Recensie

Van doldwaze mime tot 22 rennende dansers

Julidans 2017

Bedwelmende voorstellingen, onbegrijpelijke mislukkingen en kleine juweeltjes. Festival Julidans sloot dit weekeind een sterke editie af.

"Giselle" door Balletto di Roma. Foto Gabriele Orlandi

Julidans 2017 is ten einde en het mag een veelzijdige editie worden genoemd. Zo begon het internationale festival voor hedendaagse dans met de ijzersterke, theatrale voorstelling Betroffenheit en eindigde het met een jammerlijke vergissing waaraan choreografie, noch niveau van dans en zang, noch algeheel concept aan deugde: hoe DFS van Cecilia Bengolea en François Chaignaud het tot festivaluitsmijter heeft geschopt is een raadsel.

“Titans” van Euripides Laskaridis. Foto José Miguel Jiménez

Eerder, op de ‘Griekse avond’, ging het van de doldwaze dadaïstisch-absurdistische mime met piepschuim, zagen, pruiken, lichtobjecten, lichteffecten én rasperformer en choreograaf Euripides Laskaridis als een soort zwanger fantasytrolletje (Titans), tot het compleet tegenovergestelde. Christos Papadopoulos’ Elvedon is een uiterst consequente, abstract-minimalistische bewegingscompositie met een bedwelmende uitwerking. Gebaseerd op Virginia Woolfs roman The Waves, toont Elvedon met verschuivende, ritmisch verende en wiegende patronen het onvermijdelijk voortschrijden van de tijd en de voortdurend veranderende relaties tussen de zes dansers. Wie zich erin laat meezuigen, ziet de lucht golven.

In totaal 36 voorstellingen viel zo vrijwel het hele, hedendaagse spectrum te bewonderen (en soms te verfoeien). Julidans lokte daarmee een recordaantal van 18.000 bezoekers (gemiddelde zaalbezetting 86 procent) naar Leidseplein en satelliettheaters in Amsterdam-West en Zuid-Oost.

Hiroshi (links) en Kaori Ito. Foto Gregory Batardon

Ontroerend

Tijdens week twee van het festival is het intieme I dance because I do not trust words een klein juweeltje: een ontroerend, fysieke portret van de verbondenheid en toenadering tussen de Japanse Kaori Ito en haar hoogbejaarde vader Hiroshi.

Mooi werk ook van bekendere namen. Itamar Serussi (huischoreograaf bij Scapino Ballet Rotterdam) en de Oostenrijker Chris Haring (ook met zijn eigen gezelschap Liquid Loft in het festival) verrassen met de radicale herinterpretatie voor Balletto di Roma van de balletklassieker Giselle, over een boerenmeisje dat door een graaf wordt bedrogen. Graaf en meisje zijn ternauwernood te identificeren in Serussi’s eerste (‘dorps’)akte, waarin vooral flarden muziek verwijzen naar het negentiende-eeuwse origineel. Serussi’s drukke, speels-elegante danstaal echter is in wezen expressieloos. Bij Haring golft de emotie letterlijk door het tienkoppige corps de ballet der Wili’s. Zij, geesten van maagden, verbeelden de wraakzucht van de bedrogen vrouwen en, in een orgiastisch tafereel, hun gefnuikte lust. Het corps de ballet dat en arabesque over het toneel hupt is de meest directe referentie, een geluidsfragment uit een film over overspel een typische Haring-ingreep. Met deze Giselle zet het voorheen slaperige Romeinse gezelschap een moedige stap.

Rennen

Sharon Eyal & Gai Behar borduren in Love Chapter 2 voort op hun succesproductie OCD Love. Van liefde is in dit vervolg weinig te merken: de zes dansers bewegen voortdurend op hun tenen, alert, in elkaar gedoken, contact is er nauwelijks. Het idioom is beperkt, maar krachtig, scherp, hoekig: onwezenlijk. Pas langzaamaan lost de spanning op en richten de dansers zich op, als ook in de industrieel rommelende soundscape een melodie klinkt. Van een happy end is echter geen sprake: het doek zakt, punt.

“Auguri” van Olivier Dubois. Foto François Stemmer

Olivier Dubois, gekoesterd enfant terrible van het festival, laat Auguri wel tot een echt einde komen, na een perfect geregisseerde en gedoseerde ‘ren-choreografie’ voor 22 dansers. Zij zwermen (de titel verwijst onder andere naar de toekomstvoorspellende waarde die door de oude Romeinen aan het zwermen van vogels werd toegekend) met steeds meer tegelijk over het toneel. Op volle snelheid rennen ze, ieder naar zijn natuur, soms scherp uitwijkend en wendend om niet de coulissen in de duiken of in botsing te raken.

Hun gejaagdheid, hun afgedwongen reacties – zien we onszelf, de moderne mens? – slaat gaandeweg op de toeschouwer over. Als de rust neerdaalt en de dansers zich op de blauwe raamwerken vlijen, valt ook in de zaal een last van de schouders. Na Auguri had deze sterke editie van Julidans gerust mogen eindigen.