De paardenkrachten van Bauke Mollema

Pijn in mijn schouders, armen, benen, op mijn zitvlak. Al een klein uur rijd ik mee met Bauke Mollema. Want wie kijkt naar de Nederlandse vechtjas op de fiets gaat vanzelf ook wrikken en duwen. Op je stoel, vanaf de bank, zelfs in bed doe je mee met zijn meeslepende motoriek.

Mollema trapt op de pedalen zoals alleen hij kan trappen; onbeschaamd hard trappen is het, met de knieën een beetje naar buiten, de tong uit de mond en het hoofd scheef op de romp.

Fietsen is een gevecht tegen weerstand. Een gevecht met wind, wrijving, het asfalt, de zwaartekracht. Nergens verbloemt Mollema dat hij dat zware gevecht levert. Het is zijn vak, we mogen het allemaal zien, hij maakt de fietsbeweging niet mooier, eerder lelijker.

Het heen en weer zagen op het zadel – links een ram, rechts een ram – roept vergelijkingen op met het werk in een houthandel. Lange planken, sloophout, boomstammen, alles wordt met intense kracht verzaagd tot schrootjes.

Tijdens zijn solotocht naar Le Puy-en-Velay komt een blote supporter bergop naast hem hollen. Het is potsierlijk om te zien hoe de fan preuts zijn zak beet houdt, terwijl Mollema op het harde zadel zijn scrotum en zijn zitvlak bij iedere pedaalslag teistert.

Ik richt mijn vizier op het cijfertje rechtsonder in het beeldscherm; steeds wisselt de gemeten afstand tussen Mollema en zijn achtervolgers. 238 meter, 233, 222, 219. De voorsprong loopt terug.

Bauke est seul!”, roept de Franse televisiecommentator.

Het klinkt zielig, maar alleen fietsen is van jongsaf aan een tweede natuur bij Mollema. Als jongen maakte hij op een gewone fiets al vele meters over eindeloze paden in de provincie Groningen.

Op grote achterstand rijdt Froome in het peloton. Wat een verschil in stijl. Froome is op de fiets gezet om digitale metertjes uit te laten slaan, om wattages in computerbestanden te kunnen ontcijferen. Bauke Mollema heeft zichzelf op de fiets gezet, simpelweg om te fietsen.

Froome oogt meer als een machine, Mollema als mens.

De voorsprong op de vier achtervolgers slinkt snel. 163 meter, 157, 153… Eén wel gemikte worp van een lasso en ze trekken de solist zo naar zich toe. De Mollema-zagerij maakt overuren; links weer een ram, rechts weer een ram. De splinters vliegen in het rond.

In de laatste kilometers van de etappe zitten nog een paar verraderlijke bochten. Mollema neemt alle risico. Hij hangt scheef, zijn knie vlak boven de stoeprand, en dendert weer door. Hij loopt weer iets uit. 219 meter, 233.

In de finishstraat wijzen witte verkeerspijlen op de weg naar de eindstreep. Mollema kijkt één keer om. Hij is alleen, ja. Maar iedereen rijdt mee. Iedereen schudt het hoofd, iedereen juicht, iedereen komt doodmoe over de streep.

Dit was fietsen in oervorm, door een man met paardenkrachten.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.