Trainingstrajecten voor vluchtelingen in de Bijlmerbajes

Werken en leren

Werk vinden is lastig voor nieuwkomers. Refugee Company helpt hen daarbij met allerlei initiatieven, zoals het restaurant A Beautiful Mess.

Bij restaurant A Beautiful Mess in de oude wasserette van de Bijlmerbajes, leren nieuwkomers de Nederlandse standaarden, hygiëneregels en de kneepjes van het vak. Foto Olivier Middendorp

Het begon voor Alexander Shanan (35) thuis in Aleppo. Vier jaar oud, staand op een krukje, kneedde hij naast zijn moeder deeg voor het middagmaal. Twee jaar later maakte hij zijn eerste maaltijd. Hij wist het toen al: koken zit in zijn bloed. Maar een eigen restaurant in Syrië zat er niet in. Het was te risicovol – kleding verkopen werd zijn lot.

Toen hij zo’n twee jaar geleden naar Nederland vluchtte, zag hij dat als een nieuw begin. Eindelijk zou hij kok worden. Maar geen enkele werkgever wilde hem: geen relevante ervaring, geen werkvergunning en geen woord Nederlands machtig.

Dat veranderde toen hij via Petra, een vrouw die hem in huis nam, werd gekoppeld aan een Amsterdamse gemeenteambtenaar. Die vroeg: „Wat wil je het allerliefste, dan ga ik het regelen.” Daar dacht Shanan geen twee keer over na.

Nu is hij twee dagen per week chef in een restaurant in de oude wasserette van de Bijlmerbajes, de voormalige gevangenis in Amsterdam-Oost. Tussen industriële machines en het betongrauw staan een bar en houten tafeltjes. Het is bijna lunchtijd. Sitargetokkel galmt door de ruimte, een sterke knoflookgeur overheerst.

De chefs, de bediening – allen zijn vluchtelingen, afkomstig uit Iran, Irak, Syrië en Eritrea. Velen kunnen al koken, maar leren hier de Nederlandse standaarden, hygiëneregels en de kneepjes van het vak. Na een training van drie maanden, is het streven, zullen ze doorstromen naar een betaalde baan. Het restaurant, A Beautiful Mess genaamd, is een van de initiatieven van Refugee Company: een organisatie die vluchtelingen via trainingstrajecten helpt te integreren op de arbeidsmarkt.

Vijfentwintig mensen werken nu in het restaurant A Beautiful Mess, onder leiding van Amsterdamse horecaondernemers.Foto Olivier Middendorp

Want werk vinden is voor nieuwkomers lastig. Uit een rapport van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid uit 2016 blijkt dat van 33.000 nieuwkomers die eind jaren 90 een status kregen, vijftien jaar later eenderde betaald werk had.

Het rapport legt de oorzaak deels bij de statushouders zelf: lage opleiding, weinig werkervaring en het ontbreken van netwerken. Deze week bleek uit onderzoek van Kennisplatform Integratie en Samenleving ook dat de doorstroom naar vervolgonderwijs stokt. Daarnaast vertragen de lange asielprocedure, het niet machtig zijn van de taal en het ingewikkelde inburgeringsbeleid het proces.

Volgens de Nederlandse gemeentes vond in 2015 van de 40.600 nieuwkomers 10 procent binnen een jaar een baan. De meesten zijn aangewezen op de bijstand. Dat kan beter, stelt de Sociaal Economische Raad: gemeentes moeten meer inzetten op werkplekken en het actief begeleiden van vluchtelingen. In 2016 en 2017 trekt het kabinet daar 500 miljoen euro voor uit.

Deels gaat dat naar organisaties die mensen ondersteunen bij het zoeken naar werk, zoals het in 2015 opgerichte Refugee Company. De stichting creëert werkplekken door het opzetten van het restaurant, maar ook door andere initiatieven: een naaiatelier met kledinglijn, de training van barista’s in een koffiebar en een opleidingsprogramma voor installateurs van zonnepanelen. Ook helpt de stichting bij het zzp’erschap.

In het kantoor van de Refugee Company, pal naast het restaurant, staat mede-oprichter en directeur Fleur Bakker. Ze wijst naar een muur waarop woorden als ‘Arts’, ‘Construction’ en ‘Business’ zijn gekalkt. Daaronder hangen gele post-its met namen. Bakker: „Eerst kijken we waar iemand goed in is, daarna welke baan daarbij past. Niet andersom.”

Lees ook over de moestuin-workshops die eerder op het terrein georganiseerd werden: ‘Schoffelen en zaaien met azc’ers’

Refugee Company heeft nu een database van 320 mensen. De stichting streeft ernaar in 2018 zo’n 200 mensen te hebben geholpen met het opdoen van werkervaring en het betreden van de arbeidsmarkt.

Vijfentwintig nieuwkomers werken nu in het restaurant, tien in de koffiebar. Dat doen ze onder leiding van Amsterdamse horecaondernemers die personeel zoeken. Een van hen is Lodewijk Keulen, die een tiental zaken in en rond Amsterdam bezit. Hij is van plan een deel van de nieuwkomers aan te nemen. „Het is ook onzin om deze mensen op onderbetaalde, gesubsidieerde plekken te zetten, zij verdienen ook een baan”, zegt Keulen. Daarbij ziet hij het initiatief ook als interessant project: nieuwe chefs brengen kennis mee, zoals nieuwe gerechten en smaken.

Via een lange gang kunnen de 600 bewoners van het naastgelegen azc het restaurant bereiken. Fleur Bakker tuurt door een glazen deur de gang in. „Het is lastig om mensen naar de broedplaats te krijgen”, vertelt ze. „Velen leven van dag tot dag, komen uit een oorlogssituatie. Ze durven vaak niet die stap te maken.”

Foto Olivier Middendorp

Persoonlijke aanpak

Op de binnenplaats voor het restaurant is het druk. Op het terras zit een groepje twintigers: sommige mannen dragen baarden, andere hebben knotjes in het haar. Een ober brengt de menukaart. Ze bedanken, acht biertjes is genoeg.

Aan weerszijden van de ingang staat groot het logo van Refugee Compagny. Door het woord ‘Refugee’ heeft iemand een dikke streep gezet. „Inderdaad, onze doelgroep zijn gevluchte mensen”, verklaart algemeen manager Ytha Kempkes. „Maar het gaat om hun talenten: je bent kapper, ingenieur of grafisch ontwerper.”

Volgens Kempkes komt dat terug in de persoonlijke aanpak. Zo stuurden ze eens het cv van een installateur van zonnepanelen naar een bedrijf, dat vervolgens niets liet horen. Maar toen Refugee Compagny een fysieke ontmoeting regelde, kon de vluchteling gelijk aan de slag.

Het succes van de organisatie is na een jaar lastig te peilen. Vier nieuwkomers hebben een baan, onder wie een tandarts en een voorraadbeheerder bij Ahold. Binnenkort stromen acht barista’s uit en tweederde van het restaurantpersoneel. Kempkes: „Dit creëert hopelijk een sneeuwbaleffect, waardoor meer nieuwkomers een baan krijgen.”

Zoals Alexander Shanan, de gevluchte kok uit Aleppo. Over twee maanden is hij klaar met zijn training. Het liefst opent hij op een dag een restaurantketen, waar Europees-Syrische gerechten op het menu staan. Maar eerst concentreert hij zich op het heden. Zoals gisteravond, toen hij met zijn neefje Turkse pizza maakte. Samen kneedden ze het deeg, staand aan het aanrecht. Zijn neefje op een krukje, Shanan met beide voeten op de grond.