Interview

‘Iemand die wil sterven laat je niet alleen’

Directeur Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde

Artsen verlenen niet ‘stiekem’ euthanasie, ze gaan het eerder uit de weg, zegt de nieuwe NVVE-directeur. ‘Ze zijn te bang de wet te overtreden.’

De woorden ‘doodmaken’ en euthanasie ‘plegen’ passen niet in het debat, vindt Agnes Wolbert. Foto Frank Ruiter

Agnes Wolbert (1958) was na tien jaar Tweede Kamer wel gewend dat een debat soms wordt opgestookt. Daar wilde ze aan ontsnappen toen ze op 1 juni begon als directeur van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). Maar ze had haar bureau nog nauwelijks ingericht, of het euthanasiedebat kookte over. Half juni schreef ouderenpsychiater Boudewijn Chabot dat de euthanasiepraktijk zich op een „glijdende schaal” bevond. Hij had kritiek op artsen die dementerende ouderen „stiekem” euthanasie zouden verlenen terwijl ze niets meer in de gaten hebben. Jacob Kohnstamm, voorzitter van de euthanasietoezichthouder, vond dat Chabot „een beetje de weg kwijt” was. Hij noemde het „onzin” dat „we in een ‘u vraagt, wij draaien’-situatie zijn terechtgekomen.”

Niet eerder gaf Wolbert een uitgebreid interview over haar nieuwe baan, nu vindt ze de tijd rijp. Ze voelt zich ingewerkt en heeft het PvdA-Kamerlidmaatschap achter zich gelaten. Haar nieuwe werkgever is de grootste en machtigste belangenvereniging die strijdt voor het recht op euthanasie in Nederland. De NVVE heeft 167.000 leden, die begeleiding kunnen krijgen bij vragen over hun laatste levensfase. Dat mag van Wolbert ver gaan. Zij zou graag zien dat haar medewerkers erbij blijven als iemand die geen vrienden of familie heeft euthanasie krijgt, hoewel de NVVE er tot dusver voor kiest mensen de allerlaatste stap zelf te laten zetten. „Wij laten mensen niet alleen. Dat is mijn uitgangspunt”, zegt Wolbert.

Lees hier het opiniestuk van Boudewijn Chabot: Verontrustende cultuuromslag rond de zelfgekozen dood

Hoe keek u naar het debat dat meteen na uw aantreden zo fel oplaaide?

„Wat mij stoort is het taalgebruik. Dat wordt steeds suggestiever. ‘Stiekem’, dat woord past niet bij de euthanasiepraktijk, die in mijn ogen zeer zorgvuldig en transparant is. En trouwens: een wilsverklaring is geldig, ook als iemand die wegens dementie niet meer kan bevestigen. Ik begrijp dat artsen liever willen dat iemand de wens om te sterven nog kan bevestigen, maar ook deze mensen hebben bewust voor euthanasie gekozen. Daar is niks illegaals aan, niks stiekems.”

Waaruit blijkt die polarisatie nog meer?

„Mensen die spreken over het ‘plegen’ van euthanasie: je pleegt moorden, je verleent euthanasie. Of: mensen doodmaken. Die term past ook niet in dit debat. We moeten gewoon op onze woorden letten.”

Wolbert ziet in haar eerste weken dat er een „enorm gebrek aan kennis” is over euthanasie. Tijdens een NVVE-regiobijeenkomst schrok ze bijvoorbeeld van ouderen die haar vertelden dat ze bij hun eigen huisarts niet terecht kunnen met vragen over hun levenseinde.

Moet een patiënt zelf het gesprek beginnen over het levenseinde, of is dat volgens u de taak van een huisarts?

„Dat moet de huisarts doen. Je ziet dat huisartsen steeds minder vaak een eenmanspraktijk hebben. Ik vind dat in iedere coöperatie een paar huisartsen zich moeten specialiseren in euthanasie. Het is voor huisartsen de afgelopen twintig jaar, over het algemeen, een gewoonte geworden om te zeggen: als het complex wordt, verwijs ik door. Die reflex moeten ze onderdrukken.”

Lees het gesprek met voorzitter van de regionale toetsingscommissies euthanasie Jacob Kohnstamm: ‘Álles bij diep demente mensen is stiekem’

Huisartsen verwijzen te snel door naar specialisten?

„Ze zijn te bang de wet te overtreden. De meesten gaan aan de veilige kant zitten. Er zijn heel veel artsen die, zodra bijvoorbeeld dementie in het spel is, bijna niet meer durven. Ik sprak met een arts die vertelde over een patiënt van 95 jaar, bijna blind, met allerlei kwalen. Die man leefde geïsoleerd omdat mensen in zijn omgeving waren overleden, had een gebroken heup en wilde euthanasie. Dat kán gewoon, op basis van een stapeling van ouderdomsklachten. Maar de huisarts wilde het niet doen en verwees door naar de Levenseindekliniek. Dan denk ik: die arts heeft niet genoeg kennis en verwijst door uit angst. Terwijl het zo belangrijk voor mensen is dat euthanasie in hun vertrouwde praktijk uitgevoerd kan worden. Zo’n huisarts laat zijn patiënt met lege handen staan.”

Er zijn ook mensen die hun euthanasie zelf willen regisseren, zonder arts.

„Wij kiezen geen kant. Klassieke euthanasie met een arts staat voor ons naast de autonome route en de hulpverleningsroute – waarbij een stervenshulpbegeleider of naasten helpen. Zolang het binnen de wet is, vinden wij het goed.”

Jullie medewerkers helpen mensen aan buitenlandse adressen waar ze een ‘laatstewilmiddel’ kunnen bestellen. Zulke drankjes, pillen en poeders importeren is illegaal.

„Wij verwijzen mensen naar een heel palet aan informatie, maar dat is altijd openlijke en publiek toegankelijke informatie. Altijd binnen de kaders van de wet.”

Mensen doen met jullie informatie iets dat niet binnen die kaders valt.

„Dat zou kunnen, maar mensen kunnen uiteindelijk ook voor de trein springen of van een dak springen. Wij willen mensen helpen in hun eigen afwegingsproces. In die afweging zelf treden wij niet.”

Er wordt een nieuw kabinet geformeerd met twee christelijke partijen. Maakt dat de kans groter dat de voltooid leven-wet die het vorige kabinet wilde er niet komt?

„Je hebt kans dat het politieke debat in de ijskast wordt gezet. Maar het is een illusie te denken dat wanneer de politiek er niet meer over wil praten, ook het gesprek in de samenleving stopt.”

Dat gesprek kan alleen niet meer worden omgezet in beleid of wetten.

„Dat weet ik niet. Het politieke debat is nu wel erg smal – het gaat bijna alleen maar over de vraag of er een wet moet komen voor ouderen die hun leven voltooid vinden. We moeten een veel breder gesprek voeren. Wat als ik Alzheimer krijg en euthanasie wil? Wat als mijn huisarts niet met me wil praten over euthanasie? Wat als ik niet bij mijn kinderen terecht kan, omdat ze steeds zeggen ‘ach mam, je bent nog lang niet dood’? Dát zijn de grote vragen. Het gesprek daarover moeten we openbreken. Dan humaniseren we het sterven, zoals we willen. Als dat lukt, houden CDA en ChristenUnie vooruitgang echt niet tegen.”