Plots is-ie hier, de steppekiekendief!

Nieuwe broedvogel

Na de kuifaalscholver en de visarend broedt hier nu ook de steppekiekendief. En dat is spectaculair. Op geheime missie, met dé expert.

Still uit video van het nest van de steppekiekendief in de provincie Groningen. Video still Ruurd Jelle van der Leij

„Kijk, kijk, daar komt-ie!” Prriiiii, prriiiii, klinkt er in de lucht. Ben Koks pakt razendsnel zijn verrekijker. „En daar is het vrouwtje ook! Let op, nu komt er een prooioverdracht in de lucht. Heel kenmerkend voor kiekendieven.” Twee sierlijke roofvogels, een grijze en een bruine, buitelen om elkaar heen boven de akker. Er vliegt iets kleins door de lucht, vanuit de klauwen van het grijze mannetje; het bruine vrouwtje vangt het handig op en landt ermee tussen het graan. Het mannetje is alweer verdwenen.

„Nu scheurt ze de prooi uit elkaar en voert die aan de jongen”, zegt Koks tevreden, terwijl hij koffie schenkt uit zijn thermos. We zitten in zijn auto, verdekt opgesteld in een bosrand, met uitzicht op een veld met goudgele wintergerst. Op de achtergrond een idyllisch Gronings dorpsgezicht met molen.

Koks is dé kiekendievenexpert van Nederland, oprichter van de Werkgroep Grauwe Kiekendief, die deze roofvogel terugbracht in het Nederlandse landschap. Maar nu zitten we hier voor een andere soort. Een onwaarschijnlijke soort, uit Kazachstan en Rusland. Het eerste broedgeval in West-Europa. Het eerste broedgeval in een akker. Deze soort hoort op de steppen: de steppekiekendief.

Beelden van de steppekiekendief:

Nieuwe broedvogels zeldzaam

Nieuwe broedvogels zijn zeldzaam in Nederland. In 2013 konden we de kuifaalscholver bijschrijven, in 2016 de visarend. Een nieuwe broedvogel voor West-Europa is al helemaal bijzonder, zeker als hij zo ver van huis is en in de wijde omtrek nergens anders broedt.

Nederlandse vogelaars hadden de steppekiekendieven (Circus macrourus) van Noordoost-Groningen al wel in het vizier. In 2014 werd de eerste gespot, en sindsdien brengt hier ieder jaar een handjevol vogels de zomer door. Jagend, spelend, baltsend. Maar nog niet eerder broedend. „In dat eerste jaar was er wel meteen een hybride broedpoging: een mannetje steppekiek met een vrouwtje grauwe. Maar die eieren kwamen niet uit”, vertelt Koks. Dit jaar is het raak. Maar nu écht. Een zuiver paartje ‘step’, met maar liefst vier gezonde jongen.

Van de semibroedpoging in 2014 heeft Koks één ding geleerd: houd het zo lang mogelijk geheim. Zodra mensen er lucht van krijgen („soortenjagers, natuurfotografen en minder welwillende lieden”), is het nest niet meer veilig. Dan gaan er dagelijks honderden fanaten dwars door de akkers struinen. Daarom moet de verslaggever nu strikte geheimhouding zweren, en mag het stuk pas in de krant als de jongen zijn uitgevlogen. Nu zijn het nog hulpeloze donsbollen, twee weken oud.

„Dit is een spectaculaire soort”, vertelt Koks, „met een heel ander karakter dan de andere kiekendieven. Veel feller, sneller, wendbaarder. Hij jaagt vooral op vogels in de lucht”. En inderdaad: als Koks op twee bruine kiekendieven wijst, die boven de akker zweven, dan is het verschil overduidelijk. De bruine vliegen veel trager en zijn anderhalf keer zo groot. „Potverdorie, die bruine hangt nu boven het nest”, zegt Koks. „Maar het vrouwtje step is er al bij. Kijk eens, nu is ze boos. Prachtig. Ah, en het mannetje ook. Die gaat nu even die bruine afrossen, puur voor de lol.”

Uniek en vreemd verhaal

Dit is niet zomaar een soort die geleidelijk zijn areaal uitbreidt, zoals de zeearend die hier weer vanuit de Elbe kwam broeden, benadrukt Koks. Dit is een vreemd en uniek verhaal. In Kazachstan broeden zo’n 7.000 steppekiekendieven, een aantal dat snel achteruitgaat door de intensivering van de landbouw. Half-open, ruige steppe maakt plaats voor monocultuur. Hoeveel er in Rusland broeden, is onbekend. „In West-Rusland is er juist steeds meer akkerland dat braakligt en verruigt”, vertelt Koks, „door de veranderende landbouwpolitiek. Daar ontstaat nu in één klap duizend keer de Oostvaardersplassen. Ideaal voor de steppekiekendief”.

Het hele verspreidingsgebied van deze soort schuift daardoor op naar het westen. In Finland broedt hij al enige jaren sporadisch. „In prachtig hoogveen”, zegt Koks. „En waar zitten ze hier? In een graanakker. Dat is toch bizar.” De Groningse akkers zijn geen walhalla voor kiekendieven, benadrukt Koks. De grauwe kiekendief, ooit de talrijkste roofvogel van Nederland, was in de vorige eeuw nagenoeg uitgestorven door het verdwijnen van venen en door de intensieve landbouw. Nu is er weer iets meer kleinschalig, gevarieerd landgebruik, mede dankzij de Werkgroep Grauwe Kiekendief. Deze stichting lobbyt en doet veldwerk, met twaalf werknemers en steeds meer vrijwilligers, en publiceert regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften.

De grauwe ‘kiek’ kwam terug, maar redt het nog niet op eigen kracht: de Werkgroep plaatst kooiconstructies om de nesten, om ze te beschermen tegen vossen en katten. En regelt dat boeren eromheen maaien. Dat gebeurt nu ook met het nest van de steppekiekendief. „De boer is razend enthousiast. Dat moeten we hebben.”

Een andere soort, de blauwe kiekendief, gaan we kwijtraken in Nederland, vreest Koks. „Die eet muizen en is dus totaal afhankelijk van rommelig boerenland. Dat hebben we nauwelijks meer.” Daar komt nu dus een soort voor in de plaats die vooral vogels eet, en dus veel minder afhankelijk is van muizen. „Maar echt begrijpen doen we het nog niet.”