Keuringen zijn nuttig maar kunnen een hartstilstand niet altijd voorkomen

De kans dat Ajax-speler Abdelhak Nouri goed herstelt van de gevolgen van een hartstilstand is ‘nihil’. Vijf vragen over Nouri en de gevolgen van een hartstilstand.

Foto Bart Maat/ANP

Ajax kwam donderdag met „heel slecht nieuws” over Abdelhak Nouri, de twintigjarige speler die zaterdag werd getroffen door een hartstilstand. Hij heeft daarbij „blijvende en ernstige hersenschade” opgelopen.

Tijdens de oefenwedstrijd tegen Werder Bremen in het Oostenrijkse Zillertal moest hij ter plekke worden gereanimeerd. Ajax gaf donderdag een verklaring uit over de gevolgen: „Een groot deel van de hersenen functioneert niet meer en de kans op herstel is nihil. Dit alles is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van te weinig zuurstoftoevoer naar de hersenen, nadat de speler onwel werd.”

1. Wat gebeurde er met Nouri?

Nouri wordt zaterdag tijdens de oefenwedstrijd onwel en zakt in elkaar. De speler wordt op het veld gereanimeerd en met een traumahelikopter naar een ziekenhuis in Innsbruck gebracht. Daar wordt hij op de intensive care in slaap gehouden. De eerste mededeling: hij is buiten levensgevaar.

Ajax breekt halsoverkop het trainingskamp af en keert nog diezelfde avond terug in Amsterdam. De dag erop worden een openbare training en een oefenwedstrijd tegen Rijnsburgse Boys afgelast. Maandag volgt het bericht dat Nouri’s hart normaal functioneert en onbeschadigd is, maar dat dat nog niets zegt over het totale herstel. De hersenfuncties kunnen niet goed worden onderzocht zolang Nouri in slaap wordt gehouden.

Op dinsdag meldt Ajax dat Nouri’s situatie stabiel blijft en dat er voorzichtig optimisme bestaat over zijn herstel. Een hersenscan (CT) laat geen afwijkingen zien. Woensdag volgt het bericht dat de artsen Nouri geleidelijk hebben laten ontwaken, waarna hij neurologische onderzoeken heeft ondergaan, die donderdag worden voortgezet.

Donderdag volgt de schokkende uitslag: er is ernstige en blijvende hersenschade vastgesteld.

Lees hier de column van Marcel van Roosmalen over: Nouri

2. Wat moet je doen bij een hartstilstand?

Zo snel mogelijk reanimeren. Dat wil zeggen: hartmassage (dertig keer met een tempo van honderd keer per minuut) en dan mond-op-mondbeademing. Dit herhalen, tot een defibrillator is aangesloten die een elektrische schok geeft die het hart weer op gang kan brengen.

‘De gouden minuten’ noemen cardiologen de tijd tussen het moment waarop het hart stopt en de hartmassage begint. Begint de reanimatie binnen vijf minuten, dan is er een kans van meer dan 90 procent om zonder zwaar hersenletsel te overleven. Na een kwartier is vrijwel iedereen dood.

Een hartstilstand ontstaat meestal door een ernstige hartritmestoornis. Het hart staat dan niet stil, maar beweegt snel en ongecoördineerd, waardoor de pompfunctie wegvalt.

Reanimatie brengt het hart nooit op gang, maar zorgt ervoor dat er ten minste wat zuurstof in de hersenen en andere vitale organen komt. Een defibrillatieschok is nodig om het hart weer zelf te laten pompen.

3. Is een hartstilstand bij sporters te voorkomen door betere keuringen?

Daar zijn meerdere antwoorden op mogelijk. Er zijn sporters en topsporters. Er zijn sporters onder de 35 jaar en oudere sporters.

Bij jonge topsporters is het nuttig om naar aangeboren hartafwijkingen te zoeken. De wereldvoetbalbond en het Internationaal Olympisch Comité hebben begin deze eeuw de ‘Lausanne Recommendations’ opgesteld. Dat is een vragenlijst (Ben je wel eens flauwgevallen tijdens een training? Is een familielid voor zijn vijftigste plotseling overleden?), een lichamelijk onderzoek en een ECG (hartfilmpje). Het ECG wordt gemaakt terwijl de sporter rust.

De Nederlandse cardioloog Erik Jan Meijboom, betrokken bij het opstellen van die aanbevelingen, deed onderzoek naar 1.100 overleden topsporters. Het merendeel had een aangeboren hartafwijking. Maar niet allemaal. Een deel van die ongelukken was dus door betere medische keuringen te voorkomen geweest. Maar nadrukkelijk: een deel.

4. Moet er voor alle competitiesporters weer een keuring worden ingevoerd?

Daarover ontstond een aantal jaren geleden discussie. In Italië moesten alle wedstrijdsporters zich jaarlijks laten testen, aan de hand van de Lausanne-criteria. Uiteindelijk mocht daardoor 0,6 tot 2,0 procent van de personen die wel willen sporten, niet aan wedstrijden meedoen. Een hard oordeel.

De kans op een plotselinge hartdood tijdens het sporten is 0,002 procent per jaar, becijferde de Nederlandse Gezondheidsraad in het Jaarbericht 2006. De raad wees de Italiaanse sporttest daarom resoluut van de hand. Het betekent dat in Italië op iedere sportdode ongeveer duizend mensen die willen sporten van wedstrijden worden uitgesloten. Mensen níét laten sporten is ook niet gezond. En bovendien: in Italië is er niet aangetoond, stelde de Gezondheidsraad vast, dat duizend uitsluitingen die ene sportdode voorkomen.

5. Wat zijn de vooruitzichten van patiënten met hersenschade?

Mensen die na een hartstilstand uit coma komen, of uit kunstmatige coma, en hersenschade hebben, vertonen bij goede revalidatie vaak enig herstel. De situatie die na drie tot zes maanden is bereikt is meestal blijvend.