Verhuizing als aftrekpost

Een eigenaar van een cafetaria had twee vriezers en een koeling ondergebracht in de garage van zijn ouders, omdat er in zijn bedrijf en eigen huis geen plaats was. Toen het ook bij zijn ouders niet langer ging, verhuisde hij naar een huis met aparte berging, waar hij de apparatuur wel kwijt kon. Voor de verhuizing van zijn complete inboedel – inclusief vriezers en koeling – naar het nieuwe huis claimde hij een forfaitaire (dat wil zeggen standaard) verhuiskostenaftrek van 7.750 euro. Maar volgens de Belastingdienst ging het om een privé-verhuizing. Voor een zakelijk karakter was op zijn minst nodig dat het bedrijf zelf was meeverhuisd. De inspecteur weigerde de aftrek.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant overweegt dat de uitgaven moeten zijn gedaan in het (zakelijk) belang van de onderneming. Bijvoorbeeld omdat het noodzakelijk is voor de uitoefening van het bedrijf of omdat het nodig is om kosten te besparen.

Het doel van de verhuizing was volgens de man om de apparatuur zo goedkoop mogelijk ergens te kunnen opslaan. De verhuizing is hiermee in het belang van de onderneming, vindt ook de rechter. Met een verhuurovereenkomst voor een aanhangwagen kan de man bovendien bewijzen dat hij de verhuiskosten daadwerkelijk heeft gemaakt. De man heeft alsnog recht op de aftrek.

www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBZWB:2017:3379