Cultuur

Interview

Interview

Naomi Ellemers: „Zelfs bij mensen die zeggen: het maakt me niet uit wat je van me vindt, zien we in het lab een fysieke reactie als ze op de moraliteit van hun gedrag worden aangesproken.”

Lars van de Brink

‘We kijken vooral of iemand goede bedoelingen heeft’

Naomi Ellemers

Een dom iemand laten we toe in onze groep, een oneerlijk iemand niet. We gebruiken morele oordelen om te bepalen wie we vertrouwen en wie we zijn, vertelt sociaal psycholoog Naomi Ellemers.

Toen Naomi Ellemers in de jaren negentig onderzoek deed naar gedrag van mensen in en tussen groepen, een voortzetting van het onderzoek waar ze in 1991 cum laude op was gepromoveerd, wist ze nog niet dat moraliteit zó belangrijk was voor mensen. Indertijd werd het in onderzoek vaak op één hoop gegooid met vriendelijkheid. „Vroeger dachten we dat mensen elkaar beoordeelden op twee dimensies: taakgericht en sociaal gericht, competentie en warmte. Maar of iemand vriendelijk is, is kennelijk toch iets heel anders dan of diegene te vertrouwen is.”

Dat laatste bleek verreweg het belangrijkst voor hoe mensen elkaar beoordelen. „Dat is het eerste waar mensen naar kijken: pluis of niet pluis, heeft iemand goede bedoelingen? Iemand die niet zo slim is, mag er altijd nog wel bij in onze groep. Maar van iemand die oneerlijk is, zeggen mensen: laat maar zitten. We gebruiken morele oordelen niet alleen als belangrijkste filter voor wie wel of geen goed mens is, maar ook om te bepalen wie we zelf zijn, wie we vertrouwen, wie erbij mag in de groep, wie de groep mag leiden, en hoe we ons tegenover andere groepen opstellen.”

De evolutiebiologie kan dat voor een deel verklaren, denkt Ellemers. „Daar zeggen ze: je moet elkaar binnen de groep helpen, dat helpt je zelf overleven en is goed voor het nageslacht. Maar dat verklaart niet het meer symbolische deel: dat mensen zich bedreigd kunnen voelen door andere morele waarden zonder dat er een concrete fysieke dreiging is.” Bijvoorbeeld door vegetariërs, die door vleeseters vaak irritant worden gevonden. „En de evolutiebiologie verklaart ook niet dat mensen het erg vinden dat hun reputatie beschadigd wordt, zelfs al zijn ze zo rijk dat ze onafhankelijk zijn.”

Want mensen vinden het extreem vervelend om als ‘slecht mens’ te worden beschouwd. „Zelfs bij mensen die zeggen: het maakt me niet uit wat je van me vindt, zien we in het lab een fysieke reactie als ze op de moraliteit van hun gedrag worden aangesproken.” Ellemers herkent die reactie als ze hem in het echte leven tegenkomt: „Coen Verbraak riep eens in een interview Rijkman Groenink ter verantwoording toen die een bonus had gekregen op het moment dat het slecht ging met de banken. Je zag dat Rijkman Groenink enorm geraakt was dat hij werd weggezet als graaier.”

Ze beschrijft de cultuur van, bijvoorbeeld, zulke bankiers als een soort eilandje van mensen met een andere moraal dan de grotere maatschappij. En het helpt absoluut niet, zegt ze, om zo’n groep aan te spreken op moraliteit, bijvoorbeeld dat het verkeerd is om een bonus aan te nemen op een moment dat veel mensen voor hun baan vrezen. „Dat geeft stress, dan krijg je een defensieve reactie. Dan kun je beter zeggen: dat was misschien niet zo handig, dat moet de volgende keer anders. Haal het uit het morele domein en probeer concrete gedragsregels af te spreken waarover je het wel eens wordt.”

Is het eigenlijk de taak van de wetenschap moreel gedrag te bevorderen? „Nee, maar wel om beter te begrijpen hoe het werkt. Als mensen bijvoorbeeld van mening verschillen over welke religie beter is, dan kun je beter wegblijven bij principiële vragen over moraliteit, want dan zetten mensen hun hakken in het zand. Maar praten over goed en slecht is wél de beste manier om je eigen achterban in beweging te krijgen. Dat zie je bij de Zwarte Piet-discussie, en ook bij alle varianten van protestantisme die we in Nederland hebben. De wetenschap vertelt niet wát mensen moeten doen, maar wel wat praten over moraliteit doet met mensen: wanneer het mensen op slot zet en wanneer het ze in beweging brengt.”

Ellemers heeft haar boek geschreven om meer mensen te laten zien hoe deze dingen werken. „Ik denk dat ik door al ons onderzoek beter begrijp wat er vaak verkeerd gaat binnen en tussen groepen en ik zie een begin van een oplossing, maar mensen moeten die nieuwe inzichten dan wel kennen. Je hoort vaak: die anderen hebben geen normen en waarden, maar die hebben ze juist wél, dat is het punt! Alleen dat kan al een enorme eye opener zijn. Wat ik inhoudelijk van discussies vind, doet er niet toe, maar ik zie nu vaak hoe mensen met goede bedoelingen veel energie verspillen en niet nader tot elkaar komen.”