Cultuur

Interview

Interview

Foto's Frank Ruiter

Maker MH17-monument: ‘Staal staat voor verdriet’

Lunchinterview Ronald Westerhuis was lasser op een booreiland. Toen werd hij kunstenaar. Zijn monument voor de slachtoffers van MH17 wordt maandag onthuld.

In de deuropening van zijn loods aan de Willemsvaart in Zwolle zit Ronald A. Westerhuis (45) op een tweezitsbank op me te wachten. Ontspannen. „Zo”, zegt hij. En: „Mooi.” Zijn uitspraak is slepend Overijssels. „Zullen we dan maar?” Hij staat op en gaat me voor in zijn werkplaats vol machines die kunnen slijpen, snijden of polijsten. Ronald Westerhuis, van huis uit lasser, is kunstenaar en zijn materiaal is roestvrij staal. Moeilijke materie, zegt hij. „Weerbarstig én sensitief. Superzwaar én kwetsbaar.” Sluit naadloos aan bij wie hij is, vindt hij. Rauw en zacht.

Aanstaande maandag is het drie jaar geleden dat toestel MH17 boven Oekraïne neerstortte, 298 mensen kwamen om het leven. Het onderzoek naar de toedracht van het neerstorten is nog lang niet afgerond, maar er komt al wel een monument voor de slachtoffers. In Vijfhuizen, vlakbij de luchthaven, is een ‘herdenkingsbos’ aangelegd, met in het midden een kunstwerk van Ronald Westerhuis. Uit de vijftig kunstenaars die meedongen naar de opdracht, kozen nabestaanden dat van hem. De opening van het Nationaal Monument MH17 door koning Willem-Alexander is maandag live te zien op televisie. De dag ervoor zendt Omroep Max de documentaire Rouwen en leven na de MH17 uit. Regisseur Eric Blom en interviewer Frénk van der Linden spraken nabestaanden en filmden de totstandkoming van het kunstwerk.

De nabestaanden moeten er troost in vinden

„Verschrikkelijk”, zegt Ronald Westerhuis. Alsof hij naar een begrafenis moet maandag, zo voelt het. We staan ondertussen buiten, waar ‘zijn’ jongens – hij heeft zeven man in dienst – de gevel van de loods aan het bekleden zijn met platen. Cortenstaal, zegt hij. „Dat gaat schitterend roesten.” Ik dacht dat hij fan was van hoogglanzend roestvrij staal. „Ja, ja”, beaamt hij. Dat is hij óók. De blingbling ervan spreekt hem aan. Hoewel hij gloeiend spijt had dat hij zijn initiële ontwerp voor het MH17-monument volledig in roestvrij staal had bedacht. „Een week voor ik mijn plan moest toelichten, zag ik het niet meer zitten. Ik zeg tegen de jongens: ik kap ermee.” Dat glanzende materiaal, dat past gewoon niet bij rouw. Zijn ontwerp bestond (en bestaat nog steeds) uit een 16 meter brede achterwand met daarvoor een groot oogvormige sculptuur. Oorspronkelijk wilde hij alles uitvoeren in rvs.

Winterverblijf

Hij neemt me mee naar de verdieping boven de werkplaats, zijn winterverblijf. Zomers woont hij in een stacaravan bij Hattem, pal aan de IJssel. De ruimte is gevuld met kunstwerken. Ik zie objecten van hout, van marmer, opgezette dieren, maar niks van staal. „Ik zie de hele dag al staal.” Het meeste van wat hij maakt – metershoge obelisken, boomfiguren – is sowieso te groot voor binnen. Hij houdt van kunst, van kitsch en van alles daartussen. Eclectisch? Hij knikt. „Zo kan je het noemen.” Onuitgepakte koffers bij de deur, hij reist veel en hij moet vaak naar Shanghai, waar hij ook een atelier heeft. Op tafel een krantenknipsel met een foto van hem: Zwollenaar van 2017. „Heeft mijn moedertje ingelijst.” Ze komt elke vrijdagochtend vóór de poetsvrouw arriveert bij hem de rommel opruimen en koffie drinken.

Staal is vergankelijk, het verandert, het roest.

Voor zijn slaapvertrek een gigantische tempeldeur die hij in India kocht, met daartegenaan een marmeren grafsteen. Berendina 1913-1993. „Mijn oma”, zegt hij. „Had ik een bijzonder lijntje mee.” In het keukentje zet hij ondertussen koffie, schenkt sap in grote glazen, legt kaas en vleeswaren op aparte bordjes. Hij vertelt welke oplossing hij bedacht voor het monument. Die licht gekromde achterwand, die moest niet van rvs zijn, maar van staal. „Staal is vergankelijk, het verandert, het roest. Staal staat voor verdriet.” De plaat, 16 bij 4 meter aan één stuk, is de grootste ooit gemaakt, zegt hij.

Vijf maanden – „vijf maand”, zegt hij op z’n Overijssels – is hij met zijn monument bezig geweest. Steeds in nauw overleg met de nabestaanden. „Zij moeten er troost in vinden.” Zijn belangrijkste adviseur, een architect die nota bene zelf ook een ontwerp had ingediend dat niet werd uitgekozen, had vier familieleden in het vliegtuig zitten.

Zijn moeder, daar heeft hij ook een bijzonder lijntje mee. Hij komt uit een schippersfamilie. Vader, ooms, neven, allemaal zaten ze op de binnenvaart. Streng gereformeerd, maar daar heeft hij weinig last van gehad. Alleen dat varen vond hij niks. „Je kunt er niet af, hè, van zo’n schip.” Zijn jongere broer was zijn redding. Die werd geboren met spina bifida, een open rug. „Voor hem is mijn moeder aan wal gaan wonen.” Zijn vader bleef varen. „Op mijn dertiende gingen ze scheiden.” Heeft hij ook niet overdreven veel last van gehad. „School. Dat was wél een probleem.” Met moeite haalde hij z’n diploma metaalbewerking. „Ik wilde weg. Reizen.” Z’n moeder begreep dat. Voor z’n zeventiende verjaardag gaf ze hem een interrail-ticket, kon hij een maand lang onbeperkt door Europa reizen. In Venetië ontmoette hij een Amerikaans fotomodel en haar man, en die is hij gaan bezoeken in Arkansas. Zomaar? „Ze vroegen of ik een keer langskwam. Ik ben zo iemand die dat dan doet.”

Hij in het vliegtuig, voor het eerst en in z’n eentje. Hij had alleen een fax gestuurd wanneer hij zou landen. Maar ze stónden er hoor, op de luchthaven. Enfin, hij ontmoette daar een meisje, daarna een oude dame die hem graag mocht, al met al is hij zeven jaar in Amerika gebleven. „Ik had geen rijbewijs, geen opleiding, geen werkvergunning, niks.” Hij woonde nu eens in een villa aan zee, dan weer in een trailerpark, hij aardde overal en vond alles best, „zolang ik maar niet terug naar huis hoefde”. Geld verdiende hij met ongeschoold werk. Vuilnis ophalen, schoonmaken, stallen uitmesten op de boerderij.

En toen ging hij terug naar Nederland. Inmiddels 24. „Geen huis, geen geld, geen opleiding.” Van het arbeidsbureau mocht hij zijn lasdiploma gaan halen. En voor lassen, zegt hij, had hij talent. Meneer Broeze, voorheen smid, was zijn leermeester. Zonder al te technisch te worden, er bestaan ten minste zes verschillende lastechnieken, die elk weer zijn onderverdeeld in vier specialistische niveaus. Ronald Westerhuis had na „vijf maand” niet één, maar vijftien lasdiploma’s, waaronder die voor rvs-lassen, want dat, had meneer Broeze gezegd, was „de toekomst”.

Ambachtsmannetje

We lunchen op het dak van de loods, in de schaduw van hoog struikgewas en bomen. En toen?, vraag ik. „Toen stond er een advertentie in De Telegraaf. Ervaren offshore-personeel gevraagd.” Ervaring had hij niet, maar hij zat wel een week na zijn sollicitatie op een platform in de Noordzee. Twaalf uur op, twaalf uur af werken, met een paar honderd man op een eiland gevuld met stalen pijpen, buizen en boren. Van zo’n platform kan je ook niet af, zeg ik. „De eerste keer zat ik er bijna een half jaar. Dat was wel een dingetje.” Maar ondertussen verdiende hij wel het vijf-, zesvoudige van wat een bankemployee verdient. Daarvan kon hij ’s winters dan weer reizen. Tot 2000 heeft hij af en aan over de hele wereld gewerkt, hij schopte het zelfs tot supervisor.

En toen? Hij lacht. „Toen werd ik kunstenaar.” Al een paar jaar had hij de beschikking over een ruimte in een Zwols kraakpand. „Om wat dingetjes voor mezelf uit te proberen.” De eerste jaren waren dat vooral buisvormige objecten, geïnspireerd als hij was door de offshore. De krakers in het pand, veelal kunstenaars, vonden hem een „ambachtsmannetje”, met zijn rare materiaal en grote auto. Zeiden ze dat of dacht hij dat? In elk geval, hij is zijn ‘dingen’ pas als kunst gaan zien toen de kunstcommissie van Dalfsen een bezoek bracht aan het kraakpand. Bij toeval kwamen ze bij hem. „Ze vroegen of ze mijn werk mochten exposeren. Ik zeg: wat levert het op? Vijfhonderd gulden. Ik heb meteen mijn kennissen gebeld: Dat ding van mij in je tuin, dat moet ik even terug.” Daarna heeft hij zijn baas bij het offshorebedrijf gebeld. „Ik zeg: ik stop. Ik word kunstenaar. Man, zegt hij, je komt om van de honger.”

Zeventien jaar na zijn ontslag, staan zijn beelden van Singapore tot Miami. Elke ochtend begint hij om vijf uur in z’n werkplaats. Tot half acht, acht uur is hij op z’n best, daarna gaat hij een half uurtje zwemmen. En dan komen de jongens. Eentje, voorheen afwasser, is al vanaf het begin bij hem. Verder lopen er nog een paar met een ingewikkelde thuissituatie of leerproblemen. „Meestal heb ik ze een dag of drie op proef.” Als hij iets in ze ziet, mogen ze blijven. „Maar wel werken, ik ben geen sociale werkplaats.” Roestvrij staal, zegt hij, is duur en moeilijk te bewerken. Gevaarlijk zelfs. „Brons kun je nog omsmelten, en marmer hakken kun je uitbesteden.” Maar van rvs valt alleen kunst te maken als je het ambacht perfect beheerst. „Rvs komt in losse onderdelen: als ronde buis, vierkante koker of platte plaat. Daaruit moet ik mijn vormen halen.” Wat hij maakt is altijd abstract. „De vorm brengt het gevoel over.” Hoor even wat hij tegenwoordig ook zegt: „Ik groei langzaam in mijn vormentaal.”

Heel on-kunstenaarachtig benoemt hij heel precies wat hij met zijn werk bedoelt. Het gat in de kromme achterwand van het MH17-monument staat voor blik op de toekomst. De holte in de glanzende sculptuur staat voor het gemis. Van bovenaf lijkt de sculptuur een oog. De blik naar boven. In die holte komt een ronde plaat te liggen, de iris van het oog. Die plaat ligt daags voor de onthulling nog onder een doek in Westerhuis’ atelier. Hij tilt een hoekje doek op. In cirkelvorm staan daar de namen van de slachtoffers, niet op alfabetische volgorde maar op stoelnummer. In het midden van de cirkel de vijftien crewleden, daaromheen de passagiers, soms twee, soms drie met dezelfde familienaam. Hij strijkt met zijn vingers over het spiegelgladde oppervlak. „Kijk, die krasjes poets ik zo weg. Keihard, maar kwetsbaar.”