Hij wist niets over de zakken met geld onder zijn bed

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze keer fiscaal recht: zakken geld en de verhuiskostenaftrek.

Hij wist het niet. In de vuilniszak die de politie onder zijn bed vond, bleek 46.000 euro te zitten. In de rest van het huis, waar hij woonde met vrouw en twee kinderen, werd nog eens 13.000 euro gevonden. Maar de man bleef volhouden dat hij er niets van wist. In zijn aangifte inkomstenbelasting had hij dan ook alleen zijn bijstandsuitkering opgegeven.

Op het politiebureau verklaarde hij dat het geld van zijn zoon was, die het had geleend om een eigen bedrijf te beginnen. Concrete plannen ontbraken, maar de zoon was zich aan het oriënteren op een sigarenwinkel en belhuis. Tot die tijd werkte hij in een coffeeshop. Het grootste deel zou de zoon hebben geleend van zijn zwager, die een bescheiden inkomen had als juridisch medewerker bij de gemeente. Omdat hij alleen woonde, had het de zoon veiliger geleken om het geld bij zijn ouders te bewaren. Een bankrekening was geen optie, vanwege zijn geloof.

Maar de politie had aanwijzingen voor drugshandel en in de strafzaak vond de rechter de verklaringen van vader, zoon en schoonzoon te tegenstrijdig en wisselend om er waarde aan te hechten. De man werd veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur wegens witwassen.

Inmiddels was het geld ook de Belastingdienst opgevallen. Het verzamelinkomen werd gecorrigeerd met de aangetroffen 59.000 euro, maar de man hield vol dat het geld van zijn zoon was en bedoeld was voor een eigen bedrijf.

Zowel de Haagse rechtbank als het hof vinden dit ongeloofwaardig en sluiten zich aan bij de strafrechter. De zaak strandt uiteindelijk bij de Hoge Raad, die oordeelt dat de argumenten onvoldoende zijn voor cassatie. Over het geld moet alsnog inkomstenbelasting worden betaald.

www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:HR:2017:1143