Opinie

Draconisch terreurbeleid maakt ons tot bange, geïsoleerde mensen

Het massaal aftappen van telefoons, deze week goedgekeurd door de Eerste Kamer, is contraproductief, betoogt . Het ondermijnt het onderlinge vertrouwen waarop een samenleving is gebaseerd.

Het kantoor van de AIVD. Foto: ANP / Robin van Lonkhuijsen

We worden allemaal steeds banger. De beelden van aanslagen in de media hebben een effect op onze dagelijkse beslissingen. Ik heb een vriend die zenuwachtig is als hij met de trein langs Schiphol moet. Een andere vriend verbaasde me door te vertellen dat hij bij de Gay Pride toch maar thuis was gebleven. En meerdere mensen zeiden dat ze de straat waren overgestoken om uit de buurt te blijven van een zenuwachtig ogende man met een Arabisch uiterlijk en een rugzak. Volgens een recent onderzoek van het CBS is meer dan 25 procent van de Nederlanders weleens bang slachtoffer te worden van een aanslag in Nederland.

De laatste jaren is in West-Europa een aantal angstaanjagende aanslagen gepleegd. We weten rationeel dat de kans om bij zo’n aanslag om te komen miniem is: duizend keer kleiner dan sterven bij een verkeersongeval. Maar dat voelt niet zo. De schijnbare willekeur en bekende locaties zoals London Bridge geven ons het gevoel dat wij net zo goed zelf slachtoffer hadden kunnen zijn.

Het is begrijpelijk dat politici na een aanslag ferme taal spreken. De legitimiteit van de overheid, die burgers veilig moet houden, is immers in het geding. „Genoeg is genoeg”, zei Theresa May na de derde aanslag binnen een paar maanden. Internetbedrijven mogen volgens haar geen vrijplaats meer zijn voor extremistische content, de politie moet meer bevoegdheden krijgen en de straffen voor terrorisme moeten omhoog. Ook in Nederland wordt actie ondernomen. De Eerste Kamer heeft afgelopen week ingestemd met een wet die een sleepnet voor de geheime diensten mogelijk maakt. De diensten kunnen binnenkort grote groepen onschuldige burgers aftappen.

Zulke maatregelen en de gebruikelijke oproep om waakzaam te zijn, lijken vooral symptoombestrijding. Iedereen snapt dat het onmogelijk is om iemand die met een auto op mensen in wil rijden altijd op tijd te stoppen. Maar paradoxaal genoeg eisen de maatregelen an sich in combinatie met onze verhoogde alertheid wel hun eigen slachtoffers: onschuldige burgers worden vals beschuldigd en we beperken onze eigen vrijheden.

Als we echt willen dat terrorisme minder slachtoffers eist, moeten we minder investeren in schijnmaatregelen.

Voorbeelden genoeg. Hipsters van een Zweedse baardenclub werden aangesproken door de politie omdat ze toevallig – net als IS – een zwarte vlag hadden. Vermeende explosieven in het huis van een vermeende terreurverdachte bleken shoarmakruiden.

Moslims, of beter: mensen die eruit zien alsof ze uit het Midden-Oosten komen, worden disproportioneel vaker verdacht. Ahmed Mohamed, een veertienjarige Amerikaanse scholier, nam trots een zelfgemaakte klok mee naar school, maar werd in handboeien afgevoerd omdat zijn leraar dacht dat het een bom was. Faisal en Nazia Ali werden op de terugweg van hun vakantie in Parijs van de vlucht gehaald omdat ze aan het zweten waren en „Allah” hadden gezegd. Voor elk voorbeeld dat de media haalt zijn er waarschijnlijk talloze die geen aandacht krijgen.

Het nu goedgekeurde massale aftappen zal het aantal valse beschuldigingen slechts doen toenemen. „Datamining is voor het voorkomen van terroristische aanslagen waarschijnlijk een ineffectieve methode”, schreef de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vorig jaar in het rapport Big data in een vrije en veilige samenleving. „Omdat elke terroristische aanslag uniek is, is het nagenoeg onmogelijk om een goed profiel te maken. In combinatie met een gering aantal aanslagen levert dit te hoge foutpercentages op”, aldus de WRR.

Als je er niet Arabisch uitziet kun je nog volhouden dat het beter is om het zekere voor het onzekere te nemen. Maar de Noorse filosoof Lars Svendsen liet tien jaar geleden in A Philosophy of Fear al zien hoe kortzichtig dat is. Volgens Svendsen leeft Europa in een angstcultuur: we denken dat we vaker aan steeds groter gevaar worden blootgesteld, van epidemieën tot terrorisme. In werkelijkheid zijn zijn we veelal veiliger dan ooit, maar juist daarom kunnen we ons veroorloven zorgen te hebben over gevaren die hoogstwaarschijnlijk nooit reëel zullen worden. Angst als bijproduct van luxe.

Lees ook over de impact van terrorisme op onze lezers: ‘Ik fiets liever dan dat ik op de metro of tram stap. Vreselijk.’

Bangst voor angst

De basis van menselijke relaties is dat we elkaar met vertrouwen tegemoet treden. We zijn elke dag voortdurend afhankelijk van elkaar. Van de treinmachinist die ons naar ons werk rijdt tot de kantinemedewerker die onze lunch serveert. Zonder vertrouwen in de ander functioneert de maatschappij niet. Maar onze permanente angst ondermijnt dit vertrouwen. Alle nieuwe beveiligingsmaatregelen hebben wantrouwen als basis. Ze ondermijnen de maatschappij en maken geïsoleerde, bange individuen van ons.

Wantrouwen is bovendien een self-fulfilling prophecy: als we contact vermijden kunnen we ook niet leren dat die ander ongevaarlijk is. Menselijke interacties die vertrouwen nodig hebben behoren dan niet meer tot de mogelijkheden en afwijkend gedrag wordt steeds minder getolereerd. We beperken daarmee onze eigen vrijheid en die van de ander. Gevangen in onze angst zijn we dus nu al het slachtoffer van terrorisme.

Aan het einde van de zestiende eeuw schreef Michel de Montaigne een essay over angst. Op de vlucht voor oorlog en de pest zag de Franse staatsman messcherp wat angst doet. Zoals soldaten die uit angst op de vlucht slaan richting de tegenstander. Dat mensen zichzelf ophangen, verdrinken of naar hun dood springen als gevolg van angst, laat volgens Montaigne zien dat bang zijn soms minder dragelijk is dan de dood. Daarom is hij „het bangst voor de angst zelf”, schrijft hij. Een verstandige les. Als we echt willen dat terrorisme minder slachtoffers eist, moeten we minder investeren in schijnmaatregelen tegen terrorisme en meer investeren in maatregelen tegen de angst voor terrorisme.