Column

De post is een markt… maar hoe lang nog?

Liberalisering spreekt mensen aan in hun rol als consument. Maar ze zijn ook burger, kiezer, belastingbetaler, belegger en werknemer of zelfstandige.

Digitalisering is in, liberalisering raakt uit. Whatsapp, mobiel en mail hebben de brief en de bezorgers verder in het defensief gedrongen. De brief is in 2016 naar plaats zes gezakt van onze favoriete communicatiemiddelen. Dat was vijf in 2011. Nu zegt 62 procent van de consumenten: post is gedoe. In 2011 was dat 48 procent. Het aantal brieven daalde ten opzichte van 2011 met 35 procent.

De overheid moet een betrouwbare en in heel Nederland adequate postbezorging garanderen. Die zogeheten universele postdienst is uitbesteed aan PostNL. Tot tevredenheid.

Maar de strategie van de overheid, die vertrouwt op concurrentie, is aan het mislukken. In zijn analyse die deze week naar de Tweede Kamer ging, schrijft minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) dat de concurrentie tussen de postbedrijven om bedrijfsklanten de prijzen drukt en kwaliteit verbetert. Maar het versmalt ook steeds verder de basis om de infrastructuur van de universele postdienst (legere tassen, legere brievenbussen, sorteercentra) en dus de toegankelijkheid te betalen.

De vraag is: hoe lang blijft de post nog een markt? De post past wel in een rijtje markten waar eerdere liberalisering plaats maakt voor nieuwe regelgeving. De bankenmarkt bijvoorbeeld. Nu staat extra regulering ook op stapel op de fusie- en overnamemarkt. Ogenschijnlijk zijn die extra regels een reactie op excessen (kredietcrisis) of dreiging (vijandige overnames). Of zit er meer achter? Liberalising van markten is altijd geënt op de belangen van de consument: lagere prijzen, extra kwaliteit. Of dat zo gaat, is soms de vraag, maar liberalisering is ook gewoon ideologie.

Liberalisering spreekt mensen aan in hun rol als consument. Maar mensen hebben in de samenleving meer rollen en dimensies. Ze zijn ook burger (boos, betrokken, of vult u maar in), ze zijn kiezer, belastingbetaler, belegger (via hun pensioenregeling) en werknemer of zelfstandige.

De afgelopen twintig à dertig jaar stonden in het teken van de burger als consument en belegger (lagere winstbelasting voor bedrijven). Deze politieke prioriteiten zijn aan het verschuiven. Zie de bestrijding van belastingontduiking en -ontwijking door multinationals.

Niet iedereen is een creatieve kenniswerker in de Randstad. Politici die de (lagere) middenklasse willen steunen, moeten zich dat realiseren

De toekomst van de post past daar ook in. Liberalisering ten bate van kostenverlaging voor de consument kan best plaats maken voor regels die betrouwbare bezorging (vijf dagen, ook een consumentenbelang) en betrouwbare banen nastreven. De posterijen zijn bij uitstek een arbeidsintensieve bedrijfstak. Er werken volgens de analyse van het ministerie ongeveer 65.000 mensen, waaronder 43.000 bezorgers. Het is laaggeschoold werk dat in de ophemeling van de kenniseconomie gemakkelijk tekort wordt gedaan. Niet iedereen is academicus of hbo-materiaal. Niet iedereen is een creatieve kenniswerker in de Randstad. Politici die de (lagere) middenklasse willen steunen, moeten zich dat realiseren. Die 65.000 postsectorwerkers zijn met partners en familie goed voor zeker twee zetels in de Tweede Kamer.

Het arbeidsintensieve karakter van de post én de concurrentiestrijd geven voortdurend een prikkel tot concurrentie op arbeidsvoorwaarden. En dus tot het gevaar van een volgende race naar de bodem, zoals je die ook in de thuiszorg hebt gezien. Postbedrijf Sandd beveelt dat min of meer ook aan om de prijs van de postzegel te drukken. Dat wordt een strijdtoneel voor vakbonden die hun relevantie willen tonen. Het beoogde liberaal-christelijke kabinet moet knopen doorhakken: liberalisering voor de laagste prijs of extra regelgeving die arbeidsvoorwaarden en banen beschermt.

Marike Stellinga is afwezig.