Twijfelachtig recherchewerk brengt een brugwachter aan de afgrond

Integriteitsschendingen

Een brugwachter, een muskusrattenvanger en een fietspadencontroleur. Gewone ambtenaren zoals zij werden de dupe van dubieus integriteitsonderzoek.

Ontslagen brugwachter Peter Wolff bij de Beersterbrug in Winschoten. Foto Kees van de Veen

Op kerstavond in 2012 wist voormalig provincieambtenaar Peter Wolff dat hij niet dieper kon zinken. Hij woonde illegaal in een caravan in het gehucht Kopstukken, nabij Stadskanaal, had geen huis meer, geen geld, geen werk, geen perspectief. Zijn suikerziekte en psoriasis speelden op. Buiten was het min 21.

Hoe ben ik hier in godsnaam terechtgekomen, vroeg Wolff zich af. En hoe kom ik hier ooit weer weg?

Het is een wonder dat hij het kan navertellen, zegt Wolff. Hij zit aan tafel bij zijn raadsman Ferre van de Nadort, in diens kantoor in het oude stationsgebouwtje van Beilen. De dochter van Van de Nadort brengt koffie.

Oud-militair Van de Nadort is in het dagelijks leven bedrijfsjurist, maar bekommert zich circa één dag in de week om mensen die in zijn ogen ‘onterecht ontslagen’ zijn. Zoals Wolff: door het onderzoek van Van de Nadort is de afgelopen twee jaar steeds duidelijker geworden van welke opeenstapeling van misverstanden, blunders en provinciale stijfkoppigheid Wolff aan de grond brachten. En niet alleen hij, maar nog zeven provincieambtenaren in het noorden van het land.

Allemaal werden ze het slachtoffer van twijfelachtig onderzoek van het recherchebureau van Greet Elsinga, inmiddels ex-medewerker van de Politieacademie. Naast haar politiewerk voerde ze vanaf 2008 integriteitsonderzoeken uit. Achteraf zeggen de gedupeerden dat Elsinga een tunnelvisie had. Ze vond belastend materiaal dat later onjuist bleek.

In totaal lieten de provincies 66 integriteitsonderzoeken uitvoeren

Elsinga deed eerst onderzoek zonder vergunning voor recherchewerk en later vanuit een wél toegelaten bedrijf dat op naam van haar vriendin stond. Elsinga’s voornaamste opdrachtgevers: de provincies Drenthe en Groningen, die haar inhuurden om mogelijke misstappen van ambtenaren te onderzoeken.

Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) verkreeg NRC overzichten van alle integriteitskwesties die de afgelopen vijf jaar bij de twaalf Nederlandse provincies zijn onderzocht. Die lopen uiteen van diefstal en intimidatie op de werkvloer tot belangenverstrengeling van bestuurders en ambtenaren. Het gaat om kleine zaken die intern zijn afgedaan en om grote onderzoeken door extern ingehuurde bureaus.

Drenthe en Groningen zijn daarbij buitenbeentjes, blijkt uit de overzichten. Zo deelden de twee provincies een voorliefde voor de recherchediensten van Elsinga, die zij onder de vlag van Buro Suver of bureau Marple uitvoerde.

Ook opmerkelijk is het soort integriteitsschendingen dat Drenthe en Groningen door Suver of Marple lieten onderzoeken. Het gaat om relatief kleine kwesties: illegale tankbeurten, de verkoop van hout uit provinciale bossen of mogelijke diefstal van een partij stenen – zaken die in veel andere provincies intern worden onderzocht en afgedaan. Goedkoop waren de onderzoeken niet. Groningen betaalde Elsinga in 2012 77.000 euro, Drenthe in 2014 175.000 euro.

Het derde wat opvalt is de nasleep. In de meeste andere provincies leveren integriteitsonderzoeken weinig juridische problemen op, in het noorden lopen nog steeds procedures. Wolff en Van de Nadort zaten deze week bijvoorbeeld op het provinciehuis in Groningen. Hun verzoek: het terugdraaien van het ontslag van Wolff. Later deze maand staan zij ook bij de Raad van State in Den Haag, in hun procedure tegen het ministerie van Veiligheid en Justitie dat de papieren van Elsinga had moeten controleren.

Ook Greet Elsinga kijkt met gemengde gevoelens terug op haar omstreden bijbaan als provinciaal integriteitsonderzoeker. Nadat deze nevenfunctie aan het licht was gekomen, verloor zij haar baan bij de Politieacademie. Inmiddels heeft ze ook haar recherchebedrijfje opgedoekt, omdat de naam bezoedeld was geraakt door een aantal kwesties die in de regionale pers breed zijn uitgemeten. De gemoederen liepen hoog op; ze ontving „een aantal doodsbedreigingen”.

Privé tanken

Peter Wolff woont sinds kort weer in een normaal huis. Met hulp van de sociale dienst en de woningbouwvereniging wist hij zijn ‘caravanperiode’ af te sluiten en te ontsnappen aan de ergste armoede. Maar terug naar zijn oude werkgever, de provincie Groningen, dat gaat niet.

Wolff was dertig jaar lang samen met collega’s verantwoordelijk voor het ophalen en laten zakken van bruggen in de provincie. Mooi werk was dat – razend druk in het vaarseizoen en rustig in de winters. Maar zijn baan bestaat niet meer: de tijden dat provinciale brugwachters in vaste dienst in een huisje wachtten op passerende boten zijn voorbij.

Dat hij weg moest als ‘medewerker bediening van de afdeling kanaalbeheer’ lag niet aan automatisering. Het kwam door onderzoek dat Elsinga in opdracht van de provincie uitvoerde naar zijn integriteit. Wolff werd ervan verdacht minstens twaalf keer privé te hebben getankt met de tankpas van de provincie.

Hijzelf ontkent dat. Elf van de twaalf keer dat de pas ‘fout’ werd gebruikt, zat hij ziek thuis – tientallen kilometers verderop. Ook werd de provinciepas gebruikt op locaties waar dan ook steeds een collega aan het werk was.

Op basis van het onderzoek van Elsinga kreeg Wolff in 2008 niettemin strafontslag, zonder enige vergoeding. Hij vocht het aan bij de bezwarencommissie van de provincie, kreeg gelijk, maar voor zijn ontslag en financiële situatie maakte het weinig uit. Zonder salaris en uitzicht op een nieuwe baan redde hij het niet.

Toen Wolff in 2014 weer enigszins was opgekrabbeld, vond hij ook de kracht degenen aan te pakken die hem „erin hadden geluisd” – provincie en tankpasonderzoekers. Hij meldde zich met zijn dossier bij Ferre van de Nadort, die hij dat jaar op een regionale tv-zender twijfels had horen uiten over recherchebureau Suver. Sindsdien probeert Van de Nadort de zaak open te breken.

Schietgevaarlijk lid van motorbende

In Drenthe liep op dat moment in Provinciale Staten ook een andere kwestie naar aanleiding van integriteitsonderzoek van Elsinga. Zij werd in 2013 door de provincie op het spoor gezet van een buitendienstmedewerker die belast was met de controle van provinciale fietspaden. Aanleiding was de diefstal van een partij straatstenen. Een provinciemedewerker zag in de voortuin van de betrokken controleur een stapel stenen liggen en meldde dat zijn baas: misschien waren dat wel de gestolen exemplaren.

Dat bleek niet het geval te zijn, maar bureau Marple kwam wel met een trits andere verwijten aan het adres van de buitendienstmedewerker. Hij zou onder meer twee lunchbonnen hebben vervalst en ten onrechte autokilometers en vrije dagen hebben gedeclareerd.

Toen bleek dat de fietspadencontroleur helemaal geen lid was van een motorbende. Hij had niet eens een motor

Wat daarop volgde, lijkt op een klucht. Marple ‘ontdekte’ ook dat de ambtenaar een schietgevaarlijk lid van een motorbende was. Het bureau adviseerde vervolgens diens leidinggevenden te laten beveiligen. De man zou immers wel eens door het lint kunnen gaan als hij zou horen dat de provincie hem wilde ontslaan.

Bij de huizen van de leidinggevenden werden camera’s opgehangen en persoonsbeveiligers werden ingezet, onder meer op het provinciehuis. Eén leidinggevende reed tijdelijk in een gepantserde auto, zijn familie werd uit veiligheidsoverwegingen elders ondergebracht.

Totdat bleek dat het een misverstand was: de fietspadencontroleur was helemaal geen lid van een motorbende. Hij had niet eens een motor. Elsinga had een peiler onder zijn auto laten plaatsen – en hij bleek vaak in de buurt van een motorclub te parkeren. Dat was alles.

Ook de rapporten van Elsinga over declaratiefraude bleken te rammelen.

Toen Van de Nadort, die ook de controleur bijstond, een deel van de provincietop opriep voor een getuigenverhoor, haalde Drenthe bakzeil. Het voornemen tot strafontslag ging van tafel en de zaak werd geschikt. De ambtenaar en de provincie spraken af over de zaak te zwijgen.

Het tekent, aldus Van de Nadort, de onzorgvuldigheid. Zijn cliënten zijn boos over de inhoud van de rapporten, hij richt zijn pijlen op de opdrachtgevers. „Ik breek me al jaren het hoofd over het waarom”, zegt hij. „Waarom moesten allerlei lagere provincieambtenaren kapot worden gemaakt met dit soort integriteitsonderzoeken? Want let wel: het gaat om een brugwachter, een muskusrattenvanger, een man in de buitendienst en een fietspadencontroleur. En waarom ging de provincie in zee met een vrouw die geen recherchewerk mocht doen?”