Cultuur

Interview

Interview

Vera Pauw: „Ik hoop dat er dit EK nieuwe kanjers opstaan.”

Foto Laurens Lindhout

‘Alle voortekenen zijn gunstig voor Nederlands succes op EK’

EK vrouwenvoetbal

Voormalig bondscoach Vera Pauw volgt als columnist namens deze krant het EK vrouwenvoetbal. Insider met grote staat van dienst.

Een dag voor het EK voetbal voor vrouwen brengt de KNVB een eerbetoon aan de vrouw die een pioniersrol vervulde in het Nederlandse vrouwenvoetbal. Vera Pauw, de eerste vrouw die het hoogste trainersdiploma behaalde bij de KNVB, wordt komend weekeinde onderscheiden als bondsridder.

Als speelsters verbrak Pauw met 89 interlands na twintig jaar het toenmalige record van Ruud Krol. Ze won de emancipatieprijs, ontving een IOC-onderscheiding voor haar bijdragen aan de nationale en internationale ontwikkeling van vrouwensport en was, voordat ze bondscoach werd, bij de KNVB twaalf jaar beleidsmedewerker voetbalontwikkeling voor het amateurvoetbal.

Als bondscoach begon Pauw in Schotland, waarna ze tussen 2004 en 2010 het Nederlands team leidde. Ze werkte daarna twee jaar voor de Russische bond en stapte in 2013 over naar het Zuid-Afrikaanse vrouwenteam, waarmee ze in 2016 verrassend deelnam aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Nu is Pauw (Amsterdam, 1954) trainer in ruste, en volgt ze het EK vanaf de zijlijn. Als liefhebber én columnist bij NRC.

Allereerst gefeliciteerd met uw onderscheiding. Bent u vereerd?

Pauw: „Ik ben erg trots, vooral omdat het voor mijn bijdrage aan het gehele voetbal is.”

Waar kijkt u naar uit dit EK?

„Naar de kwaliteit van de wedstrijden. Zowel het EK 2013 als het WK 2015 viel wat tegen doordat de speelsters overbelast waren. Van hen wordt verwacht dat ze heel het jaar op topniveau spelen, maar in veel gevallen moesten voetbalsters ernaast nog gewoon werken. Nu steeds meer vrouwen fullprof zijn, hoeven zij zich alleen met voetbal bezig te houden. Ik hoop dat de topspeelsters het verschil maken.”

Meer profs, is dat de voornaamste ontwikkeling de voorbije twee jaar?

„Inderdaad. Met name de Engelse competitie is in opmars. Clubs in de Premier League investeren steeds meer geld in vrouwenvoetbal, wat er toe leidt dat steeds meer Nederlandse speelsters daar voetballen. Voor de Franse competitie geldt hetzelfde. Onze eredivisie wordt daardoor jonger. Het Nederlands elftal bestaat inmiddels bijna volledig uit fullprofs. Nu ze geen verplichtingen naast het voetbal hebben, zullen ze frisser zijn. Ik hoop dat er dit EK enkele nieuwe kanjers opstaan.”

Twee Franse ploegen speelden de finale van de Champions League voor vrouwen, Olympique Lyon tegen PSG. Zijn de Fransen in opkomst?

„Frankrijk wordt een steeds interessanter voetballand voor vrouwen. Olympique Lyon heeft het vrouwenvoetbal vrijwel volledig geprofessionaliseerd. Daarop volgde PSG en ook Olympique Marseille stelt inmiddels meer geld beschikbaar. De professionalisering werkt ook door in Duitsland, waar clubs merken dat ze mee moeten om aantrekkelijk te blijven voor buitenlandse speelsters. Scandinavië was altijd al professioneel, maar tijdens toernooien als een EK ondervinden die landen altijd hinder van de zomercompetitie. Je ziet het vaak bij Zweden. De eerste wedstrijd spelen ze sterk, de tweede al minder en bij het derde duel zie je de vermoeidheid toeslaan, al is Zweden dan meestal al geplaatst. Voor Noorwegen geldt hetzelfde. Interessant te zien of dat probleem is opgelost met het inlassen van een extra rustdag.”

Is de wereldorde in het vrouwenvoetbal aan het veranderen?

„Noorwegen is van de derde plaats op de wereldranglijst gezakt naar de twaalfde, Denemarken van plek vijf naar vijftien. Ook Duitsland (winnaar laatste zes EK’s) heeft moeite op topniveau te blijven. Veel speelsters zijn afgezwaaid en naast hun vervangers heeft de ploeg ook een nieuwe coach die debuteert op dit niveau. Van de Fransen hebben we elk toernooi weer hoge verwachtingen, maar telkens maken ze dat niet waar. De Engelse Premier League wordt weliswaar steeds beter, maar de vraag is of de Engelse speelsters zelf niet te veel op de bank hebben gezeten door de komst van buitenlandse speelsters.”

Vergroten die ontwikkelingen de kansen voor het Nederlands elftal?

„We zeggen hier vaak dat we aansluiting zoeken bij de andere landen, maar in mijn ogen is die al tot stand gebracht. Toen we op het EK in 2009 de halve finales haalden, kwam dat vooral doordat we op een efficiënte wijze onze kwaliteiten hebben benut. Maar inmiddels zijn alle speelsters doorgegroeid. Nederland zit in de lift, waar andere landen moeite hebben hun niveau vast te houden. Alle voortekenen zijn gunstig voor Nederlands succes op het EK.”