Otto Tausk: ‘Vroeger rende ik als jonge hond achter de kudde aan’

Interview Otto Tausk begon zijn dirigentenloopbaan als vervanger van Valery Gergiev in Tsjaikovski’s Vijfde Symfonie. Donderdagavond herneemt hij het werk. „Ik ben de melodieën als aria’s gaan bekijken.”

Foto Ronald Knapp

Op een ochtend stond dirigent Otto Tausk in een hotel in Dortmund om vier uur naast zijn bed. Na een concert de vorige avond wachtte elders in Europa die morgen weer een ander orkest. De wereld was duister en zweeg. In zijn slaperige hoofd vormden zich vragen. Wat doe ik hier? Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Hij pakte zijn koffer, liet de kamerdeur in het slot vallen en sloeg een hoek om in de donkere gang. Plotseling doemde er een figuur voor hem op. En verbaasd staarde Tausk in het grijnzende gelaat van een vroegere leermeester, Valery Gergiev. „Ach, jij ook onderweg”, zei de Rus.

Het stemt tot nadenken. Gergiev is de werkjunk onder de dirigenten, met liefst 335 concerten in het afgelopen kalenderjaar. „Zou die man wel slapen?” vraagt Tausk zich af. Toch begrijp hij de Rus wel. Hij maakte de charismatische Gergiev mee, toen hij aan het begin van zijn loopbaan diens assistent was in Rotterdam. „Mijn indruk is dat hij pas geluk en rust vindt op het podium. Want zodra hij zijn ‘tandenstoker’ neerlegt, gaat de telefoon, en die zwijgt niet voor hij, in een ander land, bij een nieuw orkest, de bok opstapt. Ze zeggen: ‘Gergiev komt laat en hij repeteert nauwelijks.’ Maar als hij het wel doet, blijkt het fantastisch. Dan bevrijdt Gergiev zich van alles wat zijn zicht op muziek vertroebelt. Hij zou diep in zijn hart, denk ik, de hele dag voor het orkest willen staan.”

Lees ons interview met Valery Gergiev: ‘Wie
kan er oordelen over mijn bezoek aan Palmyra?’

Tsjaikovski’s Vijfde Symfonie, die Tausk donderdagavond in Amsterdam dirigeert, zal altijd verbonden blijven met de Russische maestro. Twee jaar lang stond hij als vervanger regelmatig in rokkostuum in de coulissen te wachten of Gergiev wel of niet zou komen opdagen. Op een dag bleef hij weg. Die avond gaf Tausk zijn eerste concert met het Rotterdam Philharmonisch Orkest. Tsjaikovski’s Vijfde. „Het was alsof ik – net in het bezit van mijn rijbewijs – de sleutels van een Ferrari in handen gedrukt kreeg. Al die mogelijkheden. Waar moest ik beginnen?”

Hardlopen en zwemmen

Die ervaring is nu ruim een decennium geleden. De symfonie ligt sindsdien regelmatig op zijn lessenaar. Tausk kan er zijn ontwikkeling mee meten. „Ik heb bijvoorbeeld de neiging om veel energie te geven. Nadeel kan zijn dat je minder hoort. Wanneer ik mijn lichaam tot rust maan en wat meer afstand neem, staan mijn oren wijder open, dan lijkt de druk van binnenuit minder. Ik heb veel baat bij hardlopen en zwemmen. Daardoor is mijn aanwezigheid op de bok fysiek steviger en mentaal kalmer. Vroeger rende ik als jonge hond achter de kudde aan, dan kon ik me in details verliezen. Maar het gaat om de grote lijnen.”

Je moet een halfuur van tevoren al gaan sturen om op de goede plek te komen

Dat laatste leerde Tausk de afgelopen vijf jaar in het Zwitserse Sankt Gallen, waar hij als chef ook opera’s dirigeert. „Een Wagner-opera tot een goed einde brengen, kun je vergelijken met een rijnaak de haven binnenvaren: je moet een halfuur van tevoren al gaan sturen om op de goede plek te komen.”

In het theater leerde Tausk eveneens de waarde en betekenis van dramaturgie. „Ik begreep aanvankelijk niet wat daarmee bedoeld werd. Het verhelderen van de onderlinge verbanden tussen personages. Nu pas ik het concept ook toe op zo’n Vijfde van Tsjaikovski. Ik bekijk de symfonische melodieën in termen van aria’s – ik beeld me in dat er woorden bij horen. In de opera Eugen Onegin bijvoorbeeld gebruikt Tsjaikovski melodie om melancholie, liefde of noodlot te schetsen. Dezelfde thema’s vind ik terug in zijn instrumentale muziek. En die wil ik laten horen, zoals een schilder met een voor- en achtergrond de diepte van een landschap toont.”

Donderdagavond in de Robeco Summernights in het Amsterdamse Concertgebouw: het Celloconcert van Dvorak en de Vijfde Symfonie van Tsjaikovski, met cellist Andreas Brantelid en het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Otto Tausk.