ik heb drie jaar met die Hongaarse meiden gespeeld en we zijn kampioen geworden van Hongarije. Als ik met Nederland speel, dan wil ik echter gewoon winnen. En als ik daar iemand pijn voor moet doen, dan doe ik dat. Ik laat me zeker niet pakken.”

Nederland heeft tegen Hongarije wel wat recht te zetten. Mede door het harde spel van de Hongaarse vrouwen verloor Nederland vorig jaar de EK-finale in Belgrado en liep daardoor de Olympische Spelen in Rio mis. De Nederlandse vrouwen hielden aan dat verlies in Belgrado zo’n tik over dat ze niet meer in staat waren om het olympisch kwalificatie in Gouda goed te spelen. „Dat was zo’n domper”, zegt Van der Sloot. „Na het EK zijn we op dezelfde weg doorgegaan, terwijl we iets anders hadden moeten doen. Ik weet niet of het mentaal was, maar het werkte in ieder geval niet. Het missen van de Spelen gaf een klap. Dat moest ik echt even verwerken.”

Twee jaar geleden werd Nederland nog verrassend tweede op het WK in Kazan. „We zijn niet slecht”, zegt de Goudse waterpoloster. „Daarom zijn we ook met zijn allen door gegaan. We willen laten zien wat we kunnen. De verschillen in het internationale waterpolo zijn zo klein. Als alles op zijn plek valt, dan kunnen we het WK winnen.”