Meer banen, maar ook meer zorgen op Britse arbeidsmarkt

Brexit

De Britse werkloosheid was sinds 1975 niet zo laag. Maar de groei zit wel vooral bij flexibele banen, zzp’ers en nulurencontracten.

Een bezorger van maaltijdbezorgdienst Deliveroo, in Londen. Foto Simon Dawson/Bloomberg

Trek? Dan komt een man van Deliveroo je hamburger of pad thai brengen. Haar uit model? Een paar keer swipen en een kapper van Get Smooth staat thuis voor je neus. Stramme spieren? Even Urban Massage appen.

Noem een verlangen en in Londen is er wel een start-up die in de behoefte voorziet. In een gemiddelde woonwijk kart om de paar minuten een bestelbusje door de straat: Sainsbury’s die boodschappen aflevert, Amazon dat pakketjes dropt. Inmiddels zijn er zelfs start-ups die profiteren van start-ups. Londenaren die voor 150 pond per nacht hun extra slaapkamer of kelderflat via AirBnB willen verhuren, maar geen zin hebben in organisatorisch gedoe schakelen Airsorted in: voor het agendabeheer, voor de schoonmaak.

Goed voor de arbeidsmarkt? Zeker. De werkloosheid in het Verenigd Koninkrijk bedraagt 4,5 procent, zo maakte het Britse Office for National Statistics deze week bekend. Dat is het laagste niveau sinds 1975, twee jaar nadat de Britten EU-lid werden.

En het goede nieuws gaat door. Nog nooit waren er zo veel vrouwen aan het werk als nu. De jeugdwerkloosheid is drastisch afgenomen sinds het hoogtepunt eind 2011, toen 22,5 procent van de jongeren tussen de 16 en 24 die geen opleiding volgden werkloos waren. Nu is dat 13,5 procent. De Britse werkloosheid behoort tot de laagste in de Europese Unie, ver onder het gemiddelde van 7,8 procent.

Eenzijdige flexibiliteit

Is een dynamische economie, vol start-ups en met een lage werkloosheid goed voor het geluk en het gevoel van zekerheid van Britse werknemers? Allerminst. Dat bleek uit een grootschalig onderzoek naar Britse arbeidsverhoudingen, uitgevoerd door Matthew Taylor, een oud-adviseur van Tony Blair, in opdracht van de Britse regering. De opkomst van de gig economy, de verschuiving van vaste contracten naar flexibele arbeid, nulurencontracten en zzp’ers stond centraal in het rapport. Inmiddels werken 1,1 miljoen Britten op zo’n manier voor een werkgever.

De kentering moet ook niet overschat worden, relativeert het onderzoek. In 1997 werkte circa 65 procent van de Britten voltijd in een vast dienstverband, twintig jaar later is dat gedaald tot 63 procent. Taylor: „Dit zegt ons dat de bewering dat de Britse geliberaliseerde arbeidsmarkt in toenemende mate voor onzekerheid zorgt wellicht wat overtrokken is.” Juist de opkomst van lossere vormen van dienstverbanden draagt bij aan de lage werkloosheid.

Tegelijkertijd waarschuwt hij voor de opmars van eenzijdige flexibiliteit: gunstig voor de werkgever, nadelig voor de werknemer. „Eenzijdige flexibiliteit vindt plaats wanneer de werkgever alle risico’s op de schouders van de werknemer plaatst. Als gevolg daarvan worden mensen onzeker en wordt het leven moeilijker.”

Taylor adviseert de regering de Uber-chauffeurs en Deliveroo-koeriers meer rechten en zekerheid te gunnen. Ze moeten aanspraak kunnen maken op vakantiedagen, ziekteverlof, gegarandeerd werk als ze ingeroosterd staan en in veel gevallen het minimumloon. De gig economy, waar alles snel, los, makkelijk en intuïtief dient te zijn is prima, maar de verzorgingsstaat heeft ook in 2017 de verantwoordelijkheid te zorgen dat werknemers fatsoenlijk behandeld worden, redeneert Taylor.

May is politiek zwak

Een grotere rol van de staat in het beschermen van Britten is een politieke koers die geheel past in het conservatisme van Theresa May. Zij is, in tegenstelling tot veel partijgenoten, geen groot voorstander van een laissez-faire economie zoals haar voorganger David Cameron. Na de blamage bij de stembus is May ook politiek zwak.

Ze riep in een toespraak op om samen met Labour en de economisch linkse Schotse nationalisten zaken aan te pakken om de gig economy goed te regelen. Dat bleek tevergeefs. Labour oordeelde dat de adviezen in het rapport niet ver genoeg gingen. De Schotten wuifden haar weg. Veelzeggend: May moest plannen van de regering om betaald zwangerschapsverlof voor zelfstandigen te regelen op de lange baan schuiven. Niet genoeg steun.

Zo blijft het ongenoegen van vooral veel jongere Britten in stand. Ze studeerden om de juist diploma’s te behalen, maar zitten nu met hoge studieschulden. Ze werken hard, maar zien dat ze minder vaak in aanmerking komen voor een vast dienstverband. Ze merken dat hun reële inkomen achteruit gaat, lonen stijgen minder hard dan inflatie. Ze bouwen geen vermogen op, want exorbitante huizenprijzen in de grote steden dwingen hen voor veel geld te huren. De laagste werkloosheid in 42 jaar is dan niet meer dan schrale troost.