Opinie

De Oranjeleeuwinnen verdienen meer (maar krijgen minder)

De media-aandacht rond het EK-vrouwenvoetbal komt eindelijk op gang, maar we hadden allang op het puntje van onze stoel moeten zitten, schrijven Judy Hoffer en Janneke van Heugten.

Vivianne Miedema traint voor het EK-vrouwenvoetbal. Het Nederlands elftal opent het toernooi zondag 16 juli. foto ANP

Op 16 juli gaat het Europees Kampioenschap voetbal voor vrouwen van start – in Nederland én met het Nederlandse vrouwenelftal. Dan verwacht je een lange aanloop met veel media-aandacht, maar de stilte rondom dit spektakel is bijna hoorbaar.

Uit een steekproef van Mediaplatform VIDM blijkt dat van alle geportretteerde sporters in de dagbladen slechts vijf procent vrouw is. Een verklaring zou zijn dat vrouwelijke topsporters minder presteren. Het tegendeel is het geval. Zo is het de Nederlandse voetbalvrouwen gelukt deel te nemen aan het EK, in tegenstelling tot hun mannelijke evenknieën.

De stilte rondom het vrouwenvoetbal is bijna hoorbaar

Het talent is er dus. De media echter, schenken bizar weinig aandacht aan de geweldige prestatie van de voetbalvrouwen. We weten nauwelijks iets van de Oranjeleeuwinnen die straks ons land verdedigen. Hoe trainen ze? Hoe maken ze zich op voor een wedstrijd? Waar lopen ze tegenaan? Welke verwachtingen hebben ze? Hoe ziet hun leven eruit?

We kloppen onszelf graag op de borst dat er geen sprake meer is van ongelijkheid of een ongelijke behandeling. Dat iedereen gelijke kansen heeft en dat hard werken zich uitbetaalt. Zo sluiten we onze ogen voor de werkelijkheid, want die ongelijkheid is er wel degelijk. Het ontbreken van de Oranjeleeuwinnen in de media laat dat zien.

Niet alleen in de voetbalwereld maar ook in andere sportsectoren is de ongelijkheid groot. Op de werkvloer of in de politiek is diversiteit evenmin vanzelfsprekend, maar (top)sport spant de kroon. Vrouwelijke topsporters verdienen substantieel minder dan hun mannelijke collega’s. De Volkskrant publiceerde onlangs een lijst met de honderd meest verdienende topsporters van de wereld: tennisster Serena Williams was de enige vrouw op de lijst, ergens onderaan. Diep treurig.

Vicieuze cirkel

De geringe media-aandacht voor het Nederlandse vrouwenelftal op het Europees kampioenschap leidt ertoe dat de interesse van de Nederlander niet wordt ‘getriggerd’ . Geen interesse betekent dat het verkrijgen van uitzendrechten van wedstrijden buiten het EK geen prioriteit heeft. Geen uitzendrechten betekent geen publiek. Geen publiek betekent geen sponsoring. Geen sponsoring betekent geen geld voor goede coaches, training en begeleiding.

De geringe media-aandacht voor de voetbalvrouwen heeft dus wel degelijk consequenties. Onzichtbaarheid betekent geen sponsoren en het gebrek aan sponsoren leidt tot onzichtbaarheid. Een vicieuze cirkel.

Een andere consequentie van die ongelijke behandeling is dat talentvolle meisjes en jonge vrouwen minder worden uitgedaagd hun talenten te ontplooien. Daarvoor zijn vrouwelijke rolmodellen namelijk essentieel. Maar dan moeten die rolmodellen wel zichtbaar zijn, opdat jonge vrouwen zich met hen kunnen identificeren. Dan kunnen zij zien dat topsport ook voor hen is weggelegd. Dan melden sponsoren zich ook voor hen, als zij uitblinken in hun sport.

Nederland is altijd een land van topsporters geweest, het land van melk en kaas heeft ons gemaakt tot wie we zijn: sterk en gezond. In potentie lopen er in Nederland veel meer vrouwelijke topsporters rond.

Inmiddels begint de media-aandacht op gang komen; Voetbal International heeft aandacht aan het vrouwenelftal besteed. Dat is een belangrijke stap. Maar we hadden allang op het puntje van onze stoel gezeten als er het hele jaar aandacht voor hun bloed, zweet en tranen was geweest. Er zijn meer wedstrijden te winnen dan de beker. Laat het vrouwenvoetbal daarom snel de aandacht krijgen die het verdient.