De mot wordt niet omarmd

We hebben dus een nieuwe man in het geel: Fabio Aru. Maar het blijft secondenwerk aan de top van het klassement. Zes seconden voorsprong op Chris Froome is een schijntje. Klassementsrijders rekenen sowieso in seconden. De grote Eddy Merckx wilde een voorsprong van een kwartier nog weleens uitbreiden tot een half uur als hij een goede bui had, maar dat is prehistorie.

Klassementsrenners maken er echt niet meer zoveel werk van. Wat zeg ik, klassementsrenners? Eigenlijk is er nog maar één echte klassementsrenner en dat is Froome. Zoals die een heel jaar toeleeft naar de piek van juli is er geen tweede. Uiteraard zijn er nog wel een paar die toeleven naar diezelfde piek, maar in die gevallen kunnen we beter spreken van een piekje. En dat piekje is erop gericht tweede te worden, achter Froome.

Als Merckx een slechte dag had verloor hij een kwartier. Als Froome een slechte dag heeft verliest hij twintig seconden. Dat gebeurde gisteren op die nare aankomst in Peyragudes. Op 500 meter tijd was het gebeurd: de propeller van Froome stokte, leunend op zijn scrotum kwam hij binnen.

Een bergrit lijkt tegenwoordig veel op een sprintetappe. Er is een vroege ontsnapping die kansloos is, een pluk favorieten vecht het uit in de laatste kilometer. Klassementsrijders gedragen zich alsof het om de dagprijzen gaat. Alsof er alleen met bonificatieseconden nog een plaatsje in het klassement te winnen is.

Froome is niet in allerbeste doen deze juli. Zijn knechten daarentegen zijn in opperbeste doen. Ik haal er zo een paar uit die momenteel beter zijn dan Froome. Ik noem de Spanjaard Mikel Landa van wie ik nooit begrepen heb waarom hij de onderdanigheid opzocht. Of moeten we bij Sky spreken van onderhorigheid. Landa is taaier dan taai. Met de Giro al in de benen is nog steeds niet kapot. Maar het kan zijn dat onderhorigheid in zijn karakter ligt.

Hoe het ook zij, we zijn halverwege de Tour. Qua kilometers zijn we al op tweederde. In de benen van de coureurs begint de mot te komen. Als Merckx de mot in zijn benen voelde ging hij in de aanval in de wetenschap dat de benen van de tegenstanders nog meer waren aangevreten. Ik heb stellig de indruk dat de huidige generatie liever mottenballen in de kast gooit dan de mot als vriend te omarmen.

Peter Winnen is oud-profwielrenner en schrijver.