Interview

‘Door het slikken van medicijnen kon ik nooit meer de top halen’

Michael Jansen Voetballer

Net als de Ajacied Abdelhak Nouri zakte oud-Vitesse-speler Michael Jansen (33) in elkaar door hartproblemen. Hij moest kiezen: medicijnen slikken of voluit voor zijn carrière gaan.

Michael Jansen Foto ANP

Hij was bij zijn ouders toen hij het nieuws afgelopen zaterdag hoorde. Zijn broer las het voor vanaf zijn telefoon: ‘Ajacied Abdelhak Nouri is in elkaar gezakt bij een oefenduel van Ajax tegen Werder Bremen’. „Ik schrok”, zegt oud-profvoetballer Michael Jansen. Net als Nouri kreeg hij te maken met hartritmestoornissen. Hij was 21.

Nouri verblijft nog steeds op de intensive care in het ziekenhuis in Innsbruck, waar zijn situatie als ‘stabiel en buiten levensgevaar’ wordt omschreven. Een hersenscan en enkele andere neurologische onderzoeken lieten geen afwijkingen zien, aldus Ajax in een verklaring eerder deze week. Dat zegt volgens de artsen niets over zijn totale herstel.

Twaalf jaar geleden zakte oud-Vitesse-verdediger Jansen (33) tijdens een thuiswedstrijd tegen Ajax in elkaar en was hij een halve minuut buiten bewustzijn. Toen hij zijn ogen open deed zag hij het scorebord. Hij begreep niet waarom de trainer hem naar de tribune verwees. „Ik voelde mij lichamelijk in orde.”

Zo groot als een luciferdoosje

De volgende dag hervatte Jansen de training. Maar hij haakte na een half uur af met hoofdpijn en misselijkheid. De medische staf van Vitesse stuurde hem voor neurologisch onderzoek naar het Radboudziekenhuis in Nijmegen. Daar kreeg hij te horen dat hij een hartritmestoornis had en zijn loopbaan als profvoetballer verder kon vergeten.

„Ik nam daar geen genoegen mee”, zegt Jansen, die nu jeugdtrainer is bij Vitesse. Via via kwam hij hij in contact met de Leidse cardioloog Martin Schalij. Die plaatste in november 2005 een kastje ter grootte van een luciferdoosje (defibrillator) tegen zijn borstspier.

Kort na de operatie stond hij weer op het veld. Maar pas na tweeënhalf jaar speelde hij zijn eerste wedstrijd. „Met kastje, ja. Het was geen makkelijke periode. Aan de ene kant was ik blij dat ik weer meedeed. Aan de andere kant wist ik dat er opnieuw iets kon gebeuren.”

In de daarop volgende periode werd meerdere keren een hartritmestoornis door het kastje geregistreerd. Jansen moest ook medicijnen slikken, wat zijn sportieve prestaties negatief beïnvloedde. „Ik heb nooit meer mijn oude niveau gehaald”, zegt hij. „Maar ik heb mijn voetballoopbaan wel degelijk vervolgd.” Jansen speelde nog bij Feyenoord, De Graafschap, SC Cambuur en FC Groningen. „Daarmee bewees ik aan mezelf dat ik het toch maar geflikt had.”

In Groningen merkte Jansen dat hij het niveau niet aankon. „Ik besefte dat ik door de medicijnen nooit meer de top zou halen. Dan moet je kiezen: risico’s nemen door ze niet te slikken of je ambities bijstellen. Ik koos voor het laatste.”

Spijt van zijn keuze heeft hij nooit gehad. „Ik realiseer me dat het leven zomaar voorbij kan zijn. Daar word ik steeds opnieuw aan herinnerd.” Vorige maand nog, toen oud-Twente-speler Cheick Tioté aan een hartaanval overleed tijdens de training bij zijn club Beijing Enterprises FC. „Hij was pas 30. Op zo’n moment zeg ik tegen mezelf: genieten jij!”

Moeilijk te accepteren

In de maanden nadat hij buiten bewustzijn raakte, kwam er veel op hem af, zegt Jansen. „Iedereen wil weten hoe het gaat en of het goed komt. Bij mij was niet meteen duidelijk wat de oorzaak van mijn klachten was. Bij Nouri staat al vast dat het om een hartritmestoornis gaat. Ik kan mij voorstellen dat hij het moeilijk vindt om straks te accepteren wat er gebeurd is. Zijn eerste gedachte zal zijn: verhelp dit even, dan kan ik weer voetballen.”

En misschien vált het ook mee, zegt Jansen. Niet iedereen met een hartritmestoornis draagt een defibrillator. Soms is het voldoende een stukje hartweefsel weg te branden en komt de patiënt er snel weer bovenop. „Wie weet staat hij over een maand weer op het veld.”

Aan het eind van het gesprek geeft hij Nouri nog één tip mee: zoek een specialist die je vertrouwt. Zelf is Jansen honderd procent genezen verklaard. Hij hoeft zijn kastje nog maar één keer per jaar te laten uitlezen. „Dat zou ik in de buurt kunnen laten doen, maar ik rijd liever van Gelderland naar Leiden. Ik volg mijn arts blindelings. Dat geeft houvast.”