“Bestuurders zien bezwaren. Een kind zegt: maar dan probéér je het toch gewoon!”

Raad van Kinderen

Alle bedrijven zouden naast een raad van commissarissen een Raad van Kinderen moeten hebben, zegt prinses Laurentien. Ruim 70 bedrijven laten zich al adviseren door 10- en 11-jarigen. „Géén idee waar die pingpongballen ineens vandaan kwamen.” 

De dialoogsessie bij Ziggo. Op de achtergrond bestuursvoorzitter Jeroen Hoencamp, in het gele colbert zijn collega-directielid Nicole Hoebink. Foto Missing Chapter Foundation

Het stond in zijn agenda, maar de ‘sessie met de Raad van Kinderen’ kwam erg ongelegen. Jeroen Hoencamp (50) hád het al zo druk. Dus toen de baas van Vodafone Ziggo op 10 mei ’s ochtends naar kantoor reed en zijn dag doornam, dacht hij: „Ik heb hartstikke veel te doen, wat gaan die kinderen uit groep 8 mij vertellen wat ik na twintig jaar in deze business niet weet?”

Nou, daar is hij wel van teruggekomen, zegt Hoencamp. „Na de sessie heb ik de kinderen met het schaamrood op de kaken mijn excuses aangeboden.” Prinses Laurentien herinnert zich dat nog. „Dan staat daar de topman van een groot bedrijf, en die gaat door het stof voor een groep kinderen. Hij zei: ‘Jongens, ik heb jullie verkeerd ingeschat.’ Dat an sich is een ervaring voor zo’n bestuurder.”

Stiekem vindt prinses Laurentien (51) het prachtig als mensen het effect van de door haar bedachte Raad van Kinderen onderschatten, zegt ze. „Juist als mensen van tevoren sceptisch zijn, geeft het veel voldoening als ze later moeten toegeven hoe waardevol het was.”

De Raad van Kinderen is voortgekomen uit de in 2009 door prinses Laurentien opgerichte Missing Chapter Foundation. Het idee is dat kinderen zich buigen over dilemma’s waar bedrijven en organisaties mee worstelen en hier op directieniveau over meepraten. „Kinderen stellen wél die simpele vragen, zijn onbevangen en hebben geen waardeoordeel”, legt ze uit. „Bestuurders denken vaak in beperkingen, komen met allerlei bezwaren. Een kind zegt: maar dan probéér je het toch gewoon!”

Intussen werken ruim 70 bedrijven en organisaties met een Raad van Kinderen. Van staalproducent Tata Steel tot de ING-bank en van het ministerie van Infrastructuur en Milieu tot pretpark de Efteling.

In de praktijk werkt de Raad van Kinderen als volgt: een bedrijf legt een maatschappelijk vraagstuk voor aan een groep kinderen van een basisschool uit de buurt. De kinderen, meestal 10 of 11 jaar oud, verdiepen zich in het onderwerp. Ze lezen erover, praten met mensen uit het bedrijf en gaan op werkbezoek. Na twee maanden komen ze met hun aanbevelingen. Tijdens deze ‘dialoogsessie’ mogen de directieleden alleen maar luisteren of vragen stellen. Na afloop leggen ze verantwoording af aan de kinderen door te laten weten wat er met hun ideeën en adviezen gebeurt. Vorig jaar hebben 43 bedrijven of organisaties een jaarverslag gemaakt over hun traject met de Raad van Kinderen. Wat bedrijven betalen, bepalen ze zelf, al is het minimumbedrag 10.000 euro. „We zijn geen consultants”, zegt Laurentien. „De Missing Chapter Foundation is een stichting. Bedrijven betalen niet alleen voor het traject, maar steunen onze bredere maatschappelijke missie.”

“Bestuurders zien bezwaren. Een kind zegt: maar dan probéér je het toch gewoon!”

Geen halfzachte onderwerpen

Werken met een Raad van Kinderen is een serieuze zaak, al wordt dat soms nog onderschat, merkt Laurentien. Dat begint al met het formuleren van het vraagstuk. In dit stadium zijn de kinderen nog niet betrokken. „Vaak komen bedrijven eerst met halfzachte onderwerpen aan, die niet echt de essentie weergeven van waar ze mee worstelen”, zegt Laurentien. „Dan zijn we heel streng, tot grote verbazing van de bestuurders. We blijven doorvragen en laten pas los als we denken: dít is de essentie. Anders prikken de kinderen er zo doorheen.” 

Het zijn altijd maatschappelijke vraagstukken, bedrijven kunnen de Raad van Kinderen niet opzadelen met ingewikkelde financiële kwesties of vragen een nieuw product te ontwerpen. PostNL wilde bijvoorbeeld weten: ‘Op welke manier krijgen we de onnodige hoeveelheid lucht uit de verpakkingen?’ De Nederlandse Spoorwegen vroegen: ‘Klopt het beeld over NS in de media?’ En supermarktketen Albert Heijn legde de kinderen voor: ‘Wat kunnen wij doen om te zorgen dat mensen gezonder gaan eten?’

Als het dilemma eenmaal duidelijk is, gaan de kinderen met hun leerkracht aan de slag. Twee maanden later presenteren ze hun onderzoeksresultaten op het kantoor van het bedrijf. De taak van de dialoogleider is hierbij essentieel, legt Laurentien uit, die deze rol vaak op zich neemt. „Je bent voortdurend aan het vertalen. Begrijpen de bestuurders wat de kinderen zeggen en vice versa? Aan het eind is er altijd wel een bestuurder die zegt: fijn om te horen, het is een bevestiging van wat we al dachten. Dan zeg ik: volwassenen vinden het altijd fijn om bevestigd te worden in wat ze al dachten te weten, maar wat heeft u eigenlijk gehoord? Als dan blijkt dat ze niet de échte boodschap van de kinderen hebben meegekregen, corrigeer ik ze.”

Is er een onderwijzeres aan haar verloren gegaan? „Dat hoor ik heel vaak”, zegt ze, bijna verlegen. „Mijn grootmoeder was lerares.” Soms dagen de kinderen haar uit. „ Zo was er een jongetje dat zichzelf de rol had aangemeten van degene die de rare opmerkingen maakt. Waar dan de hele klas om lacht. Aan het eind van de sessie, ik wilde net het woord aan de topman geven, stak dat jongetje zijn vinger op. ‘Mag ik een liedje zingen?’ Het was een heel apart lied, over kaas. Iedereen ging weer lachen. Ik zei: ‘Weet je waarom ze dat doen? Omdat ze ongelooflijk jaloers zijn. Die mannen in pak willen niets liever dan hun vergadering afsluiten met een liedje, maar ze hebben het lef niet.’ Je kunt zo veel doen op zo’n moment. Dat vind ik geweldig.”

Zwembaden en pingpongballen

Is werken met een Raad van Kinderen iets waar bedrijven goede sier mee maken – kijk ons eens maatschappelijk actief zijn – of levert het ook echt iets op?

„Die vraag hoor ik vaker. Je bent dan geneigd te bewijzen dat de kinderen waardevolle dingen brengen”, zegt prinses Laurentien. „Maar laten we het eens omdraaien. Het is niet aan ons om bewijslast aan te dragen, het is aan de bedrijven om ons uit te dagen. Kom dan maar met een moeilijker dilemma.” 

Uitkomst van een brainstorm bij supermarktketen Lidl. Foto Missing Chapter Foundation

Natuurlijk kan ze concrete voorbeelden noemen van ideeën die daadwerkelijk in de praktijk zijn gebracht. De jaarverslagen staan er vol mee, en de prinses kent ze bijna allemaal uit haar hoofd. Ze vertelt over Benjamin, van de Flevoschool uit Huizen, die voor supermarkt Lidl stickers bedacht met de ideale temperatuur voor een koelkast (4 graden), om voedselverspilling tegen te gaan. „Daar is een hele campagne uit voortgekomen.” 

Soms wordt niet het exacte idee van de kinderen ten uitvoer gebracht, maar een afgeleide ervan. Zoals bij Center Parcs, dat de kinderen had gevraagd hoe de vakantieparken energie konden besparen. De kinderen ontdekten dat Center Parcs veel buitenzwembaden heeft. En dat daar warmte vanaf komt, ook ’s nachts. Laurentien: „Toen kwamen ze met het idee om alle zwembaden ’s nachts af te dekken met pingpongballen. Waar die pingpongballen vandaan kwamen, géén idee. Maar nu worden bijna alle zwembaden ’s nachts afgedekt.” Met? „Zeil, geloof ik.”

Zelfs als ze niet met concrete ideeën komen, is een dialoog met de Raad van Kinderen nog heel nuttig, betoogt Laurentien. „De houding van kinderen zet aan tot anders denken.”

Jeroen Hoencamp van Vodafone Ziggo beaamt dat. „Ze zijn zo ontwapenend. Ze denderen met een hoop lawaai door het gebouw, zijn energiek en verfrissend. En ze zeggen waar het op staat, of je dat nu leuk vindt of niet.” Het zijn juist de kleine dingen die blijven hangen, zegt Hoencamp. „Eén meisje verwoordde het zo mooi. Ze zei: ‘Wij vertrouwen geen bedrijven, wij vertrouwen mensen. Dus je moet je klanten als vrienden behandelen.’ Dat heb ik opgeschreven. Die hebben we opgenomen in onze bedrijfsmissie.”

„Een meisje zei: ‘Wij vertrouwen geen bedrijven, wij vertrouwen mensen. Dus je moet je klanten als vrienden behandelen.’ Dat heb ik opgeschreven.”

Wat hem verder opviel, zegt Hoencamp, is dat de kinderen elkaar aanvullen en daardoor versterken. „Ze luisteren echt naar elkaar. Daar kunnen volwassenen nog wat van leren. In mijn zakelijke omgeving zie ik dat mensen toch vaak vooral hun eigen punt willen maken.”

Maakt zo’n sessie met de Raad van Kinderen van een bestuurder direct een totaal andere leider? Nee, zegt Laurentien. „Maar hopelijk leert hij zijn vooroordelen aan de kant te zetten. En staat hij een volgende keer wél open voor die young professional die met een afwijkend idee langskomt. In plaats van hem meteen weg te sturen, kan hij misschien toch eens tien minuten luisteren.” Hoencamp: „Als je een open houding hebt, en open vragen stelt, haal je meer uit meetings. Dat blijft je bij.” 

Externe toezichthouder

Uiteindelijk ziet de Missing Chapter Foundation het liefst dat ieder bedrijf een Raad van Kinderen in zijn organisatiestructuur opneemt, net zoals ze standaard een raad van commissarissen hebben. „Het moet een zelfregulerend mechanisme worden”, zegt Laurentien. „Al zullen wij er altijd zijn als een soort externe toezichthouder.” 

Bij de Missing Chapter Foundation blijven zich ondertussen nieuwe bedrijven aansluiten, zoals luchthaven Schiphol. „Eerst geloofde Schiphol er niet echt in”, zegt Laurentien. „Maar onlangs sprak ik Jos Nijhuis [de topman, red.] toevallig en heb ik zijn aarzelingen op het punt van de vrijblijvendheid kunnen wegnemen.”

Nu al een aantal ministeries meedoet, is een Nationale Raad van Kinderen een logische volgende stap, aldus Laurentien. „We hebben gepolst: als er een kabinet is, kunnen we dan serieus met elkaar in gesprek? De huidige premier heeft gezegd dat hij dat ziet zitten. Op dit moment zijn we met kinderen aan het bekijken hoe we zo’n nationale raad gaan organiseren.”