Opinie

Crisis in de opsporing? Wat een absurd verwijt

Met de veroordeling van Dino S., mede op basis van kroongetuigen, is de crisis in de opsporing compleet, zeggen zijn advocaten. Een gotspe, riposteren officieren en .

Exterieur van het Justitieel Complex Schiphol voor de uitspraken in in het liquidatieproces Passage. Foto: ANP / Sander Koning

Het artikel ‘De dag na de uitspraak zijn wij in een totaal nieuwe wereld wakker geworden’ (NRC, 9/7), waarin advocaten Nico Meijering en Christian Flokstra terugkijken op de veroordeling van hun cliënt Dino S. door het gerechtshof Amsterdam, bevat twee opmerkingen die te vilein zijn om terzijde te leggen met de reactie: ‘napleiten met zoveel dramatiek, dat toont de slechte verliezer’.

Het eerste kwalijke is dat de advocaten de uitspraak zien als teken dat „de nieuwe crisis in de opsporing” compleet is. Dat is een gotspe. Ze trekken daarmee een misplaatste vergelijking met het begin van de jaren ’90. Toen bleken opsporingsmethoden te zijn toegepast die niet wettelijk geregeld waren, zonder voldoende toezicht. De Parlementaire Enquête Commissie Van Traa constateerde in 1996 een crisis in de opsporing. Er kwam vervolgens nieuwe wetgeving, met het oog op een integere opsporing en betere rechtsbescherming. Ingrijpende opsporingsmethoden staan onder voorafgaand toezicht van de officier van justitie, de meest ingrijpende ook nog van de rechter-commissaris. De zittingsrechter toetst de toepassing achteraf.

‘Deals’ zijn wettelijk geregeld sinds 2006. Ze heten officieel: toezeggingen aan getuigen in strafzaken. Het OM kan een kroongetuige alleen een lagere strafeis toezeggen als dat dringend noodzakelijk is, dat wil zeggen dat zonder die toezegging het bewijs van een zeer ernstig misdrijf niet kan worden geleverd en de verdachte vrijuit gaat. De rechter-commissaris toetst de overeenkomst vooraf, de zittingsrechter is er niet aan gebonden. De kroongetuige mag dus wel rekenen op een lagere eis, maar moet hopen dat de zittingsrechter die overneemt. Onzekerheid tot de laatste minuut dus.

‘Op de grill’

Hoewel een kroongetuige in wezen een normale getuige is, aldus het hof, is er geen getuige die grondiger wordt getoetst. In alle fasen van het proces wordt hij aan talloze vragen onderworpen, zowel wat betreft zijn motieven als inhoudelijk. Hij kán uit eigenbelang handelen. Dat is op zich geen probleem, als het maar open op tafel ligt. Dan kan de rechter er rekening mee houden bij die andere afweging: zijn de verklaringen betrouwbaar, vinden zij voldoende steun in ander bewijsmateriaal?

In het jargon heet het dat de getuige ‘op de grill’ ligt: doorgaans moet hij meermalen terugkomen voor nader verhoor. En dat in een periode waarin zijn leven totaal op zijn kop staat: de politie en het OM zijn van zijn natuurlijke vijand ineens zijn laatste hoop op een uitweg uit ‘het milieu’ geworden. Zijn toekomst is volstrekt onzeker. Dit zeggen wij niet om medelijden voor de kroongetuige te wekken; dat heeft hij echt niet nodig.

Zeggen dat de crisis in de opsporing compleet is, tast het gezag van onze onafhankelijke strafrechtspraak aan

Het Gerechtshof heeft in zijn arrest waarbij niet alleen Dino S. maar ook zeven andere verdachten zijn veroordeeld op basis van onder meer één of beide kroongetuigen, heel precies verantwoord hoe het na 196 (!) zittingsdagen tot zijn oordeel is gekomen. Dit arrest is door en door gemotiveerd, als lezer kunt u de gedachtegang van de rechters helemaal volgen. Ook wat betreft het oordeel waarom het hof aan bepaalde delen van de verklaringen wel groot gewicht toekent, en aan andere niet. En ook wat betreft de manier waarop die verklaringen steun vinden in ander bewijsmateriaal, dat overigens ook zorgvuldig is getoetst en gewogen.

Om dan te zeggen dat de crisis in de opsporing compleet is, is kwalijk; dat tast het gezag van onze onafhankelijke strafrechtspraak aan. Het is een absurd verwijt aan de raadsheren, een advocaat onwaardig. De opmerking van de advocaten dat „de sluizen nu helemaal opengezet” zijn, raakt kant noch wal. Het aantal deals in Nederland is in al die jaren op de vingers van twee handen te tellen. Naar verwachting zal dit aantal niet sterk toenemen. Het blijft maatwerk dat zorgvuldig en controleerbaar wordt toegepast. En het vergt de zeldzame moed van een crimineel om deze stap te zetten.

Drogredenering

Het tweede kwalijke in de uitlatingen van de advocaten is dat het arrest volgens hen tot meer liquidaties zal leiden. Meijering vreest dat „mensen preventief geruimd worden als in de onderwereld alleen al het vermoeden bestaat dat ze mogelijk gaan praten met het OM”. Hoe leest u deze woorden? Als reëel vermoeden? Of is dit een waarschuwing aan ieder die het in zijn hoofd zou willen halen ooit een dergelijke stap te zetten?

Dat criminelen handlangers laten ombrengen omdat zij te veel weten, komt al veel langer voor dan dat deals in de wet zijn geregeld. Hier worden twee verschijnselen gevaarlijk met elkaar in verband gebracht. Het past in het beeld dat mr. Meijering enkele jaren geleden schetste: dat sommige criminelen worden vermoord omdat de politie hen waarschuwt dat hun leven in gevaar is, zonder daarbij te kunnen zeggen uit welke hoek die dreiging komt. Ook dat was een drogredenering. Liquidaties vinden hun oorsprong in conflicten van heel andere aard: het streven naar (nog meer) geld, aanzien en macht in een wereld vol wantrouwen en bedrog.

Zolang de zwaarste misdaden – die zich helaas vaker midden op straat voordoen – worden beraamd in een totaal afgeschermd milieu, blijft het voor de waarheidsvinding af en toe noodzakelijk om een crimineel strafvermindering toe te zeggen, in ruil voor openheid van zaken. Daar is niets mis mee. Zonder deze twee deals zouden meerdere moorden als onopgelost de geschiedenisboeken ingaan. Oordeelt u zelf, u kunt het precies nalezen op rechtspraak.nl (google op ‘arresten passage samenvatting’).

Lees ook: het NRC-commentaar over kroongetuigen: Beperk de kroongetuige tot de zwaarste zaken.