Mollema rijdt de tijdrit van z’n leven

Tour de France

Bauke Mollema gebruikt zijn nieuw verworven vrijheid bij Trek om de aanval te zoeken. En hoe. Na een solo wint hij de vijftiende etappe.

Bauke Mollema leidt de klim op de Col de Peyra Taillade. Net over de top zou hij demarreren. Foto Benoit Tessier/Reuters

Over de top van de Col de Peyra Taillade, van de eerste categorie, komt een kopgroep van een achttal wielrenners op adem, even mag de spanning van de benen, als het melkzuur er om het hardst in bijt. Een vacuüm bedoeld voor kortstondig herstel. Eén renner ziet dan zijn kans schoon: Bauke Mollema heeft het trucje afgekeken van zijn collega Tony Martin, die kort daarvoor demarreerde toen de weg omlaag liep. Hij springt weg, kijkt niet meer om en begint aan de tijdrit van zijn leven.

Mollema slaat meteen een gat. Maar het is nog ver, heel ver, ruim dertig kilometer naar Le Puy-en-Valay, een middeleeuwse stad in het Centraal Massief. Ach, wat kan hem het ook schelen, hij gaat er voor. In de Tour komen kansen op dagsucces niet aanwaaien en al helemaal niet voor een renner die zijn halve leven al voor het algemeen klassement rijdt, dan nooit de ruimte krijgt om bij alles en iedereen weg te rijden.

Voor het eerst in zeven Tours is Mollema knecht. Eerder dit jaar draaide het om hem in de Ronde van Italië, hij was daar de man die het voor Trek moest gaan maken. Maar Mollema werd zevende, dat viel tegen – in zijn eigen woorden: „Het was niet waarop ik had gehoopt.”

In de Tour de France kreeg hij een dienende rol. Alles in Frankrijk was gericht op misschien het laatste succesnummer van Alberto Contador. Dat was wel even wennen, zei hij vlak voor de Tourstart in Düsseldorf. „De Tour is het grootste wat er is voor mij. Ik ben nu wel héél relaxed.”

Lees ook de column van Wilfried de Jong over etappezege van Mollema: De paardenkrachten van Bauke Mollema

Hardop fantaseren

Hij keek er op een of andere manier ook wel naar uit om in dienst van een ander zich het snot voor de ogen te rijden. „Het is iets nieuws, maar ook deze taak wil ik zo goed mogelijk vervullen.” In de hoteltuin fantaseerde hij hardop over het peloton bergop aanvoeren als de Tour op een kantelpunt aanbeland was. Maar zover kwam het nooit.

Zijn kopman was simpelweg niet goed genoeg, had veel pech bovendien. Contador verloor vooral tijd in de negende etappe van deze Tour, ruim vier minuten in de rit naar Chambéry. Twee dagen later smakte de Spanjaard twee keer tegen het asfalt. Kansen op een goed klassement verkeken, maar dat opende juist deuren voor Mollema. Een knecht wordt rittenkaper als de kopman wegvalt.

Aan de voet van de Pyreneeën zei hij het voor het eerst hardop: vandaag zou hij best eens mee kunnen zitten met de goede vlucht. En dan wist je het maar nooit. Maar ontsnappen en dan wegblijven is geen sinecure, zeker niet voor een beginneling, in dat opzicht.

Zondag miste Mollema aanvankelijk ook de slag. Een groep van tien renners reed na de start weg, zonder een pion van Trek-Segafredo, terwijl ploegleider Steven de Jongh die opdracht wel had meegegeven. Dit is niet het seizoen van Trek. „We zijn geloof ik 26 keer tweede geworden”, zei teambaas Guercilina. Succes was kortom broodnodig.

In tweede instantie was het wel raak, na een collegiale krachtinspanning van jewelste zat Mollema mee in een groep van dertig. Meteen werd Contador door de ploegleiding teruggeroepen: het peloton zou deze renners alleen de zege geven als hij er geen deel van uitmaakte. Hier maakte de kopman plaats voor de knecht. En met succes.

De uitslag van de etappe

Maar dan moet je het nog wel afmaken, en hoe reken je af met acht man, daarbij een aantal renners met een beter eindschot? „Ik wist dat ik het qua explosiviteit tegen ze zou afleggen”, zei Mollema. „Toen dacht ik: ik probeer het gewoon.”

De vlag met ‘sommet’, op dertig kilometer voor het einde. Mollema hoeft niet meer te rekenen, in plaats daarvan buigt hij zich over zijn stuur en vliegt hij als een vrije vogel langs dorpjes die veelal beginnen met ‘Saint’, geen idee waar het schip zal stranden. Een actie begonnen op intuïtie, daarna voortgestuwd door het brein van het dromende jochie dat ook de koele rekenaar in zich draagt, al sinds hij met pa en ma door Frankrijk trok en helden van weleer zich heroïsch een weg naar de top zag vechten.

Vier renners willen hem terughalen. Tevergeefs, want Mollema kan niet alleen goed klimmen, de laatste jaren leerde hij ook tijdrijden. De prooi loopt uit bij zijn jagers, het gaat van twintig tot iets meer dan 40 seconden. In de laatste vijf kilometer wordt het nog spannend, want het kwartet nadert tot tien tellen. Maar de finale is bochtig, en bijna nooit wordt het schuddende bovenlijf van Mollema zichtbaar voor zijn achtervolgers. De teller geeft een gemiddelde snelheid van 47,6 kilometer per uur aan, over 30 kilometer.

Tour is het summum

Als hij de rode vlag van de laatste kilometer passeert, weet-ie dat hij gaat winnen. Het wordt de grootste zege in zijn loopbaan, groter dan de Clasica San Sebastian van vorig jaar, groter ook dan die ‘leuke’ zege in de Vuelta, vier jaar terug. De Tour is voor Mollema het summum.

Met de finishlijn in zicht gaat hij rechtop zitten, zijn armen spreidt hij ten hemel en er verschijnt een glimlach rond zijn mond die we bij Mollema nooit eerder zagen. Hij wint de vijftiende etappe van de Tour de France. „Finally”, zegt hij na afloop tegen een Australische verslaggever. De altijd zo stoïcijnse wielrenner bijt heel even op zijn onderlip.