Herdenking Turkse coup: „Ik ben trots dat hij martelaar is”

Het broertje van de 18-jarige Zehra kwam om het leven tijdens de coup. Zij kreeg een baan op het ministerie en haar moeder ontvangt elke maand een martelaarssalaris. “Hij was de dapperste van de familie.”

Erdogan, zijn vrouw Emin en generaal Hulusi Akar bidden tijdens een ceremonie ter nagedachtenis aan de mislukte coup in 2016. Foto EPA

Voor Kayla Zehra Ayabak (18) is het zaterdag een lange, intense en treurige dag. Als familie van een martelaar – haar 17-jarige broertje Mahir overleed tijdens de mislukte coup in Turkije, dit weekend een jaar geleden – is ze het middelpunt van de herdenkingen.

Dat begint ’s ochtends al, als familieleden, vrienden en buren langskomen om de familie te condoleren en te feliciteren. Want hoewel Mahirs dood nog altijd pijn doet, is zijn martelaarschap voor gelovige moslims als de Ayabaks ook reden voor trots.

„Ik ben nog steeds niet over zijn dood heen”, zegt Zehra, een klein meisje met een modieuze hoofddoek en een grote bril. „Iets in me is gestorven. Hij was elf maanden jonger dan ik, we waren onafscheidelijk. Hij was de dapperste van de familie. Ik ben ontzettend trots dat hij een martelaar is geworden.”

Privileges voor martelaren

Mahir kwam tijdens de coupnacht door kruisvuur om het leven. „Hij was zonder toestemming van mijn ouders naar de luchthaven gegaan om de natie te verdedigen”, zegt Zehra, die een boek over haar broertje aan het schrijven is. „Toen mijn vader er lucht van kreeg, belde hij hem. Vijf minuten later werd Mahir doodgeschoten. Hij had zijn telefoon nog in de hand.”

Net als andere martelaarsfamilies krijgen de Ayabaks allerlei privileges van de overheid. Ze hebben 88.596 lira (ruim 21.800 euro) smartengeld gekregen. Zehra’s moeder ontvangt elke maand een martelaarsuitkering. De familie mocht belastingvrij een auto kopen. En twee leden van de familie kregen een baan bij de overheid. Zehra werkt sinds vorig jaar voor het ministerie van Justitie. Met achttien jaar is ze de jongste ambtenaar van Turkije, zegt ze trots.

De Turkse president zei dat bij een ceremonie ter nagedachtenis aan de mislukte staatsgreep, precies een jaar geleden.

Mars voor Nationale Eenheid

Zaterdagmiddag loopt Zehra’s gezin samen met de andere martelaarsfamilies mee met de Mars voor Nationale Eenheid. De mars, die wordt geleid door premier Binali Yildirim, begint in de wijk Çengelköy en eindigt bij de ‘15 Juli Martelarenbrug’, voorheen de Bosporusbrug, waar tijdens de coup 34 burgers om het leven kwamen.

Er zijn honderdduizenden mensen naar de brug gekomen in Istanbul om de coup te herdenken. Ze dragen posters met foto’s en namen van de martelaren, T-shirts met het logo van de coup – een sikkel en een ster met daarin het cijfer vijftien – en zwaaien massaal met Turkse vlaggen. De meeste aanwezigen zijn aanhangers van president Erdogans AK-partij. Maar er zijn ook mensen die het belangrijk vinden om de coup te herdenken zonder zich te laten leiden door politiek.

„Ik steun Erdogan niet, ik ben gekomen omdat vorig jaar onze democratie is gered”, zegt Ahmet Eryildiz. „Het gaat vandaag niet om partijpolitiek. Er zijn hier mensen met diverse politieke overtuigingen. Maar we zijn samengekomen in de overtuiging dat een gekozen leider beter is dan een leider die door een coup aan de macht kwam.”

Mensen zwaaien met de Turkse vlag wanneer Erdogan een speech geeft ter nagedachtenis aan de mislukte coup in 2016.Foto Ozan Kose/AFP

Voordat de ceremonie begint krijgt de massa op grote videoschermen korte films over de coupnacht te zien. In één daarvan neemt een man afscheid van zijn dochter voordat hij de straat op gaat om de opstandige militairen het hoofd te bieden. Even later wordt hij op de Bosporusbrug doodgeschoten. „Die nacht ben ik volwassen geworden”, zegt het meisje in de voice-over. „Mijn jeugd is overreden door tanks. Mijn vader is gestoven voor de natie. Papa, je bent mijn martelaar en ik ben je wees.”

Ottomaanse legerliederen

Als premier Yildirim en de martelaarsfamilies aankomen bij de brug, speelt een militaire muziekkapel in Ottomaanse kostuums marsliederen van het Ottomaanse leger. Ze brengen eerst een bezoek aan het herdenkingsmonument, een witte koepel die de eenheid van de natie symboliseert. Ernaast zijn 250 bomen geplant, voor iedere martelaar één.

Tijdens de ceremonie worden de namen van alle martelaren één voor één omgeroepen. Telkens als er een naam wordt genoemd, verschijnt er een portret op de videoschermen boven het podium en naast het publiek. Ook gaat er een schijnwerper aan die een witte lichtbundel de lucht in schiet. Na het noemen van iedere naam scandeert het publiek luidkeels: zijn geest is hier. „Toen Mahirs naam werd genoemd, kon ik niet stoppen met huilen”, zegt Zehra.

Lees ook waarom er nog vele vragen onbeantwoord zijn over de gebeurtenissen vorig jaar: De mythe van de Turkse coup staat de feiten in de weg

‘Hoofden afhakken’

Dan neemt Erdogan het woord. De martelaren hebben zwaarbewapende soldaten verslagen dankzij hun geloof, zegt hij. In de mythe van de coup is de Turkse democratie gered door degenen die het leven lieten. „Hadden onze burgers wapens in hun handen? Nee, net als vandaag droegen ze alleen vlaggen. Maar ze hadden nog een veel sterker wapen: hun geloof.”

Erdogan waarschuwt dat de staatsgreep „niet de eerste en niet de laatste poging” van terroristen is om de Turkse staat te ondermijnen. „Daarom zullen we hun hoofden afhakken.” Hij zegt opnieuw dat als het parlement de doodstraf wil herinvoeren, hij dat zonder aarzelen zal goedkeuren. Zijn aanhangers vinden het prachtig. Alsof ze een voetballer aanmoedigen, scanderen ze: ‘Re-cep Tay-yip Er-do-gan’.

Mars liep uit op een drama

Na de ceremonie vertrekt Erdogan naar Ankara voor een speciale zitting van het parlement en een toespraak om half drie ’s nachts, het moment dat het parlement werd gebombardeerd. De familie Ayabak gaat terug naar huis voor hun eigen herdenking. Na middernacht zullen ze samen met familieleden, vrienden en bestuurders van hun district naar de luchthaven lopen. En de volgende dag hebben ze een herdenkingsgebed gepland.

Maar zondag vertelt Zehra aan de telefoon dat de mars naar de luchthaven is uitgelopen op een drama. Ze klinkt aangeslagen, en heeft niet geslapen. Ze vertelt dat er onderweg een vechtpartij ontstond na „provocaties” door jongens uit de buurt die een andere politieke partij aanhangen. Haar jongere broertje werd in zijn hand gestoken en moest naar het ziekenhuis. Het voorval toont hoe gepolariseerd Turkije is. „Ik heb nu niet eens kunnen rouwen.”

Ook Turkse Nederlanders stonden eerder stil bij de mislukte couppoging in Turkije: ‘Ik vroeg die soldaten, dat doen jullie?’