Stelend verdienen Romakinderen soms een ton per jaar voor hun uitbaters

Romakinderen

Het Leger des Heils ontfermt zich over Romakinderen die tot stelen zijn gedwongen. ‘Zij krijgen bij geboorte geen naam’.

De personen op deze foto komen niet voor in het artikel iStock

Saturn (15) uit voormalig Joegoslavië heeft geld uit de handen gegrist van iemand die net had gepind. Als hij medio 2016 voor dit vergrijp bij de rechter in Limburg verschijnt, meldt zich plotseling een kleine vrouw in ouderwetse kleding in de rechtbank. Ze is de voogd van de jongen, zegt ze. Clustermanager Frank Nissen van het Leger des Heils weet beter: ze is de uitbuiter – Saturn pikte het geld in haar opdracht. „Hij stal duizenden euro’s.”

Nissen (49) vertelt op het centraal bureau Jeugdbescherming en Reclassering van het Leger des Heils in Utrecht over gedwongen criminaliteit bij kinderen. Hij heeft tien jaar bij de politie gewerkt als rechercheur en is nu één van de specialisten van ‘het Leger’ in die materie.

Zakkenrollen en winkeldiefstal

Ongeveer een jaar geleden rolde de Nederlandse politie een mensenhandelbende op die wel driehonderd kinderen zou aansturen. Twee leden werden gearresteerd. Ze dwongen kinderen tot zakkenrollen en winkeldiefstal in Nederland en andere Europese landen. De zaak moet nog voor de rechter komen. Onderzoeksleider Arthur de Rijk destijds in NRC: „Sommige kinderen moeten duizend euro per dag verdienen.”

Het Leger des Heils kreeg vorig jaar de voogdij over zo’n 35 Romajongeren die gedwongen werden tot criminaliteit. In de jaren ervoor zag het deze kinderen nauwelijks. De grote vraag: hoe houd je deze kinderen uit handen van criminelen?

Nissens eerste reactie: „Het is eigenlijk een mission impossible.” Zijn tweede reactie: „Een succesverhaal is lastig.” Want ook al gaat het heel goed met een kind, zegt Nissen: „Ik ben er nooit gerust op.”

De hulpverlening worstelt met deze jongeren. Ze zijn niet makkelijk benaderbaar, legt Nissen uit. Meestal verloopt communicatie via een tolk. En het „knuffelgehalte” van de kinderen is laag. De eerste weken in de instelling houden ze hun lippen meestal stijf op elkaar. „Voor je een beeld hebt van zo’n kind, ben je een half jaar verder.”

Liegen en ontkennen

Want liegen en ontkennen leren ze van jongs af aan, weet Nissen. Zo bleek een vrouw die zei dat ze 16 jaar was, in werkelijkheid 26. Politie en Leger des Heils laten soms bot- en tandonderzoek doen om de leeftijd van de kinderen vast te stellen. Een meisje stond onder vijfendertig namen in twaalf landen geregistreerd. „Ze krijgen bij hun geboorte geen naam van de ouders.”

Tegen die „uitzichtloosheid” en het leven zonder perspectief komen hulpverleners in het geweer. Dat begint bij bescherming bieden. Kinderen mogen niet bellen of appen, legt Nissen uit, en ’s avonds gaat hun slaapkamer op slot. Een kind ontfutselde de telefoon van een stagiair, herinnert hij zich: „Een paar uur later was hij weg.”

Dit is de hulpverlener duidelijk: deze kinderen zijn inkomstenbronnen. Sommigen verdienen stelend een ton per jaar. Als die geldstroom plotseling opdroogt, weet je zeker dat vroeg of laat de uitbuiter opduikt, zegt Nissen. Zoals Dickens’ bendeleider Fagin de jonge Oliver Twist liet terughalen.

Geregeld melden zich figuren met zelfgemaakte voogdijdocumenten of valse paspoorten aan de balie van de jeugdinstelling. Nissen: „Als je doorvraagt naar hun identiteit, taaien ze af.”

Verstand van brommers

In de instellingen krijgen kinderen les in sociale vaardigheden en bezigheden. Lezen en schrijven gaat vaak moeizaam – „sommigen hebben nog nooit een school van binnen gezien” – maar praktisch bezig zijn doet ze goed, zegt Nissen. Zo is er een jongen die gek is op brommers en daar veel verstand van heeft. „Dat manneke hoeft maar naar een brommer te kijken en het ding begint al te lopen”, zegt hij. „Dat vind ik prachtig.”

Sommigen hebben nog nooit een school van binnen gezien

Vaak nemen kinderen de benen, weet Nissen. Saturn bleek ook in Frankrijk en Duitsland opgepakt voor berovingen bij pinautomaten. Telkens was daarbij een ‘oom’ betrokken die de jongen naar de automaten reed. De Duitse kinderbescherming trof op een adres in Duisburg, waar Saturn ook even verbleef, andere minderjarigen en volwassenen die niet de ouders waren. Toen de politie een inval deed, was het pand leeg. „Ze verdampen gewoon.”

Saturn verbleef een aantal weken onder nauw toezicht in een jeugdinstelling in Limburg. Toen was hij ineens weg. Frank Nissen kan hetniet bevatten. Hoe krijgt zo’n jongen het toch voor elkaar om uit zo’n streng beveiligde instelling te ontsnappen, vraagt hij zich af. Eén moment van onoplettendheid, zegt hij, is genoeg. „Poef, poef, weg.”