Column

Regeren is vooruitzien, maar niet alles plannen

Hartenkreet uit de entourage van Angela Merkel tijdens de Europese Raad van juni 2017: „Genoeg van het crisismanagement! Het uur van de strategische keuzes is gekomen.” (Le Figaro, 24 juni.) Emmanuel Macron kondigde na dezelfde top een Frans-Duits werkplan aan „voor tien jaar”. Gisteren kwam in Parijs een gezamenlijke Frans-Duitse ministerraad bijeen: aan de slag!

Groot is het verlangen van EU-leiders om los te breken uit de permanente noodtoestand, de zoveelste ‘top van de laatste kans’, de algehele indruk van verwarring. Maar zulke geluiden waren al sinds de uitbraak van de eurocrisis in 2010 te horen. Toch bleef Europa van crisis naar crisis struikelen. Zou het ditmaal beter gaan?

Regeren is vooruitzien, luidt het adagium. Een Unie die alleen besluitvaardig kan zijn als ze met de rug tegen de muur staat – die regeert niet. Na het bedwingen van de eurocrisis of de inspanningen in de vluchtelingencrisis twijfelt niemand er meer aan dat de Unie haar criticasters én zichzelf met onvermoede politieke veerkracht kan verrassen. Maar waarom lukt het steeds pas onder de druk van een acute crisis allen op één lijn te krijgen, menskracht en middelen te mobiliseren?

De eerstvolgende test is duidelijk. Waarom moet de migratiegolf uit Afrika eerst tot zichtbare noodtoestanden leiden voor de Unie tot actie overgaat? De bootjes over de Middellandse Zee blijven komen (al laten de allerlaatste cijfers over de Libische oversteek een nog onverklaarbare daling zien).

Geen van de buren wil zijn havens openstellen om Italië te ontlasten; migranten blijven noordwaarts gaan. Vorige week dreigde Oostenrijk even soldaten en tanks naar de Brennerpas te sturen. Aan de Italiaans-Franse grens groeit een vluchtelingenjungle à la Calais. Met Libië vallen geen afspraken als de EU-Turkijedeal te maken; kustwachttraining is al iets. Het echte werk moet in landen van vertrek gebeuren, bij de bron.

Volgens kenners ligt de sleutel in het effectief terugsturen van economische migranten, samen met het openen van een beperkte maar geloofwaardige route voor legale migratie. Dan wagen mensen hun leven niet meer op zee. De Commissie deed vorige week een voorstel voor vrijwillige overplaatsing van 37.000 „kwetsbare mensen” uit Libië, Egypte, Ethiopië, Niger en Soedan naar de EU.

Keerzijde is effectief uitzetbeleid. Vooruitzien is hier mogelijk. De EU heeft een langlopend akkoord met 78 ontwikkelingslanden in Afrika, de Caraïben en de Pacific. Dit zogeheten Cotonou-akkoord eindigt in 2020; over verlenging wordt binnenkort onderhandeld. Dus denk aan die bootjes en zet in de nieuwe versie wél een glasheldere, generieke en rechtstreeks-werkende bepaling dat hulp en handel afhangen van medewerking aan terugkeer. Quid pro quo. Ontwikkelingsministeries houden hier niet van; zij oogsten liever dankbaarheid voor giften zonder tegenprestatie. Maar laat deze kans voor open doel niet door interne obstructie verprutsen.

‘Vooruitzien’ moet niet worden verward met ‘plannen’ of ‘voorspellen’. We erkennen pas net weer dat The End of History niet is aangebroken, dat de gebeurtenissen ons zullen verrassen. Vooruitzien is: deze onvoorspelbare dynamiek aanvaarden, de blik stroomopwaarts richten, patronen ontwaren, risico’s inschatten, maatregelen treffen. Als dit al ‘plannen’ is, dan ook contingency planning, rekening houden met het ongewisse of het ergste. Daarom ligt adequate voorbereiding niet in het opstellen van oneindig veel scenario’s – het loopt immers toch altijd anders – maar in het vergroten van veerkracht, slagvaardigheid, improvisatievermogen. Zodat als er iets gebeurt, je iets kunt doen. Na tien jaar crisisbeheer is het de grote opdracht voor de Europese Unie.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).