Opinie

Gerrit Zalm, mogen deze woorden in het regeerakkoord?

Veiligheid is belangrijker dan ooit, en we hebben beloofd er veel meer geld aan uit te geven. Toch dreigt Defensie er bij de formatie bekaaid af te komen. Drie Clingendael-specialisten souffleren de informateur.

Marine, politie en het Rotterdamse havenbedrijf oefenden vorig jaar samen scenario’s met een verhoogde terreurdreiging. Foto Bas Czerwinski/ANP

Hoewel de deuren van het Johan de Witthuis en de Stadhouderskamer goed gesloten blijven, lijkt het geen overbodige luxe de onderhandelaars te herinneren aan de noodzaak om flink in defensie te investeren. De lobbybrieven aan informateur Gerrit Zalm en de onderhandelaars stapelen zich op. Ze worden nauwelijks meer gelezen, er is weinig ruimte voor keuzes. Extra geld voor zorg en belastinghervorming (lees: verlaging) maken dat er verder weinig ruimte is voor spectaculaire plannen. Zelfs de meest bescheiden optie om onze defensie te repareren komt zo in het nauw.

Het staat vast dat de wereld, ook dichtbij Europa, onveiliger is geworden. Bij de NAVO-toppen in Wales (2014) en Warschau (2016) hebben we daarom plechtig beloofd per 2024 twee procent van ons bbp aan defensie uit te geven. Vrijwel alle politieke partijen durven te erkennen dat ze veiligheid twintig jaar veronachtzaamd hebben. Een reeks rapporten en evaluaties – van de Rekenkamer, interdepartementale werkgroepen, denktanks, de NAVO én van Defensie zelf – laat zien hoe beroerd het bij de krijgsmacht gesteld is met werving, training, onderhoud, aanschaf, en inzetbaarheid.

Er zijn globaal drie herstelscenario’s voorhanden:

  1. Structureel één miljard euro extra; daarmee vullen we de ergste gaten en kan hier en daar wat materieel worden vervangen.
  2. Met ruim het dubbele bedrag halen we 1,5 procent van het bbp en blijven we niet achter maar besmuikt in het Europese NAVO-peloton meefietsen.
  3. We komen onze belofte van twee procent na, wat in 2024 een verdubbeling van het huidige defensiebudget zou vergen, van acht naar vijftien miljard; en dan maar hopen dat het bbp niet te hard groeit, want dat legt de lat steeds hoger.

Dit laatste scenario komt er niet, want de onderhandelaars geven veiligheid geen prioriteit. En eerlijk gezegd is die twee procent ook een betwistbare norm. Terugkomen op je belofte is niet fraai, maar geen zinnig mens is onder de indruk van het feit dat Griekenland een van de weinige landen is die zich wél aan dat criterium houden, maar aan geen enkele militaire operatie meedoet, terwijl er ook landen zijn die wel ‘leveren’ maar zich toch onder de norm bevinden. De tweeprocentsnorm is een ‘inputnorm’, maar het gaat om de output.

Duitsland, waar kanselier Merkel ook wel meer aan defensie wil uitgeven, denkt langs soortgelijke lijnen.

De verlanglijstjes van Defensie zijn voorspelbaar; daar plant men op scenario 2, langs de ‘zuilen’ van de krijgsmacht: de marine wil twee fregatten erbij en houdt vast aan vier nieuwe onderzeeboten, de luchtmacht wil meer F-35’s dan de bestelde 37, en de landmacht wil samen met de Duitsers tanks terug en artillerie erbij.

Een bekend patroon: iedereen denkt weer vooral aan zichzelf, al circuleren er een paar verstandige plannen, zoals het samenvoegen van mariniers en commando’s onder één Special Forces-commando.

Nog belangrijker is dat we niet al te star vasthouden aan die twee procent. Ook de baas van de strijdkrachten, Tom Middendorp, schreef vorige week nog in deze krant dat (on-)veiligheid zo’n breed begrip is geworden, dat Defensie niet meer de enige ‘leverancier’ kan zijn. Externe en interne veiligheid zijn tegenwoordig volkomen ineengevloeid. Minister Hennis erkende dat kernachtig met de drie ‘strategische opgaven’ waarvoor Defensie staat: veilig blijven, veiligheid brengen en veilig verbinden.

Lees ook het betoog van Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp: Oorlog anno nu win je met creativiteit.

Onveiligheid is grenzeloos. De strijd om de Syrische stad Kobani werd via de diaspora, schotelantennes en social media vrijwel simultaan door dezelfde groepen – gelukkig niet even gewelddadig – op straat in de Schilderswijk gestreden. De Haagse politie belt Clingendael voor hulp bij conflictbemiddeling.

Van klimaatverandering tot cyberdreiging

Globalisering zorgt ervoor dat de overheid nu geacht wordt op een veel breder terrein veiligheid te bieden: van klimaatverandering tot cyberdreiging, en van massa-immigratie en terreur tot schrijnende ongelijkheid. Dat doet niet alleen een beroep op de krijgsmacht, maar ook op het inlichtingenapparaat, de politie, ontwikkelingssamenwerking, diplomatie (met een royaal netwerk van posten in de wereld) en het veld van denktanks en opleidingsinstituten. Volgens die logica is een norm van, pakweg, 3,5 procent van het bbp voor een „inclusieve veiligheidsmix” doelmatiger dan een verkokerde tweeprocents-defensienorm.

Terug naar de sobere begrotingsrealiteit van het komende regeerakkoord. Als scenario’s 3 en 2 helaas niet haalbaar zijn, en defensie al blij mag zijn met één miljard, zullen onze internationale beloften waardeloos blijken en gehoond worden.

Dan rest slechts het eerste, ‘oplapscenario’, met een ontsnappingsclausule in het regeerakkoord die nog enig uitzicht biedt op verbetering zodra de kans zich voordoet, of de dreiging te urgent wordt. Gelukkig worden juist onder financiële druk de vier belangrijkste randvoorwaarden nóg dwingender.

Dat is, ten eerste, de noodzaak om de krijgsmacht de komende kabinetsperiode te repareren en te versterken.

Lees ook het pleidooi voor een creatieve krijgsraad van Teun Voeten: Vergeet het klassieke slagveld. Dit is het tijdperk van de hybride oorlog.

Ten tweede is er de noodzaak om nog meer internationaal samen te werken, ook uit oogpunt van kosten. Nu de cohesie van de NAVO niet langer vanzelf spreekt – Trump, Turkije, Brexit – mag Nederland niet eigenwijs voorbijgaan aan een waarschijnlijk Frans-Duits initiatief om een Europese defensiekopgroep (een zogeheten PESCO) te vormen. Nederland mag zich niet in de illusie van nationale, maar onbetaalbare opties blijven wentelen. Het is nauwelijks uit te leggen dat de EU-landen samen ongeveer vier keer zoveel aan defensie uitgeven als Rusland (de gehele NAVO zelfs ruim tien keer zoveel), terwijl Rusland – met reden – als gevaar wordt aangemerkt. Er is dus eerder een efficiency- en samenwerkingsprobleem dan een kwantiteitsprobleem. Zelfs als je erkent dat landen ook unieke nationale veiligheidsproblemen moeten kunnen oplossen.

De strijd om Kobani werd via de diaspora, schotelantennes en social media ook in de Schilderswijk gestreden

De derde randvoorwaarde is de noodzaak om veiligheid inclusief te benaderen: bezuinig dus niet op de rest van de gereedschapskist. En maak geen vakjes in die gereedschapskist, bijvoorbeeld door politie en defensie te laten samenwerken als het nodig is.

Ten vierde is er de noodzaak om veiligheid vanuit een dwingend langetermijnperspectief te benaderen. Om kansen die technologie biedt niet te missen. Om kostbaar zigzag-beleid te voorkomen. Om voorbij de horizon van 2021 te denken. En om op te houden met plannen die alleen neerkomen op behoud of versterking van de status quo, en waarbij instandhouding van de afzonderlijke krijgsmachtdelen ingebakken is.

In 2010 deed Defensie een ‘strategische verkenning’ naar de vraag hoe de krijgsmacht er tot 2030 zou moeten uitzien. Gerrit Zalm was voorzitter van de groep externe deskundigen die dat project kritisch begeleidde. We mogen aannemen dat Defensie, als het aan hem ligt, de ruimte krijgt die ze verdient. En dat hij geïnteresseerd is in zo’n ‘ontsnappingsclausule’ in het komende regeerakkoord. Hierbij daarom een suggestie voor die ene alinea.