De camera, ’t tentje en in Pau een hommage

Tour de France

Oud-wielrenner Léon van Bon (45) is terug in de Tour: als fotograaf. De dag begint met koffie en eindigt in een tentje. In Pau maakt hij selfies bij zijn naam die als ritwinnaar, als hommage, op de weg is vereeuwigd.

Léon van Bon aan het werk in de Cathedrale du Cyclisme, onderweg en bij de finish. Foto's Joris Knapen

Léon van Bon heeft net via Twitter ontdekt dat zijn naam in grote, witte letters op het wegdek van de Avenue Napoleon Bonaparte in Pau is geschilderd, samen met nog 58 namen van wielrenners die in de stad aan de voet van de Pyreneeën een etappe in de Tour de France hebben gewonnen.

De oud-renner en nu wielerfotograaf wil het met eigen ogen zien, dus nadat hij zijn opdrachtgevers van foto’s heeft voorzien, springt hij in zijn Ford-stationcar en rijdt hij naar de plek waar vandaan je prachtig uitzicht hebt over de bergen.

Verdomd, daar staat het echt: ‘Van Bon 1998’, kaarsrecht naast de namen van mannen als Bernard Hinault, Gerrie Knetemann, en Henk Lubberding – over wiens naam Van Bon een grol maakt die de krant niet halen mag.

Het is zo’n beetje het sfeertje waarin Van Bon en zijn collega-fotograaf annex Tour-vriend Joris Knapen na een lange werkdag het best gedijen. Na de hectische waan van een etmaal in de Tour, is aardsflauwe humor een prima hulpmiddel om de zinnen te verzetten.

Van Bon loopt in gezwinde draf de Boulevard des Pyrénées af, langs de vers geschilderde naam van etappewinnaar Marcel Kittel – „dat hebben ze snel gedaan” – om na een half minuutje halt te houden bij zijn naam. Knapen is tien meter hoger gebleven, twee camera’s om zijn schouders. Terwijl Van Bon naast de ‘8’ van ‘1998’ in kleermakerszit poseert en selfies vanuit allerlei hoeken maakt, drukt Knapen achter elkaar af. Ondertussen worstelt Van Bon met het beeld op zijn iPhone: „Ja, zo krijg ik die letters steeds in spiegelbeeld” – ‘noB naV’.

Knapen loopt naar een brug over het wegdek, tweehonderd meter verderop, en pakt zijn camera met telelens. Hij won vorig jaar de zilveren camera, categorie Sport, met een Tourfoto van Julian Alaphilippe die tijdens de tijdrit in de Ardèche tegen een rotswand knalt. Van Bon gaat languit op het asfalt liggen. Daarna neemt hij vijf keer een aanloopje en springt hij als een balletdanser over zijn naam heen. De twee hébben een lol. Knapen lacht om het hardst als hij het tafereel voor zeven kijkers live op Facebook post.

Best wat trots

Negentien jaar geleden won Van Bon in Pau zijn eerste van twee Tour-etappes. Na een volle dag in de aanval was hij zijn drie medevluchters in de eindsprint te slim af. Als hij zijn naam zo op het asfalt ziet staan voelt hij best wat trots. Hij wordt al de hele dag herinnerd aan die bloedhete julidag in 1998. Op Twitter verspreidde hij een filmpje van de laatste tien kilometer, met commentaar van Mart Smeets en Herbert Dijkstra. Had hij nog nooit eerder teruggezien.

Na de fotosessie rijden de twee door naar de plek waar ze overnachten: camping Les Sapins in Ousse, vlakbij Pau.

Op een krap veldje laten de fotografen zien dat ze dit veel vaker gedaan hebben: in minder dan twee minuten staat hun tent, zo’n werpmodel. Vlak voor het donker rijden ze naar het dichtstbijzijnde restaurant: een Japanner met rood tl-licht, op personeel na is binnen geen levende ziel te bekennen. Maar de fotografen zijn blij dat ze nog kunnen eten. Het komt vaker voor dat ze het diner overslaan, omdat alles al dicht is.

Knapen en Van Bon volgen de Tour voor het derde jaar op rij in een tentje. Van Bon begon er een jaar eerder mee, nadat hij in 2012 zijn wielercarrière had afgesloten bij een klein Aziatisch wielerteam. Daarvoor was hij hobbyfotograaf. Zijn eerste camera kocht hij op het WK junioren in Moskou, een Zenit.

Aanvankelijk trok hij puur uit budgettair overwegingen met een tentje naar de Tour de France: als beginnend fotograaf kon hij drie weken à 100 euro per nacht niet bekostigen. Maar het beviel fantastisch. Vooral de rust op zo’n camping is voor Van Bon en Knapen pure luxe. Zodra ze hun wagen een grasveld op sturen, zijn ze verlost van de Tour-hectiek.

Soms logeren ze voor acht euro per nacht, met „vorig jaar een gemiddelde van 11,59 euro”, zegt Knapen terwijl hij een stuk sushi in de sojasaus doopt. Inmiddels zouden ze gemakkelijk hotels kunnen betalen, maar ze vinden het heerlijk op de camping. Het doet ze terugdenken aan vroeger. Van Bon zag de Tour van Joop Zoetemelk toen hij in Frankrijk kampeerde met zijn ouders.

Het duo is uniek in zijn soort. Geen journalist die het ze nadoet, iedereen slaapt in hotels in de buurt van start- of finishplaats met het idee dat die luxe essentieel is om je ’s nachts op te laden na een dag in de Tour. Maar niets is minder waar: na twee borden nasi en babi pangang, een handvol snoepbanaantjes en een cola rijden ze een aardedonkere camping op, vol met in serene rust vakantievierende mensen. Op de camping is de Tour de France ver weg, ook al ligt-ie pal aan het parcours. Er is geen licht, geen geluid, niets doet denken aan de gekte van overdag.

Op fluistertoon vertellen

Knapen pakt drie minuscule klapstoeltjes en begint op fluistertoon te vertellen. Ook dat is rustgevend. Het gesprek fladdert van de mensen in de reclamekaravaan naar de uitdagingen van een (foto)journalist in de Tour. Het is tegen middernacht, Knapen moet eigenlijk nog een column van twee A4’tjes schrijven, en foto’s bewerken, net als Van Bon. Maar de twee zijn moe. Beter zetten ze de wekker.

In zijn tentje krijgt Van Bon zijn hoofd niet kalm, hij is hyper. Na een dag waarop hij voortdurend herinnerd werd aan die etappe van 1998, voelt hij weer even hoe het was om te winnen, en om dan de volgende dag de Tour te vervolgen. Een ongekende sensatie.

Om zeven uur gaat de wekker. In de omgeving van Pau miezert het. Voor achten moet het duo van de camping af, omdat ze het Village Départ anders niet meer kunnen bereiken, en dat is wel waar ze hun dag beginnen, steevast met een kartonnen bekertje Senseo-koffie en simpel gekeuvel.

Daar maken de vrienden voor vier weken – buiten de Tour zien ze elkaar nauwelijks, maar tijdens de koers hebben ze aan een blik genoeg – zich op voor weer een nieuwe dag fotograferen, langs het parcours op zoek naar een sferische locatie.

Ze maken foto’s voor fietsmerken, wielermagazines, persbureaus en websites. Steevast zijn ze zowat de laatsten die het perscentrum verlaten, tegen tienen, sluitingstijd. Dan gaan ze onderweg naar de volgende camping. Ze kunnen het iedereen aanraden. Maar je moet er wel het type mens voor zijn.