Column

Appie’s hartstilstand: niet duiden, maar treuren

Zap

Als nieuwsprogramma kun je twee dingen doen bij tragisch nieuws: meedrijven op emoties of het breder trekken en er een symptoom van een grotere misstand in zien.

'Jinek' over Abdelhak Nouri (KRO-NCRV)

Soms heb je tragisch nieuws waar je verder niet zoveel zinnigs over kan zeggen. Ajaxspeler Abdelhak Nouri (20) heeft ernstige hersenschade opgelopen door de hartstilstand die hij vorige week kreeg op het voetbalveld. Dat zorgde gisteren voor een golf van medeleven. Hij was een jonge, veelbelovende speler en een beminnelijk mens. Als nieuwsprogramma kun je daar twee dingen mee doen: meedrijven op die emoties, of het breder trekken en er een symptoom van een grotere misstand in zien.

Eva Jinek koos voor het eerste. Ze had wat mensen die Nouri kende: doelman Khalid Sinouh, tv-maker Ajouad El Miloudi en sportjournalist Barbara Barend. Nouri was een rolmodel van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap, zo leerden we. Verder werden we niet veel wijzer. Maar dat hoefde ook niet. De tv-kijker is geschokt door het onbegrijpelijke lot van zo’n jong talent en wil dat delen dat met de gasten van een talkshow. Meer was dit keer niet nodig.

Nieuwsuur kan wat minder goed uit de voeten met gevoelens. Dus die hadden de Vlaamse arts Michel D’Hooghe, voorzitter van de medische commissie van voetbalbond FIFA. Hartfalen bij voetballers was volgens hem „een bijzonder groot probleem”. Langs ieder voetbalveld zou een defibrillator moeten klaarstaan. Goed idee. Hoe groot is het probleem, dokter? Het gebeurde iedere maand, zei hij. Op welke schaal? Cijfers? Die kregen we niet. In plaats daarvan begroef hij het gesprek in lingo: „Ik denk dat het hier ging om een ventriculaire tachycardie die geëvolueerd is naar een fibrillatie, waardoor de circulatie is uitgevallen.”

We wilden treuren en we kregen een medisch praatje zonder context. Uit gegoogeld onderzoek blijkt dat jaarlijks twee op de tienduizend teamsporters kampt met hartfalen op het veld. Dat is twee keer zo vaak als daarbuiten, maar nog steeds niet veel. Soms valt er gewoon niet zoveel breed te trekken. Soms is iets gewoon tragisch.

Iets heel anders. Ik heb Britse presentatrice Stacey Dooley gisteren te kort gedaan. De Vlaamse zender Canvas zendt een reeks van haar reportages uit, Stacey Dooley Investigates. De BBC ziet veel in haar omdat ze jongeren weet te bereiken. Ze kiest voor sexy onderwerpen: seks, drugs, misdaad, slavernij, liefst met minderjarigen in exotische oorden. Woensdag was ze mee op jacht in Zuid-Afrika. Daar stelde ze zich te veel op als het naïeve jonge meisje. Donderdag was ze in Tokio om kinderporno aan de kaak te stellen, in Young Sex For Sale In Japan, en daar was ze een hele andere Dooley.

Japanse mannen hebben iets met minderjarige meisjes in schooluniform. Onder internationale druk is kinderporno en kinderprostitutie toch maar verboden in Japan, maar er wordt niet echt gehandhaafd. Als Dooley minderjarige prostituees op straat filmt, belt de pooier de politie en wordt niet hij, maar Dooley aangehouden.

Veel ondernemers gaan op de grens zitten. Zo bezoekt Dooley een ‘JK-bar’ waar mannen voor geld met meisjes mogen práten. Ook bezoekt ze een fotoshoot van schoolmeisjes die half ontkleed poseren: chaku ero. Geen geslachtsdelen in beeld dus geen erotiek, vindt de producent. Een randgeval is de kinderporno-manga. In deze strips zijn de gruwelen getekend, en wordt dus niet daadwerkelijk een kind geschonden. Weerzinwekkend is het zeker, maar moet je ook verbieden? Brengt het mannen op een idee, of dient het juist als veilige uitlaatklep?

Dooley stelt zich op als een verontwaardigde activist. Met wat minder moralisme was de boodschap ook wel overgekomen, maar een aantrekkelijke documentaire was het zeker.