Recensie

Waar dieren en mensen op elkaar botsen

Non-fictie voor kinderen

Dat was er nog niet: een non-fictiekinderboek over de strijd die dieren leveren om op te boksen tegen mensen. Joukje Akveld reisde door Zuid-Afrika en schreef erover, bij vlagen daverend.

Foto Blood Lions/Ian Michler (uit besproken boek)

Voor dieren ligt de lat hoog. Als er één onderwerp is waarover al talloze uitstekende informatieve kinderboeken geschreven zijn, dan is het dieren. En dan zijn we in de Nederlandse kinderliteratuur ook nog verwend met een zeer hoog niveau: we hebben de eigenzinnige, energieke, poëtische, niet-saaie, niet-schoolse non-fictie van genrekampioenen Bibi Dumon Tak en Jan Paul Schutten. Dus, luxeprobleem: je moet van goeden huize komen om in dat genre nog iets origineels toe te voegen.

Schrijfster en journalist Joukje Akveld (1974) deed dat met Een aap op de wc (2015), een goed geschreven, indrukwekkend dierengeschiedenisboek over Blijdorp tijdens de Tweede Wereldoorlog. En in haar nieuwe boek Wij waren hier eerst heeft ze weer een dierenonderwerp van jewelste te pakken: de overlevingsstrijd van dieren die opboksen tegen mensen, om niet op te botsen tegen mensen. Die verhalen vangt ze in een kloek, fraai boek, met enorm veel foto’s en ook nog illustraties van de Zuid-Afrikaan Piet Grobler. Wij waren hier eerst is journalistieke non-fictie, een reeks dierenportretten en reisverhaal ineen, want Akveld trok door Zuid-Afrika om die botsingen tussen mens en dier te onderzoeken, en de vrijwilligers te portretteren die zich er over die dieren ontfermen. Zo’n boek was er nog niet.

Deze boektrailer maakte uitgeverij Gottmer bij ‘Wij waren hier eerst’. De tekst loopt verder onder het filmpje.

Favoriete diersoort

Ze begint haar boek met een waarschuwing: ‘als de mens jouw favoriete diersoort is, is dit geen boek voor jou’. Als Akveld schrijft over de botsingen tussen mens en dier, kiest zij de kant van de dieren, de weerloze onderdrukten. Ze schrijft over de pinguïn die aan de Zuid-Afrikaanse kust leeft en te vroeg in de rui raakt: ‘sinds het klimaat van slag is, zijn de pinguïns dat ook’. Ze vraagt ‘een beetje ruimte voor de cheeta a.u.b.’, vertelt over trophy hunting en leeuwen die ‘geboren voor de kogel’ zijn en het onvermijdelijke hoofdstuk over de waanzinnige oorlog om neushoornhoorns.

Akveld weet aan al die onderwerpen haar eigen draai te geven, vooral door er telkens zelf bij te zijn – en ons dus dichtbij te brengen. Ze bezoekt een geheim neushoornweeshuis (!), laat zich bijna beroven door bavianen en dobbert mee op een bootje voor walvistoeristen. Die reportagevorm drukt je met je neus op de feiten én op de genuanceerde werkelijkheid: Akveld hoort het slechte nieuws dat walvissen gestrest raken door de toeristenbootjes, maar walvisexpert Vic, zeer begaan met de dieren, is tóch voorstander van walvistoerisme. Die kwam namelijk in de plaats van walvisjacht.

Hoera voor de nuance

Zo staan er in Wij waren hier eerst verhalen die uit een bijna-activistische verontwaardiging ontstonden, maar vaak uitmonden in genuanceerde journalistiek. Hoera natuurlijk, voor die nuance, maar het heeft één nadeel: het ene hoofdstuk is daardoor beter, spannender, aangrijpender dan het andere. Het ene verhaal past sterker bij de overkoepelende, tragische ‘wij waren hier eerst’-boodschap dan het andere, dat weer meer een aardig portret is van een dier met een relatief minor probleem. Een hoogtepunt als het walvisverhaal is niet alleen geweldig verteld, experimenteel bijna – een fotopagina met daarop inhoudelijk een uitstapje, dat toch naadloos in het verhaal past – maar ook inhoudelijk het verrassendst. Hetzelfde geldt voor de vormgeving en fotografie: de knallende leeuwenfoto’s zijn bijvoorbeeld echt van een ander niveau dan de safarikiekjes elders.

Blader hier door het leeuwenhoofdstuk. De tekst gaat onder de afbeeldingen verder.

Regendruppels als punaises

Soms treedt er dus een beetje verveling op, ook in de tekst, zoals wanneer Akveld uitweidt over een tak die door het stofdak van de safari-jeep scheurt: tja. Op andere momenten schrijft ze juist daverend – zoals over de neushoorns die al zo lang bestaan ‘dat sommige wetenschappers zeggen dat hun houdbaarheidsdatum eigenlijk verlopen is’: twinkelende formulering, en tragisch. Of een knap tussenzinnetje als: ‘de wind blies de regendruppels als punaises in hun gezicht’. Of een sprankelzin die zo van Bibi Dumon Tak had kunnen zijn (en dat is een compliment): ‘Alsof er turbomotortjes onder zijn vacht zitten, zo snel schiet de cheeta over de savanne.’ Je had een heel boek vol zulke hoogtepunten gewenst – een luxeprobleem.