Met een baby in een busje naar Zuid-Europa

Mijl op zeven Niet de bestemming maar de reis is het doel. Emile de Roy van Zuydewijn (33) en Iris Beverwijk (33) toerden met hun baby zes weken door Zuid-Europa.

Foto Emile de Roy van Zuydewijn en Iris Beverwijk

Emile: „Als je een kind krijgt, wordt er ineens van alles van je verwacht. Dat je op zwangerschapsgymnastiek gaat, dat je huis netjes is en kindvriendelijk, dat je gestructureerd leeft. Dat geeft een soort druk, en die werkt bij ons averechts.”

Iris: „Na de komst van Louis drie jaar geleden hebben we geen geboortekaartjes verstuurd. Niet eens uit principe, maar omdat ons ontwerp niet uitvoerbaar bleek. Dat is ons door sommigen echt kwalijk genomen.”

Emile: „Een baby is een beetje publiek bezit.”

Iris: „Ik zag op tegen de kraamvisite. Al die meningen, ook van mensen die ik niet echt goed ken.”

Emile: „En we hadden een klein huis toen, dus de vraag was: blijven we de hele zomer op zestig vierkante meter zitten, of lenen we het busje van mijn ouders en gaan we van het leven genieten? We waren allebei nooit langer dan twee weken op vakantie geweest, ook niet in onze studententijd. We zijn niet zo avontuurlijk, hebben altijd hard gestudeerd en gewerkt. Ik ben zelfstandig ondernemer, vaak zit ik op vakantie nog facturen te versturen. Dat kraamverlof van Iris was een mooie kans om eens langer achter elkaar echt weg te zijn.”

Iris: „Mensen zien allerlei bezwaren: ‘Is het niet te warm voor een baby in zo’n busje zonder airco? Stel dat hij ziek wordt, wat doe je dan?’ Maar het beviel zo goed om juist die eerste tijd met een baby alles met elkaar te kunnen delen, dat we het na de geboorte van Fauve dit voorjaar weer hebben gedaan. Ze was drieënhalve week toen we weggingen.”

Fanatiek de berg op

Emile: „Via Parijs, Bordeaux en Salamanca zijn we naar Monchique in Portugal gereden, waar mijn vader kort geleden een bed & breakfast is begonnen.”

Iris: „Ik was snel weer op de been na de bevalling en het zijn allebei makkelijke kinderen, dat scheelt. Zelf word je ook steeds makkelijker. Er gaat een knop om.”

We voelden ons een soort zigeuners

Emile: „Die eerste reis zag ik nog wel als een ‘project’. Mijn racefiets was mee en ik heb veel hardgelopen. Deze keer had ik kort voor we gingen mijn pink verbrijzeld, dus fietsen kon sowieso niet. Ook verder hoefde ik niks van mezelf, zo had ik besloten, zelfs geen cultureel verantwoorde uitstapjes. Het enige wat we deden was eten, slapen en spelen met de kinderen. Het leven op zijn allereenvoudigst. In Portugal brachten we soms een hele dag door in een shopping mall omdat het er lekker koel was en Louis er kon rennen en spelen.”

Iris: „Een paar keer hebben we in een appartement gezeten, vooral om de was te kunnen doen, en dan vervielen we meteen weer in een structuur van elke dag boodschappen doen, koken, wassen. Ineens vonden we ook weer dat we gezond moesten leven.”

Emile: „Elke ochtend fanatiek een of andere berg op wandelen. Maar in dat busje word je ’s morgens wakker en bedenk je ter plekke waar je zin in hebt die dag. De ultieme vrijheid. Mijn enige structuur was naar de Giro-etappe kijken terwijl Louis zijn middagslaapje deed. Op een gegeven moment voelden we ons een soort zigeuners, zeker toen we op de terugweg aan de Costa Blanca een dag of tien samen met mijn moeder en mijn stiefvader naast elkaar op dezelfde mini-camping stonden, zij ook met een Volkswagenbusje. Gezellig met zijn allen eten buiten, om en om oppassen. Ons eigen kampje.”

Iris: „We hebben wel van tevoren een dure kar gekocht, waar de kinderen allebei in konden slapen en waar we van alles in mee konden nemen als we overdag op stap gingen. Dat was een goede investering.”

Emile: „Het was omschakelen toen we weer thuis waren. Eigenlijk zou ik altijd wel zo willen leven, de hele dag met zijn vieren dicht bij elkaar.”

Iris: „Niet aan tijd gebonden zijn.”

Emile: „Met zijn tweeën hebben we onderweg veel gepraat over de toekomst, wat we de kinderen willen meegeven. We zijn allebei ondernemend en ambitieus, dus helemaal niet werken is niet echt wat voor ons. Maar samen een fietsenwinkeltje runnen in de buurt, zodat wij altijd er altijd zijn voor de kinderen, daar fantaseer ik wel over.”

In deze zomerserie vertellen mensen over een bijzondere reis.