Pittige zeepasta

Koken met de Benali’s

fotos iStock, bewerking NRC

Op een dag besloot ik bij een handje tijgergarnalen flink wat kappertjes en peterselie te gooien en toen was dit recept geboren. Het levert een pittige zeepasta op. Bij het eten ervan klotst de boeg van de Siciliaanse vissersboot die terugkeert met de buit van de nacht tegen je gehemelte aan.

Het geheim van dit gerecht is naast het overvloedige gebruik van peterselie en kappertjes dat we de saus laten indikken met het zoute pastawater.

In elk fatsoenlijk Italiaans restaurant wordt het eten op smaak gebracht met het pastawater uit de grote pannen die de hele dag staan te koken.

Tot dat moment kookt het mengsel van knoflook, garnalen, kappertjes en peterselie op een zacht vuur. Je bezoek denkt dat je een geheime workshop hebt gedaan op Stromboli. Het heeft wel iets weg van pasta con vongole, mijn favoriete zeevruchtengerecht.

Tijgergarnalen zijn niet goedkoop. Soms haal ik ze in een zak bij de supermarkt, maar hier in Tanger, waar we de zomer doorbrengen, koop ik ze vers met kop en al op de grote vismarkt. Hier zijn die garnalen bijna net zo duur als in Nederland.

Koop het liefst de wat grovere bladpeterselie met de lange stelen er nog aan. Ik hak peterselie grof en fijn en meng het door elkaar. Om het af te maken gooi ik op het laatst nog grove peterselie over het dan ingekookte gerecht. Serveer de pasta in een groot diep bord, strooi de laatste vlokken peterselie erover uit en garneer het met een plensje olijfolie.

Abdelkader Benali en Saïda Nadi-Benali koken deze zomer mediterraan.

Tijgergarnalen met kappertjes

(vier personen)

Kopje zonnebloemolie; scheutje olijfolie; vier zoute ansjovisfilets uit een potje; volle hand peterselie; volle eetlepel kappertjes; drie teentjes knoflook; Chilipoeder (naar smaak); hand cherrytomaten of twee kleine, rijpe tomaten; driehonderd gram tijgergarnalen (vers koop ik ze met de kop eraan, en ze gaan met de kop eraan de pan in)

Giet in een diepe, stevige koekenpan een fijne laag zonnebloemolie. Zet op het vuur. Kneus de teentjes knoflook met een koksmes. Snijd de drie teentjes knoflook afwisselend grof en fijn. Doe de eerste twee teentjes in de olie samen met de ansjovis. Zachtjes laten bakken. Niet laten aanbranden.

Spoel de tijgergarnalen af, laat ze uitlekken. Strooi er wat zout overheen. Voeg ze bij de knoflook. Strooi er wat chilipoeder over. Strooi er een ruime theelepel paprika-poeder bij. Op een middelhoogvuur bakken, goed roeren met een houten lepel, alsof je ze niet te lang op een plek wilt laten liggen. Zo worden ze snel aan alle kante goed gebakken. Voeg zodra de gamba’s beginnen te kleuren, een flinke eetlepel kappertjes bij de gamba’s. Blijven roeren.

Doe er de tomaatjes bij die je daarvoor al fijn-medium hebt gehakt. Blijven roeren met de lepel. Vuur mag hoger.

Voeg de laatste knoflook aan de tijgergarnalen toe.

In de tussentijd heb je water aan de kook gebracht voor de pasta. Wij gebruiken pasta nummer 11 (dunne spaghetti). Onze dochter is er ook dol op.

Wanneer het water kookt doe je een schepje zout bij het water, dat daardoor nog wat meer gaat bruisen. Dat is een goed teken. Breng de pasta aan de kook.

Als het goed is, is de saus ingedikt.

Voeg nu kleine beetjes van het pastawater bij de tijgergarnalen, kook op een middelhoogvuur.

Haal de pasta van het vuur als hij gereed is. Laten uitlekken. Houd wat water achter, dit heb je misschien nog nodig voor het mengsel. Voeg de pasta bij de tijgergaranalen. Goed roeren. Voeg er peterselie aan toe.

Giet alles in een grote kom. Doe er flink wat peterselie en een scheutje olijfolie over.