Zuid-Afrika

Illustratie Martien ter Veen

Onlangs werd ik door het Nederlands consulaat in Kaapstad uitgenodigd om optredens, seminars en workshops te geven in Zuid-Afrika. Ik wist niet wat mij overkwam. En op de vraag: waarom ik?, ontving ik deze reactie: „Akwasi’s style, content and deliverance resonates with the type of Dutch artist to be show-cased in a country like South Africa given the history between the Netherlands and South Africa, as well as the strong links between Dutch and Afrikaans.

Als ik een paar weken later in de rij voor de paspoortcontrole in Kaapstad sta, vind ik het moeilijk te bevatten. Is dit echt Afrika? Waarom ben ik dan de enige donkere persoon in een ruimte vol witte mensen? Niet dat ik het erg vind, ik was gewoon overrompeld. Bij de controle tref ik een douanier die mij enorm vriendelijk te woord staat. Ze glimlacht; „Akwasi.. welcome to South Africa, my Dutch brother from Ghana.” Compleet met de heerlijk wegrollende tongpunt R – dat karakteristiek blijkt te zijn voor vele Engels sprekende Afrikanen. Ze salueert. Ik geef acht met mijn paspoort in de hand.

Omdat ik als vertegenwoordiger van de Nederlandse staat mag komen spreken en spelen in Zuid-Afrika, is alles tot in de puntjes geregeld. Van het chique hotel tot aan de restaurants en mijn Mini. Alles staat dus ook op mijn naam. Let wel, ik reis met gezelschap, namelijk mijn vriendin die tegelijkertijd ook mijn belangen behartigt.

Lees ook het interview met Akwasi: ‘Ik eet en leef als een kampioen’

Alles lijkt van een leien dakje te gaan. Tot ik bij het hotel glashard word genegeerd als ik mijn sleutel ophaal. Snap ik wel, want ik ben met een knappe vrouw. Prima, ik laat mijn vriendin het verder regelen.

Dan volgt mijn eerste optreden in Kaapstad. Het is een succes en smaakt naar meer. Maar eerst eten. Er is op mijn naam in een restaurant gereserveerd. Ik zeg beleefd goedenavond tegen de serveerster, maar mijn woorden lijken niet aan te komen. Mijn vriendin wordt netjes aangesproken, geeft mijn naam door en we krijgen een tafel. Ik voel mij onzichtbaar. Wat gek is, ik zou juist moeten opvallen tussen de andere gasten. Iedereen is wit. De meeste personeelsleden ook. Alleen de obers, die zijn zwart.

Mijn lichtgetinte vriendin maakt zich boos omdat ik tot nu door niemand in restaurants of hotels ben aangesproken. Voor mij is het duidelijk. Mijn lief is mijn spreekbuis en soms ook mijn wildcard. Hoe donkerder je bent, des te onzichtbaarder je wordt soms.

Bij het hotel word ik glashard genegeerd. Snap ik wel: ik ben met een knappe vrouw

„Sorry dat ik zwart ben” is de titel van een spokenwordtekst die ik in 2007 schreef maar verrassend genoeg nog steeds actueel is als ik die voordraag voor het gemêleerde Kaapse publiek. Aan het eind van mijn optreden krijg ik een uitzinnige en onvergetelijke ovatie van het Afrikaanse regenboogpubliek. Wit, coloured, indian, zwart, iedereen. ‘Wie had ooit kunnen denken dat een zwarte jongeman uit Nederland met dezelfde problematiek zou kampen als zwarte mensen in Zuid-Afrika?’ hoor ik nog nagalmen in mijn hoofd.

Als wij van het hotel in Kaapstad verhuizen naar een hotel in Wellington wordt er helaas weer vrij subtiel een lichtere huidskleur geprefereerd. Het is toch van de zotte dat ik elf uur heb gereisd naar de meest zuidelijke punt van Afrika om erachter te komen dat de dingen daar hetzelfde werken als in Nederland? Terwijl ik op mijn terugreis richting het vliegveld uitkijk over de townships kijk ik toch vol goede moed uit het raam. Ondertussen steek ik trots mijn zwarte vuist uit het raam van de rijdende auto. We doen er wel toe!

(@Antonkarel) vervangt in de zomer Georgina Verbaan.