Column

Ik ben een blueface – en dat is ook fijn

‘Negenentachtig procent van de mensen gebruikt hun telefoon in het verkeer.” Feitje in een nieuwe indringende Interpolis-reclame. Het begint onschuldig met proefpersonen die op een circuit rijden terwijl ze hun telefoon bedienen. We zien ze tegen plotseling stilstaande auto’s opbotsen en strobalen aan flarden rijden. Maar het venijn zit in de staart van de reclame: dan gaan ze in gesprek met een man, die hen vertelt over het ongeluk dat hij veroorzaakte terwijl hij met zijn carkit zat te klooien. Een jongetje overleed.

Tragisch. Dit jongetje werd slachtoffer van de oude en nieuwe wereld die op elkaar botsen. Onze telefoons zijn allemaal smart, onze auto’s nog allemaal dom. Ook nu vereist een hopeloos ouderwetse taak als het besturen van een voertuig honderd procent van onze concentratie, terwijl de smartphone in onze zak om aandacht zeurt. Over twintig jaar is zo’n ongeluk ondenkbaar. Niet omdat bestuurders bang zijn voor een rij-ontzegging als ze onder invloed van hun smartphone rijden. Ook niet omdat een sensor die file dan een paar honderd meter van tevoren al heeft zien aankomen en op tijd heeft ingegrepen. Nee, dat ongeluk had niet plaatsgevonden omdat die file er nooit was geweest. Ook de file is maar een voorbijgaand symptoom van de transitie naar de nieuwe tijd.

Ik kan niet wachten op die nieuwe tijd, want ik kijk veel liever op mijn telefoon dan op de weg. Op mijn telefoon vind ik alles. Mijn vrienden, het publieke debat, mijn foto’s, mijn boeken, de krant, muziek, radio, podcasts, televisie, mijn administratie, mijn notities. Stuk voor stuk interessanter dan sturen.

Een ‘blueface’ ben ik. Die morbide term leerde ik kennen uit het boek Is daar iemand? van Wouter van Noort over de consequenties van onze smartphone-verslaving. Die zijn niet gering: naast ongevallen veroorzaakt het stress, burnout, concentratieproblemen en depressie. Van Noort legt uit hoe Silicon Valley een soort gokkast ontwikkelde, een apparaatje dat volledig uitgerust is om ons verslaafd te maken en verslaafd te houden. Ook ik moet mezelf er zo nu en dan fysiek van weerhouden het ding niet in de plomp te gooien, zo gek word ik van de tijd en aandacht die het ding opslurpt.

Toch verrijkt het ding mijn leven. Ik herinner me eindeloze borstvoedingsessies terwijl ik gewoon met vriendinnen doorkletste op WhatsApp. Elke dag in de trein lees ik op mijn e-reader-app The Invention of Nature, de nieuwe magistrale biografie van Alexander von Humboldt, of ik doe alle andere klusjes, betaal de huur, beantwoord mijn email, regel een oppas. Forenzen is veel efficiënter en aangenamer geworden. Het voelt niet meer als louter verspilde tijd.

Dat Interpolis-filmpje is een terechte en dringende roep om je smartphone in de achterbak op te bergen tijdens het autorijden. Maar er verschenen de afgelopen jaren talloze andere alarmistische filmpjes over ons bluefaces. Ik zag een filmpje waar twee mogelijke geliefden elkaar mislopen omdat ze op hun telefoon aan het kijken waren. Ik zag een filmpje waar kinderen tevergeefs de aandacht van hun blueface-ouders proberen te trekken. Er gaat op Facebook zelfs een animatie rond waarin onder begeleiding van verdrietige muziek een kudde zombies rij voor rij de afgrond in marcheert al starend naar ons schermpje.

Een treincoupé vol bluefaces past naadloos in een van die filmpjes: de extreem geïndividualiseerde technologie-afhankelijke mens, die alleen nog virtueel door het leven gaat en geen flauw benul meer lijkt te hebben van waar of met wie hij zich in real time bevindt. Er ontbreekt echter een essentieel perspectief, dat van de blueface zelf. Als je op het schermpje meekijkt verdwijnt het pessimisme snel. Dan zie je oude en nieuwe vriendschappen herleven. Mensen die elkaar online toejuichen, feliciteren, omhelzen en troosten. Ik zie bijvoorbeeld de foto’s van de bruiloft van mijn zwager op de familie-app nog een keer voorbijkomen en herbeleef die prachtige dag. De bruid en bruidegom hadden elkaar juist ontmoet omdat zij op hun telefoon hadden gekeken en niet om zich heen op straat. De meest gebruikte emoji’s zijn hartjes, kusjes en vrolijke gezichtjes.

De telefoon leert steeds beter zijn plek kennen in ons leven, als aangename levenspartner, die zo nu en dan in zijn hok moet worden gestuurd, bij overgebruik of in het verkeer. Het is hoog tijd dat er een verplichte app komt, die ervoor zorgt dat je je telefoon alleen kan gebruiken als de motor uit staat. Voor de overgangsperiode in ieder geval. Tot de zelfrijdende auto ons komt verlossen.