Column

Met een beitel langs het oog de hersens in

Lopen kan Anton van Grootel (89) nauwelijks meer en zijn tong laat zich maar moeizaam sturen. Hij heeft een pilletje extra ingenomen om beter verstaanbaar te zijn. Parkinson. We zitten in de tuin van zijn huis in Bilthoven te praten over zijn jonge jaren als arts in een psychiatrisch ziekenhuis in Amerika. Wat hij dáár meemaakte, onvoorstelbaar. One Flew Over the Cuckoo’s Nest. Maar dan echt.

Het kwam door zijn moeder dat hij naar Amerika ging, begin jaren vijftig. Ze was dienstbode geweest bij een dokter en had grote bewondering voor die man gehad. Van Grootel deed een deel van zijn opleiding in Richmond, Virginia, en daarna werkte hij een jaar in het Eastern State Mental Hospital in Williamsburg, waar 2.300 patiënten waren opgeborgen.

Schizofrenen, dwangneuroten. Medicijnen om ze te kalmeren waren er nog niet. Het was schreeuwen en tegen de muren bonken en smeren met uitwerpselen. Als het al te dol werd, kregen ze elektroshocks. Maar net in die tijd was er nog een andere therapie in zwang, even wreed als revolutionair, en dat was de lobotomie. Met een beitel via de oogkas de frontale hersenkwabben in en daar een paar keer heen en weer bewegen. Van Grootel is de enige nog levende Nederlandse arts die er getuige van is geweest.

De methode was bedacht door de Portugese neuroloog Egaz Moniz, hij kreeg er in 1949 de Nobelprijs voor. Het idee was dat de ‘vastzittende gedachten’ die de stoornissen veroorzaakten zo werden ‘doorgesneden’. Daarna waren patiënten érg rustig.

In Amerika werd de behandeling vooral uitgevoerd door Walter Freeman die, volgens Van Grootel, als reizend circus alle staatsziekenhuizen aandeed, ook het Eastern. „We kregen foto’s te zien van een meisje in gestichtskleding, en daarna als lachende bruid. De volgende dag begonnen de operaties. Ik gaf de narcose. Freeman stond daar in zijn blote armen, geweldig behaard. Hij tilde het ooglid van de patiënt op en dan krak, krak.”

Van Grootel laat een knipsel zien uit de NRC van 18 april 1987. Een recensie van een boek over psychochirurgie, met een foto van Freeman in een mouwloze doktersjas. Hij tikt met een hamer op de beitel in de oogkas van de patiënt op tafel. Tussen 1949 en 1952 gebeurde het in Amerika 5.000 keer per jaar. Daarna werd het snel minder, onder anderen door Jack Nicholson, die in de rol van de charmante pestkop Randle P. McMurphy voor straf lobotomie ondergaat. Hij verandert – dit is het slot van One Flew Over the Cuckoo’s Nest – in een kasplant en wordt uit zijn lijden verlost door een medepatiënt.

Wat Van Grootel het ergst vond: het decorumverlies van patiënten. „Enorme lol als ze een scheet lieten. Met blote handen eten en hun mond volproppen.” Hij keerde in 1955 terug naar Nederland en werd algemeen chirurg. Géén psychiater.