Hoe je een toneelvoorstelling weer tot leven wekt

Een theaterhistoricus bestudeert eigenlijk iets „wat niet bestaat, want toneelvoorstellingen leven alleen voort in de herinnering”. Zo kenschetste neerlandicus en theaterwetenschapper R.L. Erenstein zijn monumentale boek Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen uit 1996.

Rob Erenstein werd in 1939 in Semarang, het vroegere Nederlands-Indië, geboren en overleed 1 juli in Hilversum. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden en ‘dramaturgie en geschiedenis van de dramatische kunst’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij koesterde een grote liefde voor de commedia dell’arte. In 1978 promoveerde hij op de studie De herder en de hoveling; een onderzoek naar de aard en de functies van pastorale voorstellingen aan de hoven van Noord-Italië in de 16de eeuw.

Als medewerker van de vakgroep Theaterwetenschap in Amsterdam was hij in de jaren zestig en zeventig betrokken bij de toneelrevolutie Aktie Tomaat. Hij was lid van de zogenoemde ‘analyse-groep’, die vergaderde op zijn kamer en die een nieuw en vooral maatschappelijk engagement in het theater nastreefde.

Erenstein schreef toneelkritieken voor het Algemeen Handelsblad en was scriptschrijver en dramaturg voor VARA, AVRO en IKON. Hij volgde de ontwikkelingen in het theater nauwgezet en had een grote voorkeur voor gezelschappen als Toneelgroep De Appel, De Trust van Theu Boermans, Toneelgroep Amsterdam en Maatschappij Discordia.

Vanaf 1997 was hij een geliefde hoogleraar Theaterwetenschap. Zijn colleges waren vol liefde en aandacht voor het toneel. Hij had een meeslepende manier van vertellen en citeerde moeiteloos uit het wereldrepertoire, waaronder zijn favoriete toneelstuk Shakespeares Hamlet.

Elk hoofdstuk van Een theatergeschiedenis der Nederlanden markeert een beslissend moment in de toneelhistorie, van de eerste opvoering van bijvoorbeeld het ‘duivelsspel’ Maskeroen in 1261 tot Lucifer van Joost van den Vondel door het Publiekstheater in 1979. Al stelt Erenstein dat voorstellingen alleen in de herinnering voortbestaan, zijn boek bewijst het tegendeel: in treffende beschrijvingen komen de voorstellingen van vroeger weer tot leven. Niet voor niets heeft zijn theatergeschiedenis de status van een ‘theaterroman in 120 hoofdstukken’, nog altijd even onmisbaar als lezenswaardig.