Recensie

‘Cars 3’ is het beste deel in een matige serie

De twee eerdere delen van Cars hadden een reactionaire onderstroom, in deel drie bewijst animatiestudio Pixar dat het nog steeds bereid is te verrassen.

Racewagen ‘Bliksem’ McQueen wordt in Cars 3 voorzien van een vrouwelijke trainer en de nieuwste snufjes.

Waarom blijft animatiestudio Pixar toch Cars-films maken? De filmkritiek reageert lauw, het publiek eveneens. De films over pratende autootjes doen het relatief matig in de bioscoop omdat ze zijn toegesneden op jochies, niet op het hele gezin. Maar die beperking is ook de kracht van deze ‘franchise’: niets verkoopt zoveel speelgoed, drinkbekers en dekbedhoezen als Cars.

Dus zijn we, elf jaar na zijn debuut, toe aan deel 3. Ditmaal is racekampioen ‘Bliksem’ McQueen een veteraan die op de baan plots links en rechts wordt ingehaald door jonge racewagens onder aanvoering van haantje Jackson Storm. Als McQueen zichzelf forceert om de jeugd bij te benen, volgt een gruwelijke crash die de tere kinderziel danig zal traumatiseren. Gelukkig is McQueen een scene later alweer voorzien van een nieuw chassis en zint hij op een comeback. Moet hij trainen met windtunnels, simulators, big data en yoga, zoals de nieuwe generatie? Of juist terug naar de stoffige ‘dirt tracks’ in het hartland van de Verenigde Staten?

Aanvankelijk probeert hij het eerste: de Britse miljardair Sterling voorziet McQueen van een vrouwelijke trainer – Cruz Martinez – en de nieuwste snufjes. Maar eigenlijk wil Sterling dat McQueen stopt met racen om een reclamemerk te worden: leuke ironie. Een nieuw seizoen vol nederlagen zal dat merk slechts verzwakken: de afspraak luidt dat McQueen stopt als hij zijn eerste race van het nieuwe seizoen verliest.

Hightech maakt het oudje McQueen niet sneller, dus keert hij zijn met trainer terug naar de basis: Radiator Springs. In dit vergeten woestijndorp, ooit een belangrijke stop aan Route 66, leerde de toen nog jonge en arrogante McQueen ooit dat winnen niet alles is. Ditmaal lijkt de les: wie niet snel meer is, moet slim zijn. Lijkt, want het is hier dat Pixar bewijst dat het nog steeds bereid is kijkers te verrassen.

Dat maakt Cars 3 tot het beste deel in een matige serie. De twee eerdere delen hadden een reactionaire onderstroom: een arrogante, ontwortelde held leert in de Amerikaanse roestbelt dat het draait om een zuiver hart en vriendschap. Wellicht voelt Pixar aan dat die boodschap sinds de opkomst van Trump anders smaakt: nu herbront McQueen opnieuw in het hartland, maar om melancholiek verlies, moderniteit en zelfs vrouwenemancipatie te omarmen. Cars blijft een serie voor kleine jongetjes, maar meester Pixar leert ze ditmaal best een subtiel lesje.