Column

Een chique manier om bizar te zeggen

Het adjectief kafkaësk heeft weinig meer met het werk van Kafka te maken, maar is een bruikbaar alternatief voor ‘bizar’ geworden.

Als je het als schrijver schopt tot adjectief, heb je een gevoelige snaar geraakt. Het meest kafkaëske voorbeeld hiervan is de eer die de auteur Franz Kafka is toegekomen. Zijn tot bijvoeglijk naamwoord verbasterde naam heeft zich volledig losgezongen van zijn oeuvre. We zeggen het woord ‘kafkaësk’ vaker dan dat we pagina’s van zijn boeken omslaan. En we gebruiken het als een chique manier om ‘bizar’ te zeggen. Dat alternatief komt goed van pas, want we zeggen al veel te vaak ‘bizar’. We leven dan ook in bizarre, om niet te zeggen kafkaëske tijden.

Meer specifiek gedefinieerd verwijst het adjectief ‘kafkaësk’ naar de kenmerken van onnavolgbare bureaucratische logica. Die betekenis is gebaseerd op een begrijpelijke en zeker ook plausibele, maar tegelijkertijd nogal eenzijdige interpretatie van Kafka’s oeuvre. Het op mysterieuze wijze zo goed als onbereikbare slot uit de roman Het slot is in die lezing een metafoor voor de ontoegankelijkheid van bureaucratische instanties en machtsstructuren die ons dagelijks leven bepalen. Dat de hoofdpersoon uit Het proces bij zijn weten niets heeft misdaan en toch op een ochtend wordt gearresteerd, is nog tot daaraan toe. Maar dat hij vervolgens terechtkomt in een ondoorzichtige en slepende rechtsgang, waarbij hij steeds minder in zijn eigen onschuld gaat geloven, is in deze interpretatie een allegorie voor de vervreemding en onmenselijkheid van bureaucratische processen.

Ik heb de indruk dat we ons daar tegenwoordig niet zo veel zorgen over maken, over bureaucratie, behalve in Italië waar een Ministerie van Vereenvoudiging bestaat en waar de bestrijding van de bureaucratie aan bureaucratie ten prooi is gevallen. Maar bij ons is alles misschien niet leuker maar wel gemakkelijker geworden met gekleurde formuliertjes en angstaanjagend klantvriendelijke servicepunten op voor rolstoelgebruikers toegankelijke locaties. We hebben het hele leven tot en met de dood in heldere procedures vastgelegd en geautomatiseerd.

Maar Kafka heeft niets aan relevantie ingeboet en we vinden de wereld kafkaësker dan ooit tevoren. Wat die romans zo goed maakt, is dat ze een ongrijpbaar ongenoegen en existentieel ongemak voelbaar maken dat niet zozeer voortkomt uit het besef dat wij ons als eenlingen tegenover een ondoordringbare organisatie gesteld zien, als wel uit een angstig concreet vermoeden dat we eigenlijk helemaal niet weten hoe het zit. En dat we dat nooit zullen weten. En dat we, naarmate we meer ons best doen om dichter bij de waarheid te komen, steeds meer aan de bereikbaarheid en het bestaan van die waarheid gaan twijfelen.

De manier waarop Trump de beschuldigingen weerlegt dat hij nepnieuws verspreidt, is te zeggen dat die beschuldigingen nepnieuws zijn. De leugenaar maakt degene die hem wil ontmaskeren uit voor leugenaar. De feiten zijn meningen geworden. De waarheid is afhankelijk van de vraag aan welke kant je staat. Vroeger was er misschien te weinig informatie beschikbaar om de waarheid te achterhalen, nu is er te veel informatie en zijn er te veel waarheden die de waarheid aan het zicht onttrekken. Dit is zorgelijk, ontregelend en ronduit bizar. Ik denk dat we dit gerust kafkaësk kunnen noemen.