‘We zagen wat de buurvrouw op tv keek en hoorden de buurman rochelen’

Spitsuur

Peter Heijen (41) en Esther Heijen-Kop (38) wonen met hun drie jonge zoontjes in Tienhoven. Hij is sociaal ondernemer, zij werkt in het ziekenhuis. „Uitrusten kan eigenlijk alleen als je in bed ligt.”

Peter: „Met drie kleine kinderen moet alles efficiënter.” Esther: „We doen nu work-outs met houtblokken in de tuin. De buren lachen zich rot.” Foto David Galjaard

Peter: „In Amsterdam gingen we ieder weekend samen de Ronde Hoep af met de racefiets, maar met drie kleine kinderen moet alles efficiënter.”

Esther: „Nu doen we een work-out met een houtblok achterin de tuin.”

Peter: „We gebruiken Fitchannel, een app. Een soort bootcamp, maar dan beter. Kickboxer Remy Bonjasky en schaatser Mark Tuitert zijn een half uur je personal trainers.”

Esther: „De buren lachen zich rot. Ze appten al: ‘Gaan jullie weer lekker touwtje springen’?”

Peter: „Yogamatjes onder de bank, hatseklats en gaan.”

Esther: „Hiervoor woonden we in de Pijp. Aan de ene kant zagen we wat de buurvrouw op de televisie keek en aan de andere kant hoorden we de buurman ’s nachts rochelen. Toen zijn we gaan kijken op Funda naar woningen met vrij uitzicht in een straal rond Amsterdam. Op dit huis waren we meteen verliefd. In Tienhoven wonen 500 mensen, dus dat is wel even wennen.”

Peter: „Je ziet hier vee en tractors.”

Onrecht

Peter: „Ik werkte in het centrum van Amsterdam op de gracht bij de bank. Maar eigenlijk ben ik een idealist. Ik kan niet tegen onrecht. Daar word ik oprecht boos en verdrietig om. Negen jaar geleden ging ik backpacken in Bangladesh. Daar sliep ik in een guesthouse in Dhaka dat was opgericht door een Nederlandse dame, Lisa. Zij haalde kinderen van straat en hielp ze aan werk. Dat vond ik zo vreselijk inspirerend. Toen ben ik gaan nadenken over een meer structurele manier om armoede te bestrijden. Via Lendahand kun je als particulier een ondernemer in Afrika, Zuid-Amerika of Azië geld lenen in ruil voor rente. We werken met lokale partners, die de kredieten beheren en het risico zo veel mogelijk op zich nemen. Twee weken geleden was ik bijvoorbeeld in Oeganda. Families gebruiken er kerosinelampen voor verlichting – die laten ze de hele avond branden. Dat staat gelijk aan twee pakjes sigaretten per dag wat die kinderen daar inademen. Er komt zwart snot uit hun neus! Families lenen 500 euro van Solar Now, een Nederlands bedrijf dat zonnepanelen importeert. Daardoor hebben mensen in het dorp nu buitenverlichting en een koelkast.”

Esther: „Jij schreef als kind al een brief naar premier Lubbers of hij wat kon doen aan een spin die mishandeld was.”

Peter: „Andere kinderen trokken pootjes uit zijn lijf, dat vond ik zo verschrikkelijk.”

Esther: „Ik heb veldonderzoek gedaan in West-Afrika naar tbc. Daar zat ik een paar maanden tussen de locals in zo’n modderhutje, dus ik snap wel wat Peter bedoelt. Ik houd als antropoloog ook wel van avontuur. Ook nu met het ondernemen. Ik heb altijd het vertrouwen dat het wel goed komt. Dat probeer ik de kinderen ook mee te geven. Ga maar vragen, ga maar doen. Maar je merkt het wel in je portemonnee.”

Peter: „Toen ik bij de bank werkte gingen we met zijn tweeën een maand naar Madagaskar. Een jaar later vertrokken we met een tentje en een baby naar Frankrijk.”

Esther: „Maar dat was niet minder leuk.”

Nog even op de bank liggen

Peter: „Vanochtend werd Boaz wakker om vijf uur. Dan moet je eruit, flesje geven, nog helemaal slaperig.”

Esther: „Een half uur later komt er nog een kind, en weer een half uur later nog een.”

Peter: „Nog even op de bank liggen, denk ik dan. Maar dan begint Boaz te protesteren. Of hij poept en dan moet je weer verschonen.”

Esther: „Uitrusten kan alleen als je in bed ligt.”

Peter: „Vier keer per jaar ga ik naar Afrika of Azië. In Europa vlieg ik ook nog wel tien keer per jaar ergens naartoe. Dat vind ik wel moeilijk, omdat Esther dan in haar eentje drie kleine kinderen moet verzorgen.”

Esther: „Ja, dat is wel heftig. We hebben geen ouders in de buurt. Mijn ouders wonen op Texel en mijn moeder werkt nog. Peters moeder is hier op vrijdag. Ze vouwt de was en speelt met de jongens, dat helpt. Alleen, wij helpen haar ook.”

Peter: „Mijn moeder heeft Alzheimer.”

Esther: „Zij is hier de hele dag op vrijdag en dan is ze helemaal happy, lekker spelen met de jongens. Ik bak dan een enorm dikke omelet en daar eet ze de helft van.”

Peter: „Thuis vergeet ze te eten. Eigenlijk willen we ook dat ze hier doucht.”

Esther: „Ze heeft wel hulp, maar die komt niet in het weekend.”

Crèchebegeleider

Esther: „Weekend is eigenlijk ook een werkdag.”

Peter: „Dan ben je zelf een soort crèchebegeleider, dat zijn de zwaarste dagen. Ik ga vaak met ze zwemmen in de Loosdrechtse plas. Of we gaan het bos in, wandelen met vrienden.”

Esther: „Of naar de Dominicus-kerk in Amsterdam. Het is heel vrij, elke week is er een andere spreker. Ook als je niet gelovig bent, ben je onder de indruk.”

Peter: „Echt een heerlijke kerk.”

Esther: „Met de kinderen hebben we nu een volledige levensinvulling. Af en toe een uur even niks doen, dat zou ik heerlijk vinden.”