Opinie

Erdogans macht is precair

Een jaar na de coup is er in Turkije een grote groep burgers die, oog in oog met geweld en intimidatie, toch zijn stem durft te verheffen, schrijft

Regeringsgetrouwe militairen en Erdogan-aanhangers op het Taksim-plein in Istanbul in de vroege ochtend van 16 juli 2016. „Of de bevolking ook de democratie heeft gered, is de vraag.” Foto Murad Sezer/Reuters

Soldaten die de brug over de Bosporus en de burelen van CNN Türk bezetten en het Turkse parlement bombarderen. Precies een jaar geleden vond de couppoging in Turkije plaats. Maar nog altijd zijn belangrijke vragen onbeantwoord. Wie zaten er achter de coup? En vooral: wie wist wat wanneer? Als, zoals sommige Turkse media suggereren, de veiligheidsdienst al zes uur eerder was gewaarschuwd, waarom zijn er dan geen maatregelen genomen? Wist de legerleiding echt van niets of wachtten de generaals hoe het zou aflopen? En wat wisten de regering en de top van Erdogans AKP?

Lees ook de analyse van onze correspondent Toon Beemsterboer, een jaar na de coup: de mythe van de coup staat de feiten in de weg.

Wat wel zeker is: de couppoging is op het laatste moment met zes uur vervroegd omdat de samenzweerders dachten dat ze verraden waren. Als de staatsgreep, zoals oorspronkelijk gepland, om drie uur ’s nachts was uitgevoerd, terwijl Turkije sliep, had hij heel goed kunnen slagen. Dat zou een ramp voor het land zijn geweest. Het is dan ook terecht dat de Turken vandaag niet alleen de slachtoffers herdenken, maar dat zij ook vieren dat de bevolking zich massaal en moedig tegen de couppoging heeft verzet.

Slachtoffers

Of die bevolking daarmee ook de democratie heeft gered, is de vraag. Regerend per decreet heeft de regering-Erdogan de couppoging het afgelopen jaar misbruikt om alle tegenstanders uit te schakelen. Dat proces was al voor 15 juli 2016 aan de gang, maar is nu in een stroomversnelling gekomen.

De eerste groep tegenstanders die werd aangepakt, waren de aanhangers van Gülen, de in Amerika woonachtige geestelijk leider die wordt gebrandmerkt als aanstichter van de coup. De campagne om een eind te maken aan de invloed van Gülens beweging was al vier jaar eerder begonnen, maar is afgelopen jaar met alle middelen doorgezet.

De tweede groep die werd aangepakt, was de Koerdische oppositie. Hoewel deze, zelfs volgens Erdogan, niets met de coup had uitstaan, werd partijleider Selahattin Demirtas van de Koerdische HDP gearresteerd. In november werd 142 jaar gevangenisstraf tegen hem geëist voor steun aan terreur. Tegelijk werden in het Koerdische zuidoosten vrijwel alle gekozen HDP-burgemeesters vervangen door toezichthouders van de AKP.

De contouren van een nieuw Turks politiek landschap worden zichtbaar

De oppositiemedia kregen het zwaar te verduren. Twaalf journalisten van de belangrijkste oppositiekrant Cumhuriyet zitten al 257 dagen gevangen – hun hoofdredacteur is naar Duitsland gevlucht. Veel media zijn gesloten.

De universiteiten werden gezuiverd, met name van academici die begin 2016 een manifest ondertekenden waarin werd opgeroepen de Koerdische oorlog in het zuidoosten te beëindigen.

Scholen, universiteiten en media werden gesloten, bedrijven en gemeentebesturen werden door staatscommissarissen overgenomen, ambtenaren werden ontslagen of geschorst, er volgden arrestaties en paspoorten werden afgenomen. De gevolgen waren groot: wie ontslagen werd, verloor daarmee ook alle recht op uitkering of pensioen en ook de mogelijkheid om ooit nog in overheidsdienst te werken.

Nieuw politiek landschap

Voortdurend claimde Erdogan dat Turkije in dodelijk gevaar was. Zo hield hij druk op de ketel. Hij suggereerde dat Europa en Amerika achter de coup zaten en riep de bevolking op waakzaam te zijn en op te treden als ‘wachters van de democratie’. Het provoceren van conflicten met Europese landen paste goed in die strategie.

De vestiging van een autoritair regime culmineerde half april in de campagne voor het referendum over de invoering van een presidentieel systeem. Deze campagne was de meest oneerlijke in de moderne Turkse geschiedenis. Een ‘nee’ stem werd in de staatsmedia gelijkgesteld aan steun voor terrorisme en voor de coup. Het hele staatsapparaat werd ingezet om ‘ja’ te steunen.

De weerstand tegen Erdogan bleek onverwacht sterk

Toch bleek de weerstand tegen Erdogan onverwacht sterk. Hoewel campagne voeren voor ‘nee’ vrijwel onmogelijk was gemaakt, stemde 48,6 procent tegen. Steden en wijken die al vijftien jaar in handen van de AKP waren gingen om, waaronder Fatih en Üsküdar, de meest religieuze wijken van Istanbul.

Na tien maanden van machteloos toezien gaf deze uitslag de oppositie in Turkije nieuw elan. Nadat regeringsgezinde rechters het parlementslid Enis Berberoglu tot 25 jaar gevangenis veroordeelden, omdat hij in 2015 geheime Turkse wapenleveranties aan Syrische rebellen openbaar had gemaakt, trokken oppositieleider Kiliçdaroglu en zijn fractie hun wandelschoenen aan en begonnen aan de 450 kilometer lange ‘Mars voor Gerechtigheid’, van Ankara naar Istanbul.

Ondanks het smalende commentaar van de regering – „waarom neemt die stumper de door ons aangelegde hogesnelheidstrein niet?” – sloten meer en meer mensen zich aan. En toen de stoet de wijk in Istanbul bereikte waar Berberoglu gevangen zit, kwamen honderdduizenden naar de slotmanifestatie.

In de Nee-campagne en de Mars voor Gerechtigheid werden de contouren zichtbaar van een nieuw Turks politiek landschap. Dit kwam vooral door het uiteenvallen van de ultra-nationalistische MHP. Partijleider Devlet Bahçeli sloot in de referendumcampagne een pact met Erdogan, maar het grootste deel van zijn aanhangers volgde niet hem maar de charismatische politica Meral Aksener, die een felle Nee-campagne voerde – en uit de partij werd gezet. In juni steunde Aksener publiekelijk Kiliçdaroglu’s Mars voor Gerechtigheid.

Waar Erdogan steeds meer een hardline islamitische en nationalistische koers vaart en zich vooral richt op het consolideren van zijn eigen machtsbasis, tekent zich een nieuwe seculiere coalitie af van het centrum-linkse CHP met het gematigde deel van de nationalistische MHP. Om aan een meerderheid te komen, moeten zij echter samenwerken met de Koerdische HDP, die 10 tot 15 procent van de stemmen kan trekken. Dat betekent vroeg of laat toegeven aan Koerdische eisen van zelfbestuur. Zowel voor de CHP die zich ziet als de erfgenaam van Atatürk, als voor de Turkse nationalisten van de MHP is dat vooralsnog een brug te ver.

Turkije zal daarom voorlopig zijn autoritaire koers blijven varen. Erdogan heeft zijn macht versterkt. Hij is onaantastbaar – tenminste, zolang de Turkse en Koerdische oppositie verdeeld zijn. Maar hij weet ook dat zijn macht precair is en dat hij ‘zijn mensen’, de conservatieve en religieuze helft van de bevolking, permanent moet mobiliseren.

Dat gaat het best door voortdurend op te roepen tot waakzaamheid tegen buitenlandse belagers en binnenlandse verraders. Daarvoor zal de viering/herdenking van vandaag zeker weer een uitgelezen gelegenheid zijn.

Voor landen als Nederland is het lastig goed op de situatie in Turkije in te spelen. Aan de ene kant krijgt Erdogans regime steeds meer autoritaire trekken en neemt het steeds meer afstand van Europese waarden. Het is bovendien moeilijk praten met een land waarvan de regering voortdurend aan haar eigen bevolking vertelt dat jij de vijand bent. Toch is het van belang te blijven praten, niet omdat Turkije kandidaat EU-lid is (dat is pure fictie), maar omdat het net als Rusland een groot en belangrijk buurland van de EU is. Dat praten hoeft bovendien niet te stoppen als de regeringen overhoop liggen. Het referendum en de mars hebben laten zien dat er in Turkije een grote groep burgers is die onder heel moeilijke omstandigheden, oog in oog met geweld en intimidatie, toch zijn stem durft te verheffen. Het is essentieel dat deze mensen weten dat ze gesteund worden. Daarom moeten vooral de niet-gouvernementele contacten (cultuur, sport, bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap) ook in deze zware tijd zoveel mogelijk overeind worden gehouden.