Column

Nederland wil wel, én niet een kernwapenverbod

Nederland kan maar moeilijk kiezen tussen idealisme en realisme, schrijft Michel Kerres. In de VN stond Nederland in het kernwapendebat alleen.

Noord-Korea, dat een kernwapen ontwikkelt, deed een raketproef op 4 juli FOTO Korea News Service/AP

Wie acteert op het wereldtoneel kan traditioneel kiezen uit twee scholen. Realisten vinden dat de mens slecht is en dat de wereld in permanente staat van anarchie verkeert. Idealisten zijn positiever over de mens en denken dat internationale samenwerking leidt tot een betere wereld.

En dan heb je ook nog Nederland, dat niet goed kan kiezen. Bij de VN in New York leidde dat onlangs tot merkwaardig diplomatiek ballet. Eerst spande Nederland zich in voor een verbod op kernwapens, om vervolgens tegen zo’n verbod te stemmen. Als enige.

Vorig najaar besloten de VN tot een conferentie die een verbod op kernwapens moest voorbereiden. Er bestaan veel afspraken die toezien op nucleaire wapens, maar een alomvattend verbod is er nog niet. In die leemte wilden idealisten graag voorzien. Het was toch te zot dat er zeventig jaar na Hiroshima nog steeds geen juridische norm is die dit massavernietigingswapen verbiedt?

Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog stonden er aan weerszijden tienduizenden kernwapens klaar. Na diverse succesvolle ontwapeningsconferenties zijn er wereldwijd nog maar 14.000 kernwapens over, waarvan er een kleine 4.000 snel inzetbaar zijn. Nog steeds genoeg om de wereld naar het einde der tijden te bombarderen.

Het was een illusie om te denken dat Nederland in zijn eentje als brug kon fungeren tussen kernwapenlanden en niet-kernwapenlanden.

De kernwapenarsenalen krimpen nauwelijks meer. Sterker, de kernwapenstaten zijn begonnen om hun wapenvoorraad te moderniseren. Veel wapensystemen zijn decennia oud. Symbool voor achterstallig onderhoud werd vorig jaar de floppy disk (8 inch) waarmee de Amerikanen hun IBM-computers voeden die de intercontinentale raketten besturen. De techniek is 53 jaar oud en wordt dit jaar vervangen. De modernisering van het héle Amerikaanse nucleaire systeem, in gang gezet door president Obama, zou tot halverwege deze eeuw ruim 1.000 miljard kosten.

De VN-besprekingen over een verbod begonnen in maart en nu ligt er al een verdrag ¬ – een recordtijd naar maatstaven van multilateraal overleg. Dat had een reden. Er was geen oppositie. De realisten waren thuis gebleven. De negen landen die kernwapens bezitten en hun bondgenoten deden niet mee aan het overleg. Behalve Nederland dus.

De VS hadden weliswaar duidelijk te verstaan gegeven dat een verbod niet strookt met de NAVO-verplichtingen, maar de Kamer riep de regering op zich toch in te spannen voor een kernwapenverbod. Dus namen Nederlandse diplomaten actief deel aan de conferentie.

Vorig week werd over de verdragstekst gestemd. Ruim 120 landen stemden voor, Singapore onthield zich van stemming.

Nederland haakte af, verklaarde plaatsvervangend ambassadeur Lise Gregoire, omdat de tekst ingaat tegen NAVO-verplichtingen, de afspraken niet geverifieerd kunnen worden en het verbod het belangrijke Non-Proliferatie Verdrag (NPV) ondermijnt, waarin kernwapenstaten beloven ontwapening na te streven en niet-kernwapenstaten zich verplichten geen wapens aan te schaffen.

Nederland manoeuvreerde zich in een onmogelijke positie. Eigenlijk was het veroordeeld tot de realistische NAVO-lijn, maar toch ging het mee met anti-kernwapenidealisten. Dat oogt goed, maar kon natuurlijk niet lang goed gaan. Na afloop van de conferentie moest Nederland weer snel terug in de NAVO-gelederen.

Het was een illusie om te denken dat Nederland in zijn eentje als brug kon fungeren tussen kernwapenlanden en niet-kernwapenlanden. En zonder Nederland was het huidige verdrag, sympathiek maar tandeloos, er ook wel gekomen.